Beteuterd na twee valse starts

Het gebaar van de ervaren sprinter is veelbetekenend. Troy Douglas steekt twee vingers op en haalt de hand vervolgens langs de hals: Twee valse starts en je bent er geweest, jochie....

Een paar dagen geleden streek Joseph Kojo Feli neer in Leiden. Met een toeristenvisum voor 28 dagen hoopt de student uit Kampala, Uganda in Nederland bij een wedstrijd binnen de 10,38 te lopen op de 100 meter. Lukt dat, dan mag hij de komende zomer naar de WK in Edmonton. 'Ik kan me alleen maar kwalificeren bij elektronisch gemeten wedstrijden, in mijn land ontbreekt die apparatuur, dus ben ik hier.'

Hier, dat is de Leidse Hout, waar Leiden Atletiek zaterdag voor de dertigste keer de wedstrijden organiseert om de Gouden Spike - het vergulde sportschoentje dat ditmaal gewonnen werd door polsstokhoogspringer Christian Tamminga.

Kojo is ingeschreven op zowel de 100 als de 200 meter, maar zijn voorkeur gaat uit naar de kortste sprintafstand. Thuis, op het gras van Kampala, liep hij die al eens in 10,3, handgeklokt.

Het is louter toeval dat hij in Nederland is. Een vriend van hem, Charles S., ook sprinter, vroeg hier politiek asiel aan. Charles zat in het asielzoekerscentrum van Leiden, hij ging trainen bij Leiden Atletiek, waar coach Martin Huizing zich over hem ontfermde.

Huizing: 'Bij dat centrum zit iemand die wel vaker jonge jongens hier naar toe stuurt. Sporten werkt prima tegen de verveling, bovendien is het verenigingsleven goed voor de integratie.'

Charles is volgens Huizing 'geen wereldtopper', maar met 10,40 kan hij 'aardig' meekomen. 'Maar ik heb ook wel eens asielzoekers gehad uit Sierra Leone, die zomaar, zonder enige training, 10,20 liepen. Die jongens renden op gewone sportschoenen harder dan de beste lokale atleten op spikes. Maar na een tijdje werden ze dan weer overgeplaatst en daarna hoorde je niks meer van ze. Jammer.'

Ook Charles werd overgeplaatst, naar het asielzoekerscentrum in Egmond, maar hij bleef wel trouw naar de trainingen van Leiden Atletiek komen. 'Al zijn geld gaat op aan treinkaartjes, maar hij wil hier blijven trainen. Dat waardeer ik in zo'n jongen.'

Charles bleef bovendien corresponderen met zijn vriend Joseph Kojo Feli, student toerisme in Kampala en een getalenteerd sprinter. Of deze Kojo ook eens naar Leiden mocht komen, vroeg Charles aan zijn coach. Dat is goed, zei deze, laat maar komen, mits hij zelf zijn ticket koopt, dan kan hij hier logeren.

Dat laatste was makkelijker gezegd, dan gedaan. Huizing: 'Ik moest een visum regelen, nou, dan word je door Buitenlandse Zaken als een halve crimineel behandeld. Ze denken daar dat je niet goed bij je hoofd bent als je zo'n Afrikaanse jongen uitnodigt. Uiteindelijk kreeg ik dat visum. En nee, ik ben absoluut niet bang dat Kojo hier zal onderduiken.'

Dinsdag kwam Kojo aan op Schiphol, na een reis van vijftien uur. Een dag later stond hij al op de baan in de Leidse Hout, donderdag trainde hij voor het eerst met startblokken. Huizing: 'Het ging allemaal aardig, maar hij was wel behoorlijk geïntimideerd door de omstandigheden.'

Dat bleek ook zaterdag bij de wedstrijden om de Gouden Spike. De eerste start was echt 'vals', Kojo was gewoon te snel weg. Bij de tweede start bewoog de onervaren atleet alleen maar in de blokken, maar ook dan is de geavanceerde elektronische apparatuur meedogenloos.

Een ervaren sprinter als Martijn Ungerer (100 meter in 10,37) kwam na afloop nog even uitleggen hoe die startblokken precies werken: 'Don't move in the blocks!' Kojo kreeg later op de dag nog een kans op de 200 meter, waar hij ditmaal wel goed van start ging.

Zijn 22,16, ver achter de winnende tijd (20,79) van smaakmaker Douglas, was echter niet om over naar huis te schrijven, maar dat wist hij al langer: '200 meter is niet mijn afstand, veel te lang.'

Trainer Huizing hoopt dat zijn atleet de komende weken nog bij meer wedstrijden mag uitkomen. Eén afspraak kon hij zaterdagmiddag al maken. De organisatie van de Nelli Cooman Games in Stadskanaal ziet de Oost-Afrikaan graag aan de start verschijnen. Voor kost en inwoning wordt gezorgd.

Joseph Kojo Feli, een sympathiek jongmens uit het land dat olympische atletiekhelden als Davis Kamoga (1996) en John Akii-Bua (1972) voortbracht: 'Stadskanaal? Groningen? Nooit van gehoord, maar ik ga er heel graag naartoe.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.