Betekenis museum niet afmeten aan bezoekersaantal

Terwijl elders in de Volkskrant van 10 juni op ontroerende wijze van Vermeer afscheid wordt genomen door de Rabobank, en terwijl ook het Mauritshuis laat weten, onder dankzegging aan diezelfde sponsor, dat het museum nu twee weken dichtgaat om het delicate en kennelijk geschoffeerde oude huis op orde te brengen,...

Waarschijnlijk is dit een felicitatie waard. Over de culturele betekenis van de Vermeer-tentoonstelling doet de directeur in uw courant nog geen uitspraken, maar misschien mogen we die later nog eens verwachten als hij is bijgekomen van het succes en wat meer afstand heeft kunnen vinden tot de begenadigde kunstenaar.

Wel heeft de heer Duparc tijd om redenen te noemen waarom de Vermeer-tentoonstelling met 460 duizend bezoekers zoveel succesvoller is dan de Mondriaan-tentoonstelling met 180 duizend bezoekers.

Hij verzuimt echter te zeggen dat Mondriaan als kunstenaar moeilijker en ook fundamenteler was dan de Delftse meester; het dramatische verschil tussen twintigste-eeuws abstract en Gouden-Eeuws figuratief zal toch wel enige rol gespeeld hebben.

Ik begrijp niet waarom die twee tentoonstellingen in hun mate van publiek succes met elkaar vergeleken moeten worden. Beide exposities waren van bijzondere kwaliteit en ik ben gelukkig ze gezien te hebben.

In zijn slotcommentaar herinnert de heer Duparc ook nog aan uitspraken die ik gedaan heb, een jaar of tien geleden in een Brandende-Kwestielezing (in De Balie in Amsterdam). Ik voorspelde toen dat wij tentoonstellingen zouden gaan beleven waar drommen bezoekers, met petjes op en vlaggetjes in de hand, doorheen zouden trekken. Sindsdien word ik achtervolgd door de idee dat ik tegen een groot publiek in musea zou zijn. Niets is echter minder waar. Een blockbuster is een uitzondering.

Waar ik mij toen en nu zorgen over maak, is in welke mate de blockbuster-gedachte en de aantrekkelijkheid van een dergelijk succes afleiden van een normale dagelijkse museale programmering, waarmee elk museum zijn publieke taak moet vervullen.

Het Mauritshuis omvat heel wat meer dan een paar schilderijen van Vermeer. In normale omstandigheden komen naar eigen zeggen van het museum ruim 150 duizend bezoekers per jaar naar één van de mooiste kabinetten van zeventiende-eeuwse kunst ter wereld kijken. In mijn opvatting is het Mauritshuis uiteindelijk meer daarvoor dan voor een blockbuster.

Datzelfde geldt voor het Rijksmuseum of het Stedelijk Museum die culturele verplichtingen hebben tegenover de gehele breedte van hun verzameling en die overigens zonder blockbusters jaarlijks respectievelijk een miljoen en een half miljoen bezoekers trekken.

Ik vind het praten over bezoekersaantallen en het vergelijken daarvan niet erg relevant voor wat de betekenis van een museum betreft. Niet ver van het Mauritshuis ligt het unieke museum Meermanno-Westreenianum, gewijd aan de geschiedenis van de typografie en de boekdrukkunst, waar per jaar gemiddeld tienduizend bezoekers komen. Toch is dat kleinood voor zijn liefhebbend publiek even belangrijk als het Mauritshuis voor het zijne.

Dat waren de overwegingen die indertijd mijn uitspraak in de Brandende-Kwestielezing brachten. Daar is niets elitairs aan, zoals Duparc wel suggereert.

Ik zou willen vragen voortaan van dergelijke tendentieuze interpretaties van mijn opmerkingen van toen verschoond te blijven.

AMSTERDAMRudi Fuchs

Stil verdriet

'Vermeer in het Mauritshuis. De herinnering blijft', adverteert de Rabobank op een halve krantenpagina. De herinnering blijft: waar kennen we die strofe toch ook alweer van? Ach ja, natuurlijk. De Clown van Ben Cramer, een ijzersterke smartlap van een kwart eeuw geleden: 'De herinnering blijft / aan die clown met zijn lach / hij heeft alles gegeven / tot de laatste dag.' Een compositie van de grote Pierre Kartner, alias Vader Abraham, als ik me niet vergis.

Beseft zo'n snelle reclamejongen eigenlijk wel wat een geniale vondst hij op de vroege maandagochtend aan het volk presenteert? Vermeer een van onze grootste schilders, in verband brengen met Kartner, een van onze meest getalenteerde liedkunstenaars? Tot ver in de volgende eeuw zal de naam Vermeer in het collectief onderbewustzijn verbonden blijven aan de weldoeners van de Rabobank en aan de onvergetelijke muziek van Ben Cramer; nationale instituten die de Cultuur hoog in het vaandel dragen.

Hoe zat het ook alweer met die Clown van Kartner? 'Niemand kende de pijn / van zijn stille verdriet / want er was op het einde / niemand die hij verliet.' Vermeer, was dat niet die schilder van die huilende zigeunermeisjes?

AMSTERDAMJan Vollaard

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden