Analyse Betutteling

Betutteling heeft ook voordelen - denk maar aan het rookverbod in de horeca en de verplichte autogordel

Moeten burgers kunnen kiezen voor roken, drinken en vet eten, daarbij het risico van ziekte of een vroege dood bewust op de koop toenemend? Of mogen ze door de overheid ook verplicht worden zo lang mogelijk te leven, door fanatiek te sporten en gezond te eten?  ‘Betutteling’ creëert soms nieuwe normen waar veel mensen achteraf blij mee zijn.

Jongeren drinken La Chouffe tijdens een La Chouffe party in de Waag in Leiden. Beeld Freek van den Bergh

‘Roker wordt paria’, kopte De Telegraaf  deze week. Staatssecretaris Blokhuis wil rokers uit hun miserabele rookhokjes verdrijven, de buitenlucht in. Daar mogen ze slechts hopen dat hun werkgever de openbare ruimte rond hun bedrijf niet tot rookvrije zone heeft verklaard. Alles voor het goede doel, aldus Blokhuis: ‘De jongeren die nu geboren worden, moeten niet meer weten wat een sigaret is.’

Binnenkort presenteert Blokhuis een alomvattend preventieplan tegen tabak, alcohol, vette en zoete voeding. Tot ongenoegen van journalist en kortstondig politicus Jan Roos. ‘Tegenwoordig mag je niks meer behalve braaf doen wat de kudde doet. Niet barbecueën in het park, geen alcohol schenken op je straatfeest, niet roken op het terras of soms zelfs niet op straat. HET HOUDT NIET OP! STOP ERMEE! JE BENT MIJN MOEDER NIET!’, schrijft hij op zijn site Nee-derland.nl, financieel gesteund door de tabaksindustrie.

Als Blokhuis zijn plannen doorzet, zal ook de VVD een meloen moeten doorslikken. ‘Wij betuttelen niet. Je bent vrij om te roken of te drinken, als je dat wilt’, schrijft de partij op haar site.

 ‘Mensen hebben het recht om dwaas te zijn’

De liberale afkeer van betutteling staat in een stevige traditie. John Stuart Mill, een van de aartsvaders van het liberalisme, formuleerde al in 1859 het no harm-principe: elke volwassen burger mag doen of laten wat hij wil, zolang hij daarmee een ander geen schade toebrengt. ‘Mensen hebben het recht om dwaas te zijn. Vrijheid is de vrijheid om fouten te maken’, zei de Oostenrijkse liberaal Ludwig von Mises honderd jaar later.

De christelijke politicus Paul Blokhuis komt uit een heel andere traditie. Hij is zijn broeders hoeder: de overheid moet burgers zo veel mogelijk beschermen tegen gedrag waarmee ze zichzelf schade toebrengen en waarvan ze later waarschijnlijk spijt krijgen.

De afkeer van betutteling is begrijpelijk, schrijft de Amerikaanse jurist Cass Sunstein in zijn boek Why Nudge: the politics of libertarian paternalism, maar ook een stormram die elke vorm van overheidsinterventie meteen van de hand wijst, zonder naar de kosten en baten te kijken. Het dragen van een veiligheidsgordel in de auto werd aanvankelijk ook betuttelend gevonden. Maar het is een kleine moeite en er vallen minder doden door, aldus Sunstein, prominent pleitbezorger van een ‘zacht’ paternalisme.

‘Betutteling’ went en creëert nieuwe normen waar veel mensen achteraf blij mee zijn. Het rookverbod in restaurants en cafés werd als betuttelend ervaren, maar nu kunnen zelfs verstokte rokers zich nauwelijks voorstellen dat ze destijds in een stampvol café stonden te stomen. Het inperken van de vrijheid van kinderen is minder omstreden, maar menige ouder vond destijds het optrekken van de leeftijdsgrenzen voor alcoholgebruik een overdreven betuttelende maatregel. Waren zij zelf ook niet jong geweest? Niettemin ontstond een nieuwe norm – niet drinken voor je 18de – en halveerde het alcoholgebruik onder tieners, tot algemene tevredenheid.

Enorme invloed van het bedrijfsleven

Wie meteen ‘betutteling’ roept, miskent de enorme invloed van het bedrijfsleven, schreef socioloog Evelien Tonkens in de Volkskrant. ‘Bedrijven mogen ons eindeloos betuttelen. Ze mogen ons permanent met reclame opdringen hoe we moeten leven. Maar regeringen mogen niets opperen over het goede leven, want dat is betuttelend’, aldus Tonkens.

De tabaksindustrie is het beste voorbeeld. ‘Het idiote idee dat roken een vrije keuze is! Er is maar een moment van vrije keuze: als je je eerste pakje sigaretten rookt als je jong bent en geen idee hebt over de toekomst’, zeiden de longartsen Wanda de Kanter en Pauline Dekker in het rapport Leefstijlbeïnvloeding: tussen betuttelen en verwaarlozen van het Centrum voor Ethiek en Gezondheid (CEG).

Veel mensen prefereren genot boven gezondheidswinst 

De liberale afkeer van ‘betutteling’ is gebaseerd op de gedachte dat mensen vrije wezens zijn die rationele keuzes maken. Wetenschappelijk onderzoek heeft die gedachte op losse schroeven gezet. Veel mensen prefereren het genot van een biertje, een sigaret of een patatje op korte termijn boven gezondheidswinst op langere termijn, terwijl ze dat eigenlijk helemaal niet willen.

De reflex om ‘betutteling’ te roepen negeert de mogelijkheden voor gezondheidswinst, de commerciële belangen en de impulsen waartegen sommige mensen ook zelf beschermd willen worden.

Anderzijds kan het liberale argument ook niet zo maar worden verworpen. Zijn burgers soms verplicht zo lang mogelijk te leven, door fanatiek te sporten en gezond te eten? Of mogen ze kiezen voor roken, drinken en vet eten, daarbij het risico van ziekte of een vroege dood bewust op de koop toenemend? Betekent het relativeren van de vrije wil dat we zelf niet meer onze levensstijl mogen kiezen? Of zoals Jan Roos zegt: ‘Weg met de vette hap voor en na het stappen. Liever allemaal aan de verantwoorde vegan tofu-burger, of zoiets. Dat is beter voor jou. Vinden zij.’

Al in de jaren negentig waarschuwde de Franse filosoof Alain-Gérard Slama voor ‘het goedaardige totalitarisme’ van de ‘preventiestaat’, waarin een leger aan medici, diëtisten en fitnessinstructeurs de burgers tot gezond gedrag zouden moeten aanzetten. Een naargeestige wereld die draait om de angst voor ziekte en de dood. Wie zich daaraan onttrekt, krijgt al snel het stempel ‘onverantwoordelijk’, aldus Slama. Een kostenpost voor de samenleving.

Deze discussie kan nooit in algemene termen worden beslecht, stelt ethica Marieke ten Have in het CEG-rapport. Preventiemaatregelen moeten van geval tot geval worden bekeken. Hoe ernstig is een probleem? In hoeverre rechtvaardigt dat een ingrijpende bemoeienis van de overheid? Tegen de sigaret kun je harder optreden dan tegen de kroket. Langs deze lat zullen de plannen van Blokhuis straks worden gelegd. 

Lees meer over de anti-rookmaatregelen:

In 2040 moet de roker in Nederland zo goed als uitgestorven
Als het aan staatssecretaris Paul Blokhuis ligt, rookt in 2040 geen enkele jongere én geen enkele zwangere vrouw in Nederland meer een sigaret. Het aantal rokers onder de volwassen bevolking moet dan afgenomen zijn van 23 tot ‘slechts’ 5 procent. Maar lukt het met deze maatregelen.

Jan Roos: ‘Ik een tabakslobbyist? Dan wel de slechtste van Nederland’
Zijn campagne tegen overheidsbetutteling ligt onder vuur omdat de tabaksindustrie hem betaalt. Spijkers op laag water, vindt Jan Roos (41) zelf. ‘Dan ben ik bij dezen de slechtste tabakslobbyist van Nederland. Ik roep mensen juist op níet te gaan roken.’

Het preventiebeleid steekt de kop weer op
De overheid wil na de sigaret ook de verkoop van drank, vet en suiker aan banden leggen. Alcohol kan schadelijk zijn, roken is dat zeker en bewegen moet omdat het gezond is: onder aanvoering van ChristenUnie-bewindsman Paul Blokhuis keert de overheid terug als censor van de leefstijl van de bevolking. Preventie van gezondheidsklachten keert met stip terug op de politieke agenda.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.