Beter decor dan Los Angeles

Rotterdam is wél te filmen. Wat heet. Met forse investeringen lokt de stad de Nederlandse filmwereld, die de weg naar het geld snel wist te vinden....

'HOEZO? is het nachtleven hier zo berucht dan?' Actrice Louise Lombard, hoofdrolspeelster in Claim van Martin Lagestee, arriveert een uur te laat op de set in hotel Centraal, midden in Rotterdam. Maar met een bruisende nacht in de havenstad heeft haar vertraging niks van doen. 'Ik dacht dat ik daarvoor in Amsterdam moest zijn', zegt de Engelse actrice. 'Hoewel. Toen ik hier aankwam, dacht ik: Waar ben ik? Ik verwachtte in Rotterdam een haven, met Hollandse huizen langs de waterkant. Ik had geen idee dat het zo modern zou zijn.'

Rotterdam is het filmdecor van Nederland. Wie iets met een film in Nederland van doen heeft, zoals Louise Lombard, komt bijna vanzelfsprekend in de havenstad terecht. Toen Lagestee Claim draaide, puilde Rotterdam uit van filmploegen: Nouchka van Brakel maakte op dat moment De Vriendschap, Ruud van Hemert Ik ook van jou, Tjebbo Penning was bezig met Morlang, Nanouk Leopold werkte aan Iles Flottantes en Irma Achten had net de laatste hand gelegd aan haar komedie Babs.

'De laatste jaren is het aantal crews in de stad explosief gestegen', zegt John Phoxx, locatiescout te Rotterdam. 'Afgelopen zomer werd het bijna lachwekkend. Op een gegeven moment draaide er een ploeg in het museumpark, terwijl een andere in Boijmans Van Beuningen bezig was. Die moesten echt oppassen dat ze elkaar niet in beeld kregen.'

Phoxx werkt op internet aan een archief van Rotterdamse filmlocaties. Uiteindelijk moet deze databank 'duizenden' plekken in de stad herbergen. 'Locatie-eigenaars worden gek gebeld. Daarom ben ik alle interessante plekken aan het digitaliseren. Wie naar Rotterdam wil komen, kan thuis vast zoeken naar aardige locaties.'

Rotterdam gold lange tijd als een niet te filmen stad. Te echt. Niet geschikt voor illusies. Rotterdam? Dat was de Hefbrug over de Nieuwe Maas zoals Joris Ivens die vereeuwigde: een monument van noeste arbeid en vooruitgang. Rotterdam stond voor werken - zie: Maasbruggen (Paul Schuitema, 1937), Rotterdam aan de slag (Herman van de Horst, 1946), Rotterdam - Europoort (Ivens, 1966) -, geld en Nieuwe Zakelijkheid. Totdat de haven verhuisde. En de Hefbrug na de komst van een spoorwegtunnel overbodig werd. Rotterdam paste niet meer in zijn rol.

Rogier Stoffers, cameraman van Miriam Kruishoops Unter den Palmen (1999), vond de stad opnieuw uit. Stoffers filmde een metropool, met eigenzinnige hoogbouw, straten als avenues en een almaar veranderende skyline, die onder een sluier van blauw licht warm en koud tegelijk oogde. Rotterdam was zoiets als fascinerend. Cool, zelfbewust en gericht op verandering; in de dansfilm Enclosed (2000) van Marijke Jongbloed kijkt de stad toe hoe de hefbrug inmiddels functioneert als podium voor een choreografie van Ed Wubbe.

'Vanaf de jaren negentig zette de opmars in', zegt Bas van der Ree, die als 'locatievinder' werkte voor onder anderen Kruishoop en Jacky Chan (Who Am I?). 'Er doken meer en meer internationale producties op. Duitsers, Hongaren. Voor de haven in eerste instantie, die het als plek van verlangen goed deed. De interesse is op een gegeven moment naar de stad zelf verschoven, naar de architectuur. Rotterdam werd herkend als een filmische stad, met al die ruimte en altijd wel ergens een paar mensen op straat. Rotterdam is een plaats waar veel te vermoeden valt.'

De grote trek van filmmakers richting de Maas kwam niet spontaan op gang. Rotterdam heeft zijn plek in de filmwereld bevochten. Met aantrekkelijke voorwaarden (wie komt draaien, krijgt drie tot vijf ton te leen) en grote investeringen in studio's (Schiecentrale), infrastructuur (25 KV, een gebouw voor av-bedrijven dat 12 miljoen kostte) en opleidingen.

In 1995 werd het Rotterdams Fonds voor de Film opgericht, dat momenteel vier miljoen gulden per jaar in filmmakers investeert, met de verplichting dat die filmmakers 150 procent van het geleende bedrag ook weer in Rotterdam uitgeven.

'Die vier miljoen wordt stap voor stap verhoogd naar acht miljoen per jaar', zegt Jacques van Heijningen bijna achteloos. 'Dat moet ook wel. Het huidige budget is te klein. In 2000 was het geld al in juli op. Het aantal aanvragen om hier te draaien is opgelopen van 16 in 1996 tot 76 in 2000, televisiewerk en korte films meegeteld.'

Van Heijningen is sinds 1999 directeur van het fonds, een baan die hij uitbreidde met de functie van filmcommissioner van de stad Rotterdam: 'Iedereen die hier wil filmen, meldt zich bij mij. Dan regelen wij de vergunningen'.

De voormalig directeur van het Nederlands Film Festival ontpopt zich als een olijke ondernemer, die Rotterdam bij voorkeur afzet tegen Los Angeles (géén partij natuurlijk; Rotterdam is slimmer en goedkoper). Als in Amsterdam Het Ketelhuis of het Maurits Binger Instituut met de politiek botst, roept Van Heijningen meteen dat ze in zijn stad wél welkom zijn - over verhuiskosten en compensatieregelingen valt vanzelfsprekend te praten.

Het voorbeeld waar Van Heijningen graag naar kijkt, is de Duitse deelstaat Nordrhein-Westfalen, waar de overheid forse bedragen in de audiovisuele branche steekt, met als resultaat dat in de lokale filmindustrie honderden miljoenen omgaan. 'Van het geïnvesteerde geld komt daar een vijfvoud in de economie terug. 500 procent, dát is nog eens een spin off. Wij zaten in 1999 op 245 procent.'

Producent Petra Goedings vestigde, net als IJswater Films, Martin Lagestee Film en Argus, een deel van haar bedrijf in Rotterdam. 'Ik kan als co-producent op de internationale markt meedoen, omdat ik met het Rotterdamse geld iets in handen heb. Die drie ton maakt van mij een serieuze gesprekspartner, ook al is het geleend geld. Voor de meesten is het geen probleem in ruil daarvoor een film in Rotterdam af te werken.'

Er is meer dan een pot met geld. De Rotterdamse mentaliteit is 'opener', zegt Goedings. Van poeha - een Amsterdamse specialiteit - houden Rotterdammers niet. 'In Amsterdam moet over het verplaatsen van drie paaltjes lang worden vergaderd. Die cultuur kent Rotterdam niet. Zoiets is hier in een paar uur geregeld.'

Het succesverhaal van Rotterdam valt wél samen met de gevolgen van de gunstige fiscale maatregelen voor filminvesteerders, relativeert Martin Lagestee. Hij vraagt zich af of hij de Rotterdamse vestiging van Lagestee Film draaiende kan houden nadat deze stimuleringsmaatregel over een jaar is uitgewerkt. 'Er was eindelijk geld. Iedereen kon aan de slag. In dat klimaat is het filmbeleid van Rotterdam vooral interessant. Ik zag de fiscale maatregel en het Rotterdamse beleid als elkaar versterkende krachten. Het is de vraag wat van het effect overblijft als de Nederlandse film weer terugvalt naar een cultuur van dubbeltjes en kwartjes.'

Van Heijningen ziet in de in ontwikkeling zijnde, afgezwakte versie van de fiscale maatregel juist 'nieuwe kansen' voor Rotterdam. Voor films met een nadrukkelijk nationaal karakter resten er dadelijk genoeg mogelijkheden, denkt hij. Het Rotterdams Fonds voor de Film werkt aan een fonds voor in Rotterdam gevestigde producenten. 'Ik verwacht dat lokale vermogensbeheerders een fors bedrag in Rotterdamse films gaan steken. Wij gaan 20 projecten ontwikkelen waarin 100 duizend gulden wordt gestoken. Van die 20 moeten er uiteindelijk zes producties worden gerealiseerd.'

'Waar we voor moeten waken, is metaalmoeheid', zegt Bas van der Ree, terwijl hij een nieuwe 'toplocatie' toont, op de 33e verdieping van het World Port Centre, een 120 meter hoog kantoorgebouw op de kop van Zuid. 'Niet alle filmploegen zijn even subtiel, zal ik maar zeggen. Regelgeving is noodzakelijk. Een liefde bloeit hier snel op, maar zij kan nog sneller afgelopen zijn.'

Het eergevoel - een filmploeg in huis! - maakt plaats voor zakelijkheid, erkent Van Heijningen. Parkeergarages vragen plotseling 'duizenden guldens' om crews te stallen en bewoners van vaak gefilmde locaties beginnen te klagen over de logistieke rompslomp waarmee opnamen samengaan.

Er wordt gewerkt aan een protocol. Filmmakers dienen binnenkort een 'gedragscode' te ondertekenen. Van Heijningen: 'De politie en de gemeente worden anders stapelgek. Ligt het Hofplein opeens wéér helemaal dicht. Of de Willemsbrug, voor de zesde keer in een half jaar. We moeten verder professionaliseren. Als er dan een container met troep op de stoep achterblijft, weten we meteen waar de rekening naar toe moet.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden