Betere zorg verslaat medicijnen

De opkomst van de hersenscan heeft het mogelijk gemaakt, hersenbloedingen en -infarcten te onderscheiden en gerichter te behandelen. Medicijnen zetten echter niet veel zoden aan de dijk....

'DE BETERE ZORG die patiënten met een hersenberoerte op een stroke unit ontvangen, is de belangrijkste factor die maakt dat het perspectief de laatste jaren voor zulke patiënten zoveel beter is geworden.'

Prof. dr. Martien Limburg, hoofd van de afdeling klinische informatiekunde aan de Universiteit van Amsterdam, staat er zelf eigenlijk ook een beetje van te kijken. Niet allerlei technische hoogstandjes, nieuwe beeldvormingstechnieken, nieuwe medicijnen of operaties hebben de afgelopen jaren een omslag in de kijk van artsen en neurologen op de patiënt met een hersenberoerte teweeg gebracht. Het is vooral de verbeterde organisatie van de zorg voor de beroerte- patiënt geweest die hen veel optimistischer heeft gemaakt over hun lot.

Limburg, van huis uit neuroloog en gespecialiseerd in de hersenberoerte, of CVA, zag die omslag zich onder zijn eigen ogen voltrekken. 'Toen ik zestien jaar geleden aan mijn opleiding tot neuroloog begon, waren CVA-patiënten in het ziekenhuis maar nauwelijks gewenst. In het Amsterdamse Wilhelmina Gasthuis, één van de voorlopers van het huidige Academisch Medisch Centrum, zag men hen het liefst zo snel mogelijk naar 'de overkant' verhuizen, naar de revalidatiekliniek aan de Overtoom.'

Er was voor neurologen geen eer te behalen aan een CVA-patiënt; ze stonden gewoon met lege handen. Hun vakmatige aandacht ging vooral uit naar de degeneratieve hersenziekten zoals Alzheimer en Parkinson, waar veel meer onderzoek aan gedaan kon worden.

Pas met de komst van de computertomograaf (CT-scanner) kwam daar een beetje verandering in. Limburg: 'Tot die tijd liep alles door elkaar. Je kon nog geen onderscheid maken of een CVA-patiënt een hersenbloeding had gekregen of dat het om een herseninfarct ging, een afsluiting van een belangrijk bloedvat naar, of in de hersenen door een stolsel. Dat kon pas ná het overlijden van de patiënt. Met een CT-scan is dat onderscheid wél te maken en nu weten we dat 80 procent van de CVA-patiënten door een infarct wordt getroffen en de resterende 20 procent door een hersenbloeding.'

Het gaf de neurologie een beter inzicht in de aard en het verloop van de beroerte en bood eerste aanknopingspunten voor een behandeling van de CVA-patiënt. De aandacht ging vooral uit naar het opheffen van de vaatafsluiting, door middel van toediening van bloedstolseloplossende medicijnen. En naar het voorkomen van de beschadiging van grote delen van het hersenweefsel door zuurstoftekort.

Dat gebeurt door middel van weefselbeschermende stoffen, die, aldus Limburg, in het laboratorium en in dierexperimenten spectaculaire resultaten hadden laten zien. In de `halfschaduw' van het door de beroerte getroffen hersengebied zou op die manier nog best winst te behalen zijn, was de hoop.

Maar toen puntje bij paaltje kwam, bleken deze nieuwe benaderingen toch tegen te vallen. Limburg: `Stolseloplossing of trombolyse is een behandeling die snel moet worden toegepast, binnen drie tot maximaal zes uur nadat het herseninfarct is ontstaan. Per saldo wordt hiermee maar bij 10 procent van de CVA-patiënten winst behaald. En de weefselbeschermende medicijnen hebben hun verwachting niet waargemaakt. Experimenten met een nieuw middel als lubelozole zijn onlangs nog stopgezet wegens het teleurstellende resultaat.'

Een andere lijn in de zorg en de behandeling van de CVA-patiënt heeft uiteindelijk wel tot resultaat geleid. In navolging van de successen die cardiologen in de jaren zeventig wisten te boeken met de behandeling van hartinfarct-patiënten in intensive-care units gingen neurologen over tot het oprichten van speciale intensive-care afdelingen voor beroertepatiënten, de strokE units.

Limburg: 'Met name in de Scandinavische landen en in Engeland werden veel stroke units opgericht. Maar na een paar jaar zag je de meeste ervan weer verdwijnen, wegens ogenschijnlijk gebrek aan succes. Het waren diehards die vasthielden aan het idee en in kleine vergelijkende onderzoeken toch betere resultaten wisten te boeken.'

`De grote omslag kwam in 1993, toen Schotse artsen in een artikel in The Lancet in een zogenoemde meta-analyse van tien van zulke kleine trials aantoonden dat de opname van een CVA-patiënt op een speciale stroke unit de sterfte met ruim 20 procent terugdringt en dat blijvende hulpbehoevendheid, in de zin van een opname in een verpleeghuis, met 30 procent afnam.'

Wat het precies is dat de zorg voor een CVA-patiënt op een stroke unit tot deze resultaten brengt, is niet bekend, zegt Limburg. 'We weten het eenvoudig nog niet. Het is niet alleen een kwestie van het bordje op de deur. Mogelijk speelt de intensieve aandacht en zorg voor de CVA-patiënt een rol. In ieder geval is duidelijk dat de winst vooral in de eerste weken behaald wordt.'

Op een stroke unit begint men snel, vaak al na een dag, met fysiotherapie of ergotherapie, de behandeling voltrekt zich volgens vaste protocollen, er is een betere samenwerking tussen de verschillende specialismen, de medische staf is beter getraind en de patiënten en zijn familie worden beter voorgelicht over de aandoening en de gevolgen ervan. `Misschien is het de combinatie van enthousiasme en deskundigheid bij artsen en verpleegkundigen, van het snel op de been helpen van de patiënt, van het voorkómen van trombose en slikstoornissen en van het bestrijden van koorts, die de stroke unit tot een succes maken', aldus Limburg.

Het wetenschappelijk gedocumenteerde succes van de stroke units heeft de zorg voor de CVA-patiënt de laatste jaren ingrijpend veranderd. Volgens Limburg heeft tegenwoordig al één op de drie tot de helft van de Nederlandse ziekenhuizen een speciale stroke unit ingericht. En voor daarna, na ontslag uit het ziekenhuis, zijn er de stroke services, die de verdere zorg en nazorg voor de CVA-patiënt coördineren. `Heel Nederland gaat zo langzamerhand om', zegt Limburg. 'En daardoor komen er meer mensen goed door een beroerte heen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden