Beter leven in vrij Zuid-Soedan blijkt na een jaar ijdele belofte

KEES BROERE

Het poloshirt van de Zuid-Soedanees ziet er nog fris uit. 'Een beter leven voor iedereen', zo luidt de belofte die op het kledingstuk is gedrukt. Hoe dan wel? Door te 'kiezen voor de SPLM', de regeringspartij in 's werelds jongste natie, Zuid-Soedan. Maar nog geen jaar na de onafhankelijkheid blijkt die belofte volstrekt ijdel te zijn.

Een intern rapport van de Wereldbank laat er geen enkel misverstand over bestaan. Het internationale financiële instituut 'heeft nog nooit zo'n dramatische situatie meegemaakt als die waarvoor Zuid-Soedan staat.' En dat, omdat in januari de regering besloot de volledige productie van olie stil te leggen.

De regering, geleid door president Salva Kiir, nam dat besluit, omdat zij het met de noorderbuurman Soedan niet eens kon worden over de prijs die voor de doorvoer van de olie naar de Soedanese kust betaald moest worden. Het is waar dat Soedan een bedrag vroeg dat ver boven de marktprijs ligt. Maar Zuid-Soedan raakte in één klap 98 procent van zijn inkomsten kwijt.

We komen de moeilijke tijd wel door, zo luidde de reactie van de Zuid-Soedanese regering aan de Wereldbank. Maar de internationale donor spreekt van een 'gebrek aan serieuze aandacht' voor de gevolgen die de maatregel voor de burgers heeft. 'Dat', aldus de Wereldbank, 'stemt uitermate bezorgd en geeft de boodschap af dat de regering niet geeft om haar eigen bevolking en bereid is deze te laten lijden voor een onduidelijk doel'.

Ongeveer de helft van de Zuid-Soedanezen leeft nu onder de armoedegrens. Volgend jaar kan dat percentage oplopen tot 83 procent. De nieuwe munt, het Zuid-Soedanese pond, zal enorm in waarde dalen. Door dat alles zal de voedselonzekerheid toenemen, de kindersterfte omhoog gaan en zullen veel minder kinderen naar school kunnen. En dat in een land dat feitelijk nog van de grond af moet worden opgebouwd.

De situatie wordt nog ernstiger door de dreigende oorlog met Soedan. Wie dezer dagen door Zuid-Soedan reist, ziet dat vrijwel al het geld dat het land nog te besteden heeft, linea recta naar de krijgsmacht gaat. Brandstof bijvoorbeeld is voor de burger moeilijk te krijgen en bijzonder duur. De kazernes hebben hun eigen, goed gevulde depots.

In de laatste jaren voor de onafhankelijkheid van juli 2011, toen Zuid-Soedan over vergaande autonomie beschikte, hebben de machthebbers in elk geval voor zichzelf bijzonder goed gezorgd. Zo zou, volgens Amerikaanse berekeningen, president Kiir inmiddels een slordige vijftig miljoen dollar op buitenlandse rekeningen hebben staan. In het bestuur van het jonge land voert corruptie op veel niveaus de boventoon.

Dat zou wellicht minder erg zijn als de bestuurders daarnaast blijk zouden geven van enige competentie. Dat is volgens de kenners niet het geval. Banen worden vergeven aan oud-strijders van het vroegere verzetsleger SPLA, die vaak nauwelijks geschoold zijn. Goed opgeleide jongeren uit de diaspora maken vooralsnog weinig kans en kiezen er dan ook nog maar mondjesmaat voor om actief bij te dragen aan de opbouw van hun geboorteland.

In de hoofdstad Juba kennen velen het verhaal van 'de koffer' die de Soedanese president Omar al-Bashir aan de Zuid-Soedanese leiders zou hebben overhandigd in 2005, na het tekenen van het vredesakkoord. Daarin zou 60 miljoen dollar aan contanten hebben gezeten, bedoeld om onder hun makkers uit te delen en zo mogelijk de afscheiding te voorkomen. Dat laatste gebeurde niet. Van de dollars ontbreekt ieder spoor.

Het gebrek aan competentie wordt ruimschoots gecompenseerd door de arrogantie van veel Zuid-Soedanese leiders. Zij staan immers aan het hoofd van een nu soeverein land en menen als geen ander te weten wat goed is voor Zuid-Soedan. Tegelijkertijd echter wordt iemand als president Kiir door kenners afgeschilderd als 'het gehandicapte broertje van Bashir', als iemand die niet tot effectief onderhandelen in staat is en van wie vrijwel niemand kan zeggen welke visie hij voor zijn land heeft.

Wel heeft Zuid-Soedan veel opgestoken van de militaristische manier waarop het buurland Soedan wordt geregeerd. De oorlogsdreiging is enkel een nieuw excuus om weinig tot niets te doen aan de vorming van een democratische rechtsstaat. De internationale vrienden van Soedan, onder wie ook Nederland, kunnen hun teleurstelling hierover nauwelijks nog verbergen.

Nederland opende in het vrije Zuid-Soedan snel een ambassade. Demissionair CDA-staatssecretaris Ben Knapen van Ontwikkelingssamenwerking heeft begin juni een bezoek aan Juba gepland. Jaarlijks ontvangt Zuid-Soedan uit Den Haag 75 miljoen euro, onder meer bedoeld voor de opbouw van de 'rechtsorde'. Wat Salva Kiir aan Knapen ook zal vertellen, het verhaal over een democratisch Zuid-Soedan is voorlopig een sprookje.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden