Beter dan de beste

Rolstoeltennister Esther Vergeer, 's lands succesvolste sporter van de laatste tien jaar, zag al haar dromen vervuld. Op één na. 'Als ik vrouwen achter een kinderwagen zie, baal ik.' Tijdens zijn theatertournee ontleedt Frénk van der Linden het hoofd en hart van een controlfreak.

Soms wordt Esther Vergeer midden in de nacht wakker. Dan herinnert ze zich in het duister een droom, en weet je wat het gekke is: iedere keer komt ze erin voor als een onstoffelijk wezen. Ze ziet zichzelf niet met dat verlamde onderlichaam in een rolstoel zitten of gezond van lijf en leden aan de zijde van Roger Federer het gemengd dubbel op Wimbledon winnen. Nee, ze trekt door een niemandsland, en ze zweeft. 'Ik zweef van plek A naar B. Het is niet duidelijk hoe en waarom, maar ik kan in zo'n droom gaan en staan waar ik wil. Vrij.'


Twee minuten geleden reed ze, tussen tientallen hardgele tennisballen door, het podium van theater Het Klooster in Woerden op. Energiek bewogen haar handen de rolstoel voort. Grote handen zijn het, femi-niene kolenschoppen. Tot hilariteit van het publiek blijken ze proefondervindelijk bijna anderhalf keer zo fors als die van de interviewer.


Inzet van het gesprek met 's lands meest succesvolle sporter van de afgelopen tien jaar is de vraag hoe een fysiek kwetsbare vrouw binnen de krijtlijnen zo moordlustig kan zijn. Waar haalt Esther Vergeer haar mentale kracht vandaan?


Naast haar gewone rolstoel staat een wedstrijdexemplaar op de bühne. 'Deze heb ik speciaal ontworpen voor de Paralympische Spelen van 2012 in Londen', zegt ze. 'Het probleem was altijd dat ik veel energie verloor, doordat mijn benen bij snelle bewegingen alle kanten opvlogen. Hoe strak ik ook een band om mijn knieën en voeten trok, het hielp niet. Op een gegeven moment liepen ze blauw aan, en nog bleef alles heen en weer zwiepen. Ik dacht: ik moet met mijn billen en benen in het gips gaan zitten en daar een kuipje van maken.' Verontschuldigend lachje: 'Ik ben perfectionistisch. Een controlfreak.'


Dertien jaar wereldkampioen, 470 opeenvolgende gewonnen wedstrijden, zeven gouden medailles op de Paralympics, 169 titels, tweemaal gekozen tot de beste gehandicapte sporter ter wereld. Wat heeft Vergeer onverslaanbaar gemaakt? 'Mijn mentaliteit. Zelfs toen ik nummer één was, absoluut de beste, bleef ik maar bezig met beter worden. Desnoods door een andere trainer te nemen.'


Dat was een van de moeilijkste stappen in Vergeers carrière. 'Ik begon met iemand die gespecialiseerd was in rolstoeltennis, Aad Zwaan. Ik heb veel aan hem te danken. Maar na tien jaar wist ik heel goed wat ik kon. Ik moest op zoek naar een andere coach, die me opnieuw kon inspireren. Stoppen met Aad was eng; zoiets als het verbreken van een relatie. Maar ik had het er voor over om meer kans te maken op goud tijdens de Spelen van 2012 in Londen.'


Het werd daar 'een geestelijke overwinning', zegt ze. 'Ik ben geen tennistechnisch wonder. In dat opzicht lagen andere meiden op me voor. Door mijn dwarslaesie is de balans boven mijn schouders bij het slaan niet geweldig. Als mijn tegenstandsters hoge ballen geven, krijg ik het moeilijk. Dan kan ik geen druk achter de bal zetten, dan heb ik ook geen goede plaatsing.'


Maar rolstoeltennis is eigenlijk schaken, legt ze uit. 'Ik brak het zelf-vertrouwen van anderen af door voortdurend irritant op hun mindere punten te spelen en uit te stralen dat ik die niet had. Aniek van Koot, een getalenteerde tennisster, heeft alleen een onderbeenamputatie, dus ze beschikt lichamelijk over meer mogelijkheden dan ik. Maar mentaal is zij nog niet zo sterk. Ze laat zich intimideren.'


Het publiek ziet vanavond een Vergeer die oogt en praat als de Neelie Kroes van haar sport: vrouwelijk én masculien. Haar krijg je niet kapot. Tussen haar zesde en achtste kreeg ze driemaal een hersenbloeding, en ze heeft leren leven met het gegeven dat het zomaar opnieuw kan gebeuren. 'Niet dat ik daar iedere dag bewust mee opsta, maar ik beleef het veel nadrukkelijker dan toen ik jong was.'


De eerste twee hersenbloedingen deden zich voor in een zwembad. De derde keer gebeurde het midden in een ruzie met haar broer Sander. 'Wij waren in die tijd water en vuur. Treiteren, haren trekken, schoppen. Op een dag waren we aan het bekvechten over een legoblokje of zo. Plotseling kreeg ik vreselijke hoofdpijn. Zo erg dat ik dacht dat mijn ogen uit mijn hoofd werden gedrukt. Ik kon ik niks anders dan spugen, spugen, spugen.'


Onderzoek wees uit dat ze op navelhoogte een woekering van bloedvaten had. 'Er zat daar een fout soort bolletje wol. We stonden voor de keus: laten zitten en wachten op een vierde, vijfde, zesde bloeding, of kiezen voor een operatie. Ik ging het ziekenhuis in. Ze probeerden die bloedvaten dicht te lijmen, onschadelijk te maken. Het was een goede operatie, maar kort daarop reageerden mijn voeten niet toen de dokter bij een reflextest met zo'n hamerding op mijn tenen sloeg. Mijn onderlichaam was verlamd.'


Op de achterwand van het theater verschijnt een foto van Vergeer als achtjarige in een ziekenhuisbed. 'Ik vind dat meisje zielig', zegt ze. 'Omdat zij machteloos is. Machteloosheid is volgens mij het allerergste wat je kunt voelen, of je nu een patiënt bent of een gezond mens.'


Ja, beaamt ze, dit is de drijfveer waarop haar hele loopbaan is ge-bouwd: het verlangen niet meer machteloos te zijn. 'Controle, controle, controle.' Haar ouders stimuleerden die houding: 'Als ik uit mijn rolstoel viel, raapten ze me niet gelijk op. Vrij hard. Ik moest eerst zelf proberen overeind te komen. Dat heeft me gesterkt. Maar faalangst heb ik nog altijd.'


Vergeer kent de wijsheden van inspanningsfysioloog Raymond Verheijen: 'Een topsporter moet in zijn denken comfortabel zijn met het oncomfortabele.' Een gespannen geest heeft effect op het lichaam, beïnvloedt de hormonale huishouding, de spierspanning, de handelingssnelheid. Esther Vergeer is als de dood voor haar gedachtes.


'Ze kunnen je compleet uit je evenwicht brengen', zegt ze. 'Letterlijk. Onzekerheid moet iets zijn dat je ten diepste accepteert, net als de rare meningen die mensen over je hebben. Ik heb nog nooit zo slecht gespeeld als in de eerste drie games van de finale in Londen. Ik kreeg geen service in, maakte dubbele fouten. Mijn arm deed simpelweg niet meer wat-ie moest doen. Terwijl ik miljoenen services heb geslagen! Het kwam alleen maar door de gedachte: o god, dit is de finale, dit is de eerste keer dat zo'n wedstrijd in Nederland live op tv wordt uitgezonden. Gelukkig vond ik op den duur mijn rust terug.'


Vergeer fronst haar wenkbrauwen als ze luistert naar een compositie waarin muzikant Tom America een uitspraak heeft verwerkt die ze ooit deed in een televisie-interview: jarenlang had zij 'voor niks en niemand tijd'.


'Het paste gewoon niet allemaal meer in mijn hoofd', verontschuldigt ze zich. 'Ik zat in een tunnel, ik kon niet anders. Pas als ik het huis aan kant had, de post was gedaan, mijn mails waren weggewerkt, kon ik een wedstrijd spelen. Door mijn perfectionisme heb ik vreselijk op de zenuwen van mijn omgeving gewerkt.'


Spijt heeft ze niet. Door zichzelf een slopend regime op te leggen, wist Vergeer stukje bij beetje haar onvolkomen lichaam onfeilbaar te maken.


Ondertussen blijft de ergernis over wat zelfs zij onmogelijk naar haar hand kan zetten.


Ze zou liever niet meer op straat worden aangesproken 'alsof je in een rolstoel altijd een vijfjarige blijft'.


Ze zou zich graag eens vanuit een kroonluchter in het bed van haar geliefde willen laten vallen.


Ze zou geen paarse voeten willen krijgen als ze het koud heeft.


Ze zou op een trampoline willen springen, zoals ze in haar meisjesjaren regelmatig deed.


Ze zou weleens op 'onwijs hoge naaldhakken' willen staan, 'sexy en sterk'.


En ze zou tegen Serena Williams willen spelen. 'Dat lijkt me heerlijk. Ik heb werkelijk geen idee hoe goed ik zou zijn als ik kon lopen. Mijn oog-hand-coördinatie is prima, maar zou ik mezelf kunnen handhaven tegenover haar, de topper in het validentennis? Frustrerend dat ik dat nooit te weten zal komen.'


Maar vooral is er die ene, onvervulde droom. Sinds 2009 heeft ze een verhouding met media-ondernemer Marijn Zaal. Hij nam haar eens mee op een romantische strandwandeling, simpelweg door haar op zijn rug te trekken. 'Hij zei niks, nam me in de brandweergreep en liep naar de branding.'


Zaal heeft een dochtertje uit een vorige relatie. 'Toen ik hem leerde kennen, was zij anderhalf. Ik zat nog midden in mijn tennis. Dat paste soms helemaal niet. Topsport is asociaal, egoïstisch. Alles draaide om mij, ik kon geen rekening houden met iemand anders. Zij denderde over me heen. Ik was er niet aan toe.'


Nu wel. Vergeer verlangt naar een eigen kind. 'Na Londen dacht ik: we gaan meteen beginnen. Marijn zei dat ik eerst dingen moest laten checken in het ziekenhuis. Had ik nooit bij nagedacht. Naïef. Ik zag genoeg vrouwen met een dwarslaesie die kinderen kregen.'


'Eind vorig jaar vertelden twee radiologen en een neuroloog me dat het heel onverstandig van me zou zijn om zwanger te raken. 'Door een dikke buik kunnen je zenuwen en bloedvaten bekneld raken', zeiden ze. 'Je loopt het risico op een bloeding, en die kan een zwaardere, hogere dwarslaesie veroorzaken. Of fataal zijn.' Nou, ga daar maar eens mee om. Ik vond het zwaar K.'


En ze vindt het nog steeds K. 'Als ik andere vrouwen achter een kinderwagen zie, of een vriendin die in verwachting is, baal ik. Sommige dingen liggen dus buiten mijn macht.'


Hoe verder? Natuurlijk, ze kan sportbestuurder worden, de gehandicaptensport beter op de kaart zetten. Allemaal hartstikke belangrijk, maar toch. 'Een kindje, dat zou heel fijn geweest. Ik ben gestopt met rolstoel-tennis, en ik zoek al bijna een jaar naar het antwoord op de vraag wat ik nu moet doen, met wie, en hoe. Ik weet het nog steeds niet. Ik ben alle structuur kwijt.' Haar laatste overwinning moet Vergeer nog boeken, beseft ze. De overwinning op zichzelf. Op haar perfectionisme. Ze zucht. 'Dat is misschien nog wel het moeilijkste.'


Frénk op tournee


'Frénk droomt hardop met...' is een Volkskrant-theatertournee waarin spraakmakende Nederlanders dit seizoen op Nederlandse podia aan het woord komen. De gesprekken worden verlevendigd met actie op de bühne, filmpjes, vragen uit het publiek en muziek van componist Tom America. Langzaam maar zeker ontstaat een totaalportret.


De volgende gast in deze serie is Frits Bolkestein (7 november om 20.00 uur in De Rode Hoed in Amsterdam). Op deze avond wordt het eerste exemplaar van zijn memoires Cassandra tegen wil en dank aangeboden aan premier Rutte.


Lees verder op pagina V16


Vervolg van pagina V15

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden