Beter worden kost tien jaar, of meer

AMSTERDAM - Waar ter wereld kon Ajax beter getuigen van de omwenteling van Cruijff dan in Barcelona, in de biotoop van de meester zelf? Ajax leverde een helft lang een aardige proeve van bekwaamheid, maar Ajax heeft geen Messi.


Dat is meteen het zwakke punt in alle verheven verhalen over opleiding die aan de oorsprong van de revolutie lagen. Messi is gekneed, maar Messi is vooral geboren als voetballer. Hij is een gave van God, of een sensationele mix van voetbalgenen. Hij liep al hele kluiten jongens voorbij toen hij 4 was, toen nog nooit een trainer naar hem had gekeken. Hoe revolutionair Ajax ook is, Ajax wacht vooral op de geboorte van de nieuwe Cruijff.


Het duel toonde in andere zin het gelijk van Cruijff: de Nederlandse voetballer, en ook de buitenlandse Ajacied, is simpelweg niet goed genoeg, vooral in technisch opzicht.


Dat gezegd hebbende, is het een favoriet gezelschapsspel voor media en andere critici: keer terug naar september 2010, naar de maand waarin Johan Cruijff het vuur van de revolte liet ontbranden na desastreuze duels tegen Willem II en Real Madrid, en vergelijk met een jaar later, met twee jaar later, met drie jaar later.


Dan luidt menig conclusie, na al die nederlagen tegen Real Madrid met ruime cijfers: niets opgeschoten. Verloren van Barcelona met 4-0, woensdag in Camp Nou: niets geholpen. Het zijn constateringen uit opportunisme.


Zo werkt dat niet. De omwenteling is een olievlek die zich langzaam verspreidt over de club, over een decennium of langer. Het is leven en werken volgens een andere visie. Kijk naar Ajax in de eerste helft, dat speelt positiespel, dat speelt op balbezit, zonder al te veel drang naar voren, maar toch positiespel. Dat was bijvoorbeeld helemaal weg onder Jol, de vorige trainer.


Alleen: de voetballers van Barcelona zijn gewoon veel beter, vooral in technisch opzicht. Precies zo dacht Cruijff erover, drie jaar geleden. Ook Cruijff zag al die voetballers van de toekomst in het eerste elftal. Mooi. Proficiat. Hij miste ze alleen in de creatieve sector van het elftal, waarbij hij misschien te weinig rekening hield met de voortdurende emigratie van nauwelijks ontloken talent.


Cruijff zei dus: anders opleiden, individueler, gedurfder. Ja, dat supertalent à la Messi wordt geboren, maar de iets mindere goden kun je stimuleren, laten ontbolsteren. Je kunt ze slijpen, met behulp van specialistische trainers. Dat valt niet af te lezen na een jaar, zelfs niet na drie jaar.


Ajax investeert dus in jongens tegenwoordig, niet meer in mannen. Fischer, Cerny, Meleg, Karlsson. De club betaalt tonnen, soms meer dan een miljoen voor ventjes van 16, 17 jaar oud. Dat is het nieuwe beleid. Dat Ajax nauwelijks nog kant en klare voetballers koopt van 5 miljoen of meer, is ook beleid, hoe jammer menigeen dat ook vindt.


Want die weigering met miljoenen te smijten werpt de club telkens weer een eindje terug, zoals na het vertrek van Eriksen en Alderweireld. Zodat het telkens lijkt alsof de club niets is opgeschoten. In puur opportune zin is dat ook zo: Cruijff wilde naar de Europese top. Dat schiet op deze manier niet op, want opleiden is een zaak van lange adem.


De gevolgen van dat nieuwe beleid van de Amsterdamse club zijn vooralsnog eerder terug te zien op de bankrekening dan op het veld. Miljoenenverliezen zijn uitgebannen. 10 miljoen bedroeg de winst over het laatst gemeten beursjaar, 2011-2012. Bovendien heerst binnen de club betrekkelijke rust, omdat iedereen tegenwoordig weet welke kant Ajax op wil.


Maar op een avond als woensdag is dat even moeilijk te begrijpen.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden