Betty 'the Night' steelt de show

Grote namen trokken geen volle zalen, maar spannende jazz en zeldzaam goede soul waren er, op het NSJ.

Met een staande ovatie werd hij zondagmiddag onthaald, Tony Bennett, 85 jaar oud inmiddels en precies het soort artiest dat je op North Sea Jazz wil zien. Een legende die nog altijd actueel is, al was het maar omdat Amy Winehouse vorig jaar haar laatste liedje met hem opnam.


Natuurlijk, er zijn met de jaren wat barstjes in het glazuur van zijn stem gesprongen maar hij leek met een vlammend, bijna over de top gezongen Maybe This Time te willen bewijzen dat er met zijn vitaliteit niks mis is.


Het had ook iets aandoenlijks, de oude Bennet ('Ik zing al vijftig, pardon, zestig jaar') die werd voorafgegaan door zijn dochter Antonia (geen schim van haar vader) en zich als een wildeman door zijn repertoire wilde slaan. Het mooiste was het als hij het klein hield, zoals in wat volgens hem zijn allereerste plaatopname was geweest: Boulevard Of Broken Dreams (1950).


Dat Bennett wel eens een nootje liet vallen of niet helemaal haalde, zij hem vergeven. Maar een Rufus Wainwright die zaterdag in een nog niet halfvolle zaal een paar keer vals uit de bocht vloog, dat stoorde behoorlijk. Het optreden van de popzanger was een misser. Hij overschreeuwde zich voortdurend, een klein mooie liedje als Going To A Town werd bijvoorbeeld opgeblazen.


De grote Ahoyzaal bleek lastig te bespelen, al trok Kytemans Orchestra het zondag moeiteloos vol met een overdonderend optreden. Minder animo was er zaterdag voor de Afrikaanse grote band van Seun Kuti, al kreeg hij de zaal knap aan het dansen op hypnotiserende afrobeat. Een lekkere opsteker van de dag, die het verder moest doen zonder een echte publiekstrekker. De grote zalen bleken te groot voor George Benson, James Morrison en Robert Cray. Dat leidde tot veel onrust. Want waarheen nu als de grotere namen niet tot de verbeelding spreken?


Artist in Residence Joshua Redman mompelde het tussen en neus en lippen door tijdens een van zijn concerten afgelopen weekend: prachtig festival, maar het publiek is zo onrustig. En dat is misschien wel het enige minpunt van North Sea Jazz: vele bezoekers besteden de helft van de tijd aan de bestudering van het tijdschema, en zijn constant in de aanslag voor de kortste route naar het volgende optreden.


Maar eigenlijk had juist saxofonist Redman geen reden tot klagen. Bij hem verliepen de volksverhuizingen opvallend rustig, dat was zijn eigen verdienste. In zijn vier optredens gaf hij met veel verve blijk van zijn enorme veelzijdigheid. Zoals met zijn kwartet James Farm, een wereldband op technisch niveau, maar vooral interessant door hun eigentijdse, aanstekelijke sound, prachtige composities en ook wervelende solisten. Vooral Redman zelf pompte met zijn solo's een bak energie de zaal in met die kenmerkende bulderkreten, waarin hij spastisch zijn knieën wilde optrekken. Gisteren te gast bij het van zichzelf al zo avontuurlijke The Bad Plus toonde hij bovendien dat langdurige solo's helemaal niets van doen hoeven te hebben met machogedrag, zoals vaak het geval is. Bij de frisse pianotriojazz fascineerde elke noot in de saxpartijen. Die toegankelijke klank van The Bad Plus paste goed bij Redmans sprankelende spel. Een prettig laatste optreden van de saxofonist, die zijn verkiezing tot Artist in Residence volledig waarmaakte.


Maar in Nederland wordt spannende jazz gemaakt, zoals zaterdag werd onderstreept door het komische Tin Men and The Telephone (met goed opgefokte ritmes van drummer Bobby Petrov) en het trio Kapok. De laatste band, komend uit de Kytemanstal, dankte zijn optreden aan de Dutch Jazz Competition, die de bandleden een week eerder hadden gewonnen. Ze lieten ook horen waarom: zeker in het laatste nummer werd het publiek van fraaie kamermuziek naar kluchtige rock gesleurd. Erg aanstekelijk allemaal. Het applaus was daverend.


Iets serieuzer ging het eraan toe bij het soloconcert van Paul Acket Award-winnaar Craig Taborn. In een volledig geïmproviseerde show vrat hij zijn piano op met fel aangeslagen noten en hoekige swings, verpakt in meeslepende verhalen.


Ook de afsluiter zaterdag in het op fijnproevers toegespitste Yenisei-zaaltje was serieuzer. De Nederlandse pianist Wolfert Brederode speelde bepaald geen typische festivalset met zijn rond stiltes opgebouwde muziek, maar de volhouders in de zaal kregen een concert voorgeschoteld dat bij vlagen van een ontroerende schoonheid was.


Verrassend leuk was het optreden van de Britse acteur Hugh Laurie, die met een grote band een fraaie ode bracht aan de Amerikaanse rhythm & blues, zoals die in de jaren vijftig in de Missippie Delta tot wasdom kwam. Niet alleen bleek Laurie een innemende persoonlijkheid, hij dirigeerde zijn band vanachter zijn piano tot een feestelijk samenspel.


Lauries optreden sloot mooi aan bij dat van het Heritage Blues Orchestra eerder op de dag, terwijl ook Taj Mahal met zijn striemende bluesgitaar onderstreepte dat de categorie blues dit jaar aardig vertegenwoordigd was. Dat gold niet voor hiphop en soul, helaas.


Maar toen zaterdag aan het eind van de avond Betty Wright in een al een uur voor aanvang volle Congo-tent haar opwachting maakte, verdween alle chagrijn. De 58-jarige soulzangeres die in de jaren zeventig haar grootste successen had, was nog nooit in Nederland geweest, mogelijk dat de organisatie haar daarom in de veel te kleine tent had geprogrammeerd.


Maar de in gouden glitterblouse gestoken zangeres nam de tent meteen volledig voor haar in. Met opgewekte soulstampers als Shoorah Shoorah en Clean Up Woman en ingetogen nummers als Go of het slepende Tonight's The Night bracht ze het publiek in vervoering. Knap die een-tweetjes met het koortje, en de parlando's. Wright was al een rapper voordat het woord bestond, en wie hoorde hoe ze Tonight's The Night smachtend tot twintig minuten wist op te rekken, zal dat nooit meer vergeten.


Snel vastleggen voor volgend jaar. Zo'n superieure soulshow is een zeldzaamheid.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden