Beuk en eik

Ooit hoorde ik een natuurkenner de stelling verkondigen dat je bij onweer beter onder een beuk dan onder een eik kunt schuilen....

Von den Eichen soll man weichen,

Nur die Buchen soll man suchen.

Hij voegde er wel aan toe dat het bij onweer verstandiger is helemaal niet onder een boom te schuilen. Maar als het moest, zou hij een beuk kiezen in plaats van een eik.

Ook Jan Pelleboer citeert in zijn boekje Volksweerkunde, klopt het of niet uit 1976 het Duitse rijmpje over eiken en beuken. In Nederland kent elke bosbouwer het.

Het is dan ook meer dan een volkswijsheid. Botanicus Eddy Weeda schrijft in zijn Nederlandse Oecologische Flora dat eiken in oude tijden vaak een godsdienstige betekenis hadden, onder meer wegens 'het feit dat eiken het vaakst van alle bomen door de bliksem worden getroffen'. Geen wonder dat de eiken bij de Germanen aan de dondergod Thor waren gewijd. En volgens Weeda werden vroeger rond boerderijen op de zand- en lichte kleigronden steevast zomereiken als bliksemafleider geplant.

Oosthoeks Encyclopedie vermeldt dat de beuk minder dan andere soorten kans zou hebben op blikseminslag. En ten slotte is er een artikeltje van de vroegere KNMI-medewerker dr. H. ten Kate in Hemel en Dampkring van juli 1964. Die beschrijft een waarneming van een bosbouwer over een door de bliksem getroffen eikje op een halve meter afstand van een grote beuk die ongedeerd was gebleven.

Dit voorval was voor Ten Kate een stimulans 'om het bekende volksgezegde nog meer te vertrouwen dan tot dusver reeds het geval is'.

De volkswijsheid bevat wel degelijk een kern van waarheid, zegt bosbouwer Ad Olsthoorn van het Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek. Dat komt vooral doordat eiken veel bredere vaten hebben dan beuken. Vaten zijn gangetjes onder de bast die bomen gebruiken om water en voedingsstoffen te transporteren. Een eik bevat door die bredere vaten meer water dan een beuk, geleidt daarom beter en kan dus beter dan een beuk als bliksemafleider worden gebruikt.

Maar er zit een addertje onder het gras. Staat het wel vast dat eiken vaker door de bliksem getroffen worden dan beuken? Dat wordt door ettelijke deskundigen betwijfeld, onder anderen door meteoroloog Herman Wessels van het KNMI. Ten eerste zijn er in Nederland meer eiken dan beuken, dus alleen al daarom worden eiken vaker door de bliksem getroffen. Wessels gelooft niet dat een eik meer kans op blikseminslag heeft. Het verschil in wortelstelsel speelt nauwelijks een rol, denkt hij. Er is namelijk aan de bovenkant van de boom maar een klein opwaarts stroompje nodig om een bliksem die naar de aarde onderweg is, aan te trekken. Een beuk kan zo'n stroompje even gemakkelijk produceren als een eik. 'Ik heb genoeg getroffen beuken gezien', zegt Wessels.

Waarschijnlijk worden blikseminslagen bij beuken vaak over het hoofd gezien. Een eik heeft een sterk gegroefde bast, een beuk een heel gladde. Daardoor ontstaat er op de beukenstam bij onweersbuien bijna altijd een doorlopende stroom water, waardoor de bliksem snel en zonder veel schade naar de grond geleid kan worden.

Bij de veel grilliger bast van de eik daarentegen wordt die waterstroom onderbroken. De bliksem dringt dus eerder in de boom door en kan daar, wegens de brede vaten en het daarin opgeslagen water, grote schade aanrichten. Een blikseminslag in een eik valt dus eerder op dan eentje in een beuk. Dat verklaart voor een deel, denkt Wessels, het Duitse rijmpje.

Piet van Seeters

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden