'Beursondernemingen lijken op verplichte spaarfondsen'

'Het is net als met het schoolrapport. De ene keer gaat het met het bedrijf wat beter dan de andere keer....

Van onze verslaggever

Peter de Waard

AMSTERDAM

Bestuursvoorzitter P. Swinkels van bierbrouwerij Bavaria voelt dan ook niets voor een beursnotering. uit het oog verliest. 'Iedere vier à zes maanden moet je verslag maken. En de bedoeling is natuurlijk dat je steeds met betere cijfers komt. Die openheid maakt snelle besluitvorming niet makkelijk', zo zei hij vrijdag tijdens een forumdiscussie op de Dag van het Aandeel in Amsterdam.

Bavaria heeft zeventien familie-aandeelhouders. In de afgelopen tien jaar is het bedrijf pijlsnel gegroeid. De omzet steeg van 35 naar 700 miljoen gulden. Volgens Swinkels is dat te danken aan het feit dat Bavaria een lange-termijnbeleid heeft kunnen voeren.

Swinkels stond gisteren niet alleen. Vele Nederlandse bedrijven hikken aan tegen de te grote openheid die met een beursnotering gepaard gaat. Gedelegeerd commissaris mr J. de Monchy van het handelsbedrijf M & R de Monchy ziet helemaal niets in een beursnotering.

'Als een bedrijf op de beurs genoteerd staat, moet je ieder jaar groeien. Groei hoeft lang niet altijd goed te zijn. Het is vaak veel beter om de strategie bij te stellen en andere markten op te zoeken.' Bedrijven moeten zich volgens De Monchy kunnen permitteren een periode slechter te draaien om daar in de toekomst de vruchten van te kunnen plukken. 'Soms moet je je strategie bijstellen. Dan draai je een zomer wat minder. Maar op lange termijn levert dat weer extra rendementen op.'

De Monchy sprak daarnaast de vrees uit dat een beursnotering de factor kapitaal teveel invloed zou geven. 'Ik ben er helemaal niet voor dat aandeelhouders veel te vertellen krijgen. De macht hoort niet bij het geld te liggen, maar bij de factor arbeid. Wel vind ik dat de aandeelhouders een goed rendement moeten krijgen. Veel beursfondsen zijn daarin juist veel te karig. Ze lijken meer op verplichte spaarfondsen.'

Niet iedereen staat zo huiverig tegenover de beurs. Vendex-bestuursvoorzitter J. Hessels gaf toe dat zijn concern graag op korte termijn naar de beurs gaat om de aandeelhouders - Vendex heeft er zo'n honderd - de mogelijkheid te bieden hun stukken te verzilveren.

'We hebben de intentie uitgesproken naar de beurs te gaan. We wachten nu rustig de cijfers over het voor ons zo belangrijke vierde kwartaal af. Daarna zullen we de situatie bekijken.' Ook de NS sluiten een beursnotering niet uit, maar topman R. den Besten hield voorlopig een slag om de arm.

'De NS kan een tweede KPN worden, maar eerst zal je toch een behoorlijk resultaat moeten halen en daarmee ook een track-record moeten opbouwen. We gaan naar de beurs als de tijd er rijp voor is. Ik heb nog een contract voor zeven jaar. Misschien aan het einde van die periode.'

Bestuursvoorzitter J. Kalff van ABN Amro vond de huiver die vele Nederlandse bedrijven hebben ten opzichte van een beursnotering niet terecht. Hij stelde dat een beursnotering zowel voor het bedrijf als de belegger interessant is. Weliswaar erkende hij dat de openheid - 'een beursfonds moet de confrontatie aangaan met de buitenwereld' - een nadeel kan zijn, maar daar staan vele voordelen tegenover.

'Een beursnotering verbetert de groeimogelijkheden. Via de beurs wordt een extra bron voor additioneel risicodragend vermogen aangeboord. Dit vergroot de flexibiliteit. Daarnaast maakt een beursnotering een objectieve bepaling van de marktwaarde van de onderneming mogelijk en vergroot het de naamsbekendheid en de betrokkenheid van de werknemers.'

Kalff stelde dat ook beleggers gebaat zijn bij de beursgang van ondernemingen. 'Als u eind 1946 duizend gulden in aandelen had belegd, dan zou dat eind 1993 aangegroeid zijn tot 160 duizend gulden. Bij een belegging in obligaties zou dezelfde inleg 12 duizend gulden hebben opgeleverd.'

Kalff ontkende dat deze spectaculaire winsten uitsluitend te danken zijn geweest aan gevestigde fondsen als Koninklijke Olie en Unilever. In de laatste twaalf jaar zijn 101 ondernemingen op de beurs geïntroduceerd. Daarvan zijn er tien failliet gegaan en zeventien via een fusie of overname in andere handen gekomen.

'Van de 101 beursgangers zijn er sinds 1982 dus 74 overgebleven. Omdat op 31 oktober 162 ondernemingen, afgezien van beleggingsfondsen, genoteerd waren op de beurs, is dit een aanwas van 80 procent', aldus Kalff. Volgens berekeningen van ABN Amro is de koersontwikkeling van deze nieuwe fondsen gunstiger geweest dan die van de marktindex. 'Per saldo heeft de introductieportefeuille het derhalve nog beter gedaan dan de gehele aandelenbeurs.' Absolute uitschieter is snoepjesfabrikant Van Melle. Beste introducties sinds 1982 Fonds intr. gemid. jaar rend. 1. Van Melle '82 38,2 2. Grontmij '82 30,4 3. Getronics '85 27,3 4. Kempen '83 24,5 5. Polynorm '84 22,2 6. Samas '82 22,1 7. Grolsch '84 21,7 8. Sphinx '86 21,4 9. P & C Groep '82 21,3 10. PolyGram '89 20,9

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden