Betty Blue

Betty Blue (27 inmiddels), nu nieuw met director's cut, is nog altijd raak.

'Als je zo veel geluk hebt, ben je gelukkig.' Filmmaker Jean-Jacques Beineix zegt het met een bijna verontschuldigende glimlach, in de documentaire over de totstandkoming van Betty Blue (oorspronkelijke titel 37o2 le matin, naar de gelijknamige roman van Philippe Djian). Het ruim een uur durende Blue Notes & Bungalows is een fraai extra op de toch al mooi uitgegeven Blu-ray van de 27 jaar oude film, verzorgd door het Engelse label Second Sight. Nieuw en belangrijkste daarop: de director's cut (die overigens weinig toevoegt).


Betty Blue maakte in 1986 indruk. De klusjesman-schrijver Zorg (Jean-Hugues Anglade) en de geestelijk labiele Betty (Béatrice Dalle) werden door de bioscoopbezoeker in het hart gesloten. Vanaf de eerste, gedurfde scène -- één ruim twee minuten lang shot waarbij de camera langzaam dichter bij de vrijende hoofdpersonen komt - tot het dramatische slot. De producente van de film noemt het in de documentaire een film van een generatie. Zoals Jean-Jacques Beineix een cineast van een generatie was. Hij had in 1981 succesvol gedebuteerd met Diva, een überhippe film over een Parijse brommerkoerier die verstrikt raakt in misdaad en in de ban van een operazangeres. Na de geflopte opvolger, La lune dans le caniveau, kwam Betty Blue moeizaam van de grond. Beineix wist weliswaar wat hij wilde - toen hij de nog ongepubliceerde roman onder ogen had gekregen, was hij op slag betoverd geraakt - maar hij contracteerde naar eigen zeggen de verkeerde producent ('een oplichter') en deed er een half jaar over om van hem af te komen. Het was niet de enige eigenzinnige daad waarbij Beineix zijn intuïtie volgde. Zo weigerde hij te doen wat iedereen wilde: Isabelle Adjani casten als Betty. Hij wilde per se de onbekende en debuterende Béatrice Dalle.


En dan kreeg hij tijdens de opnamen nog de geniale inval zijn film te beginnen met de vrijscène die in het scenario pas na tien minuten zou volgen. Hij moet op die gedachte gekomen zijn door de omstandigheid die hem naar eigen zeggen zo gelukkig maakte en die waarschijnlijk een sleutel tot het succes van Betty Blue was: zijn hoofdrolspelers waren verliefd op elkaar. Beineix zegt het, de twee hoofdrolspelers geven het in de documentaire met een vertederde glimlach min of meer toe.


En zo was alles ineens ten goede gekeerd. Al wist niemand toen nog hoe Betty Blue ontvangen zou worden. Want het was een gedurfde film. Beineix was, zegt hij in de documentaire, niet gevallen voor de mentale ziekte van zijn hoofdpersoon, maar voor haar wildheid, het compromisloze fanatisme waarmee ze het leven en de liefde omarmt. Daarmee vergde hij veel van zijn hoofdrolspelers, meer dan alleen de fysieke naaktheid. En in uiterlijk was de film overdadig, op het kitscherige af. De cameraman had alles overgoten met de overdaad van Kodachrome-kleuren.


Het bleken uiteindelijk allemaal gelukkige keuzen. Betty Blue werd erdoor een tijdloos drieluik: de heftige verliefdheid tussen de blauwe en roze strandhuisjes aan het Middellandse Zee-strand, de vlucht naar Parijs, waar hun relatie zich bestendigt, en het dramatische einde in een Zuid-Frans dorp. Waarbij Betty's ziekte - die nergens benoemd wordt maar lijkt op manische depressiviteit - het verhaal stuurt. Maar zoals Beineix die ziekte secundair vond, zo is Betty Blue bovenal en nog altijd een film over wat intense liefde behelst: de pijn voelen van het leed dat de ander ondergaat.


Betty Blue (1986)

Bioscoopversie (121'), director's cut (185') en 'the making of', uitgave Second Sight Films (import Groot-Brittannië).

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden