Betaalbaar of onhaalbaar?

Bij prestigieuze bouwprojecten hebben gemeenten weinig oog voor kostenbewaking, erkent wethouder Lenting. Maar het Utrechtse Muziekpaleis wordt geen blok aan het been....

Het Muziekpaleis is financieel haalbaar, vindt wethouder Walther Lenting, maar de vraag is tegen welke prijs en wie die prijs betaalt.

Want om het samenbrengen van Muziekcentrum Vredenburg, popcentrum Tivoli en Stichting Jazz Utrecht (SJU) in aansprekend complex te financieren, zal onder meer in het aantal gratis concerten fors worden gesnoeid, gaat de prijs van de kaartjes met 40 procent omhoog en wordt het personeelsbestand flink ingekrompen, naar verluidt met 30 procent.

Daarbij: dat het Muziekpaleis straks vooral ook geld moet verdienen met non-culturele evenementen richt mogelijk ook schade aan. Bijvoorbeeld onder zaalexploitanten in de stad die het ook van congressen en bedrijfsbijeenkomsten moeten hebben.

En dan hebben we het alleen nog maar over de exploitatie. In het beheersen van bouwkosten hebben overheden geen al te beste reputatie. Zijn er dan vergelijkbaar grote projecten waarbij geen sprake is van forse kostenoverschrijding? Lenting: 'Ik besef dat het een unicum wordt, maar hier gaat het lukken. Dat is de uitdaging.'

Natuurlijk, hij weet ook wel dat het in 'gemeenteland' gebruikelijk is dat megaprojecten als het Utrechtse Muziekpaleis (90 miljoen euro) tweemaal zo duur uitvallen als beloofd. En hoe een wethouder dit type projecten gewoonlijk 'verkoopt' is hem ook maar al te goed bekend.

Ach, hoe gaat dat? Politiek is 'een grote hobby', bepeinst Lenting, als wethouder van Leefbaar Utrecht verantwoordelijk voor Leidsche Rijn en het Stationsgebied. 'Hoe presenteer je een project voor de helft van de bouwkosten, want dan wordt het geaccepteerd? En dan kun je halverwege de rit, als er geen weg terug meer is, de rest van het geld ophalen.'

Advocaat van de duivel spelen, gaat Lenting verbluffend gemakkelijk af. Alsof hij zichzelf deze ochtend in het Utrechtse stadhuis de rol van opposant heeft toegemeten. Een toepasselijke omgeving trouwens, stipt hij aan, want het stadhuis zelf is ook zo'n voorbeeld van een (ver-)bouwproject waarbij de kosten 'gigantisch uit de klauwen zijn gelopen'.

Juist door toedoen van 'de politiek', verzekert hij. Die blijft zich maar bemoeien met dit soort bouwprojecten en stelt aldoor aanvullende eisen. 'Hier nog een extra muurtje erbij, toch maar weer een andere indeling.' Een gemiddelde ontwikkelaar zou failliet gaan als hij zou opereren als een gemeente vaak doet, weet de wethouder.

Zo moet het dus straks vooral niet gaan met het Muziekpaleis, die enorme glazen kubus van architect Hertzberger die nu nog een papieren kubus is en er in 2010 werkelijk moet staan. Zo hoeft het ook niet te gaan, zegt Lenting, duidend op een indrukwekkende stapel rapporten over het Muziekpaleis. Die stapel heeft als boodschap: realisatie van het Muziekpaleis is mogelijk binnen de gestelde financi kaders.

Er komt nog heel wat papier bij, als het aan Lenting ligt. Op 1 juli besluit de gemeenteraad of ze 3,9 miljoen euro beschikbaar stelt voor het maken van een voorlopig ontwerp en dan kan architect Hertzberger zijn werk aan de tekentafel voortzetten. Deze week zou de toekomstige behuizing voor Muziekcentrum Vredenburg, poppodium Tivoli en de Stichting Jazz Utrecht (SJU) al in commissieverband aan de orde komen, maar op verzoek van de SP moet Lenting eerst maar eens uitleggen waarom hij vindt dat een deel van de rapportage niet in de openbaarheid behandeld kan worden.

De sceptici zien de bui al hangen: veel papier (valt er vast veel te verbergen), veel vertrouwelijkheid: Utrecht stevent af op zijn eigen Chasshet Bredase theater waarvan de bouwkosten de ramingen driemaal overtrof), zijn eigen Muziekcentrum Frits Philips (heeft Eindhoven veel meer gekost dan voorzien) of welk groot cultuurcomplex dan ook dat altijd weer aanmerkelijk duurder uitpakt.

Zo beschouwd ziet de wethouder de interventie van de SP vast als zo'n eerste blijk van politieke bemoeienis die de kosten alleen maar opjaagt. Toch niet. 'Ik vind het terechte vragen van de SP. Ze gaan vooral over de exploitatie. Maar ik kan heel goed uitleggen waarom ik bepaalde stukken geheim wil houden.' De concurrentie op 'de culturele markt' hoeft niet alles te weten.

De lakmoesproef voor de plannen voor het gehele stationsgebied, zo ziet Lenting de komende politieke discussie over de haalbaarheid van het Muziekpaleis. Met de komst van dat complex moeten in klap de huisvestingsproblemen van Vredenburg (geen goede kamermuziekzaal, gedateerde uitstraling), Tivoli (moet met name vanwege geluidsoverlast sowieso weg van de huidige locatie) en SJU (wil ook meer zalen, huurcontract loopt in 2007 af) worden opgelost.

Het Muziekpaleis is op de plek van het huidige Vredenburg gedacht (de grote zaal van het Muziekcentrum, geprezen om de akoestiek, blijft bestaan) en moet hmuzikale verzamelgebouw van Nederland worden. Utrecht mag ambities hebben, vindt Lenting; de aantrekkelijkheid van de stad schuilt juist mede in het culturele klimaat, zo blijkt keer op keer uit onderzoek.

Recessie of niet, in heel veel gemeenten wordt gewerkt aan nieuwe accommodaties of verbetering van bestaande, weet Dick Te Winkel, adjunct-directeur van Vredenburg. 'Cultuur is een schaars goed, iedereen is bezig producties binnen te halen en aan zich te binden. Het is een misvatting te denken dat overheid en organisatoren nog veel kunnen sturen op het aanbod. Cultuur, en zeker de wat meer populaire cultuur, is onderhevig aan marktwerking.'

De markt blijft groeien, maar de concurrentie ook en wie wil winnen moet zich kunnen onderscheiden, betoogt Te Winkel. Over de bespelers van Vredenburg: 'Er zijn in toenemende mate groepen en gezelschappen die afhaken. Die het gebouw verouderd vinden en ook de omgeving niet stimulerend vinden. We krijgen daar vier brieven per week over.'

Nee, dan dat glazen paleis van Hertzberger met zijn gestapelde zalen, dat lonkt al vanaf het papier. Maar is het ook betaalbaar? Ja, zeggen de becijferingen die Lenting heeft laten opstellen. De gemeente denkt het complex te kunnen financieren met een eenmalig bedrag uit de grondexploitatie van het stationsgebied (29 miljoen euro), bijdragen van sponsors, en door besparingen als het Muziekcentrum straks tijdens de bouw dicht moet. De helft van de totale stichtingskosten moet worden gedekt door de huurafdracht.

De bouwkosten zijn zeer nauwkeurig berekend, zegt Albert Hutschemaekers, directeur van het projectbureau stationsgebied. 'Negentig miljoen is de totale exploitatie in veertig jaar. Het is op te brengen.' Op voorwaarde dat er zich geen grote tegenvallers voordoen bij de inkomstenkant. 'We hebben nu al gesprekken met clubs als Mojo (impressariaat). Wat eisen jullie om hier grote concerten te laten plaatsvinden? Het huidige Muziekcentrum is vaak geen optie meer.'

Voor openbaarmaking van de fundamenten van een bedrijfsplan voelen de initiatiefnemers niets, maar een aantal contouren is wel zichtbaar. De prijzen van de kaartjes voor het Muziekpaleis zullen aanmerkelijk hoger liggen dan nu. Volgens Te Winkel schommelt de gemiddelde toegangsprijs nu tussen de tien en de elf euro. 'Dat wordt straks tussen 14 euro nog wat.' De directeur voegt daar aan toe dat ook zonder nieuwbouw de prijzen zullen stijgen. 'Dat is de landelijke trend.'

Van veel gratis concerten, zoals SJU en Vredenburg nu nog aanbieden, zal straks weinig meer overblijven, geeft Te Winkel alvast aan. 'Gezien de draagkracht van onze bezoekers moet dat geen probleem zijn.'

De verwachting is dat het Muziekpaleis op jaarbasis 725 duizend bezoekers trekt, dertig procent meer dan de drie instellingen nu binnen krijgen. Voorts denkt Lenting dat er veel besparing mogelijk is in personeelskosten, zo'n 30 procent (synergie-effect).

En dat er veel te winnen valt op het gebied van de horeca-inkomsten niet-culturele activiteiten. 'In het huidige Muziekcentrum vinden vrijwel nooit bedrijfsbijeenkomsten plaats. Het gebouw leent zich er niet voor. Andere instellingen weten winkomsten te genereren uit momenten waarop er geen concerten plaatsvinden.'

Zeker, erkent Dick Te Winkel, de exploitatie-opzet is ambitieus 'maar realistisch'. Natuurlijk weet ook hij dat er nu wordt bezuinigd op orkesten. 'Die orkesten die over blijven, zullen altijd kiezen voor de plekken die het best geoutilleerd zijn.'

Bij al hun optimisme vangen ook de initiatiefnemers nu al geluiden van argwaan op. Van raadsleden bijvoorbeeld. Roel Freeke (Christen Unie): 'Op korte termijn moet er een sluitende exploitatie komen, staat er dan. Tja, wat is dat? Cultuur kost natuurlijk altijd publiek geld. En nu moeten de prijzen drastisch omhoog, maar het Muziekcentrum zei mij altijd dat dat alleen maar tot een neerwaartse trend zou leiden.'

Waar Freeke (lid van de Rekenkamercommissie) zeer aan hecht is risicobeheersing. Collega-raadslid Paul Jansen (SP) denkt nu al te weten dat de gemeente zich veel te rijk rekent. 'Dit gaat een blok aan ons been worden. En om dat paleis draaiende te houden, zullen andere instellingen moeten bloeden.'

Wethouder Lenting wijst erop dat ook bij het afschieten van het Muziekpaleis veel overheidsgeld in de instellingen moet worden gestopt en dat de concurrentiepositie alleen maar verzwakt. 'Als Utrecht popcultuur wil behouden, mer een nieuw gebouw komen voor Tivoli. En het Muziekcentrum kan niet zonder een grondige renovatie.' Nee, als het aan Lenting ligt krijgt Utrecht haar Muziekpaleis. 'Ik zeg dat wij in staat zijn iets neer te zetten voor een bedrag waaraan je je houdt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden