REPORTAGEFietstocht naar Rome

Beter dan dit, rijdend door de wijngaarden van de Elzas, wordt het fietsende leven niet

Wat heeft corona betekend voor onze manier van reizen? Heeft slow tourism de toekomst? Journalist Jeroen van Bergeijk fietst naar Rome om dat uit te zoeken. Derde bestemming: Basel.

Jeroen van Bergeijk in de Elzas, op weg naar Basel.Beeld Jeroen van Bergeijk

Wat een genot: als je Metz binnenrijdt, is één hele weghelft van de drukke Boulevard Pontiffroy voor fietsers gereserveerd. De rijbaan is afgezet met gele pionnen. Op het asfalt zijn grote fietsiconen geschilderd. Dit is een van de vele ‘coronapistes’ die Frankrijk rijk is; autowegen die tijdelijk zijn omgetoverd tot fietspaden. Heel fijn allemaal, zeker voor een fietstoerist, maar een groot succes lijkt het niet. In een doordeweeks spitsuur ben ik een van de weinigen die het pad gebruikt.

Sinds de coronacrisis lijkt de fiets aan een wereldwijde opmars bezig. Zowel in de Verenigde Staten als in Europa zijn fietsen niet aan te slepen en moeten dealers al maanden nee verkopen aan hun klanten. Van Parijs tot New York, en van Rome tot Mexico Stad, worden in sneltreinvaart fietspaden aangelegd. Zo ook in Metz. De lokale overheid probeert een gedragsverandering teweeg te brengen. Een woordvoerder van de gemeente meldt dat 61 procent van de dagelijkse autoritten in Metz minder dan 3 kilometer beslaat. Ze hoopt dat de coronafietspaden – en een subsidie van 30 procent op de aankoop van een nieuw rijwiel – de ­inwoners van Metz zullen verleiden wat vaker de fiets te nemen.

Vadim Kornloff, die mij vannacht in zijn AirBnb-appartement onderdak verschaft, denkt er het zijne van. Hij bevestigt mijn indruk dat er in Metz nauwelijks van de nieuwe fietspaden wordt gebruikgemaakt. ‘Fransen zijn verslaafd aan hun auto’, zegt hij. ‘Die fietspaden zijn politiek gemotiveerd, het is niet iets waar daadwerkelijk behoefte aan is. Echt, je hebt meer nodig dan corona wil je een Fransman op de fiets krijgen.’

Cijfers van fietsbelangenorganisatie Vélo & territoires daarentegen laten zien dat in de eerste week na de lockdown – toen het openbaar vervoer massaal werd gemeden – het fietsgebruik in heel Frankrijk met 27 procent steeg in stedelijke gebieden en met 138 procent in de buitenwijken. Aan de andere kant: in Marseille werden de tijdelijke fietsvoorzieningen al na zes dagen weer opgeheven.

Op weg naar de derde bestemming: Basel.Beeld Jeroen van Bergeijk

Van een opleving van het fietsgebruik is de volgende dag in elk geval niets te merken. Al uren heb ik weinig anders ­gezien dan velden wuivend graan en bloeiende zonnebloemen. Elk dorpje is uitgestorven. De boulangeries, dorpscafés en winkeltjes zijn al lang geleden gesloten. Hier heb ik het gevoel dat ik de laatste fietser op aarde ben – of in ieder geval in Lotharingen. Dit is zo’n deel van Frankrijk waar je met de auto alleen maar doorheen zou scheuren, op weg naar vrolijker oorden. Met de fiets heb je die luxe niet en voel je de verlatenheid.

Elk dorpje is uitgestorven. De boulangeries, dorpscafés en winkeltjes zijn al lang geleden gesloten.Beeld Jeroen van Bergeijk

Het is 30 graden, mijn water is op en ik verga van de dorst. Met mijn bidon in de hand bel ik aan bij een huis in Arriance (212 inwoners). Twee honden slaan aan, niemand doet open. Dan roept een jongetje van de overkant van de straat: ‘Monsieur, zoekt u water?’ Ik ben kennelijk niet de eerste die hier uitgedroogd strandt. Hij troont me naar de achterkant van de kerk. Daar is een waterkraan.

Kraan

Voor het eerst deze reis maak ik me zorgen waar ik moet slapen – en of ik wel wat te eten kan bemachtigen. Ik ploeter verder. Na 90 kilometer fietsen tref ik in het gehucht Mittersheim een camping. Ik heb mijn tentje nog niet opgezet of er rijdt een zwaarbepakte fietser het terrein op. Hij trapt meteen door naar de toiletruimte, strompelt naar binnen en draait een kraan open. Minutenlang slokt hij het water naar binnen. Maurice Bastin (55) heeft net als ik onderweg ‘om water moeten bedelen’. Hij heeft vandaag 140 kilometer gefietst, maar je zult hem niet horen klagen. Nu in Nederland de campings vol staan, is hij blij in Frankrijk rust te vinden. ‘Met zijn allen hutjemutje, ik moet er niet aan denken. Ik voel me hier veiliger voor het virus dan in Nederland.’

Langs het half ingestorte Marne-Rijnkanaal steek ik de Vogezen door naar de Elzas. In Saverne, bij KF Bike Shop, staat de rij klanten tot op de stoep. Mijn fietsstandaard is afgebroken en ik wil een nieuwe. Ook in Saverne zijn de fietsen niet aan te slepen, vertelt de fietsenmaker. Hij verkoopt vooral veel e-mountainbikes. Niet iedereen weet daar even goed mee om te gaan. ‘Vorige week is er iemand met zo’n gloednieuwe e-bike in het kanaal gedonderd.’

Kersen en pruimen

Het contrast met de graanvelden van een paar dagen terug kan haast niet groter zijn. Ik volg de Véloroute du Vignoble, door de wijngaarden van de Elzas. Vanaf het fietspad kun je overrijpe kersen zo uit de boom eten. Op de camping hoef ik zelfs niet op te staan om van de sappige Reine Claude-pruimen te genieten: die ploffen zo voor mijn tentje neer.

Beter dan dit wordt het fietsende leven niet.

Honderden anderen denken er net zo over. Jong en oud, gezinnen en singles, wielrenners en bepakte vakantiefietsers met aanhangwagens, tout le monde zit vandaag op de fiets.

‘Op weg naar Rome?’

‘Hè? Wat?’

Hijgend stap ik af.

‘Jullie ook dan?’, vraag ik het stelletje dat op een heuvel onder een boom zit uit te rusten. Nee, maar wel een eind in de richting. Judith van der Toorn (31) en Elmar Jansen (39) fietsen in twee weken van Amsterdam naar Zwitserland. Zij en ik volgen min of meer dezelfde route, die via Basel naar Rome loopt, en is uitgezet door kaartenmaker Paul Benjaminse. Ik begon zo’n beetje te geloven dat slow tourism per fiets iets was voor 50-plussers en gepensioneerden, dus gretig begin ik een praatje met deze dertigers. ‘Toen wij vrienden vertelden dat we naar Zwitserland gingen fietsen, reageerden die met: ‘Huh? Hoe dan? Kan dat?’, zegt Van der Toorn. ‘Onze generatie is zo gewend overal naartoe te vliegen, die is vergeten dat het ook anders kan.’ Het plan om met de fiets naar Zwitserland te gaan had het tweetal overigens al voor corona. Veel hoop dat het virus voor een kentering in de manier van reizen gaat zorgen heeft het stel niet. Van der Toorn: ‘Ik heb vriendinnen die een maand geleden alweer in het vliegtuig naar Ibiza zaten.’

In Colmar, het hart van de wijnstreek, voelt het wel een beetje als Ibiza. In de club tegenover mijn hotel houdt, naarmate de avond vordert, geen mens zich aan de 1 meter afstand. Ook de terrassen zitten stampvol. Als ik daarover tegen de serveerster – die de regel over het verplichte mondkapje in de Franse horeca aan haar laars lapt – mijn verbazing uitspreek, zegt ze: ‘Het is alsof corona nooit bestaan heeft. Het enige verschil is dat we nu voornamelijk Franse klanten hebben en nauwelijks buitenlanders.’

Wijnproeven in de Elzas.Beeld Jeroen van Bergeijk

Misschien ben ik al die toeristen een beetje ontwend. Misschien was dat uitbundige wijnproeven gisteren toch niet zo’n goed idee. Misschien vond ik het afzien tussen de graanvelden toch spannender. Of misschien komt het doordat ik de laatste 50 kilometer naar Bazel door de miezerregen rij. Wat het ook is, ik heb opeens geen zin meer in dat hele fietsen. Ik verlang naar huis. En Rome is nog ver.

Dit project is mede mogelijk gemaakt met financiële steun van het Fonds ­Bijzondere Journalistieke Projecten.

Lees hier over de tocht van Jeroen van Bergeijk naar de eerste twee bestemmingen: Maastricht en Schengen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden