Bestuivingscrisis

Het gaat slecht met de honingbij. Deze belangrijke bestuiver neemt wereldwijd al jaren in aantal af. Dit kan grote gevolgen hebben voor de land- en tuinbouw, waarschuwt de Verenigde Naties. Hoe erg is het en wat is de belangrijkste oorzaak? Daarover lopen de meningen uiteen.

Bijna waren de bijenvolken van Giel Schoonbroodt ook de klos. Rond zijn zonovergoten huis op een nieuw landgoed in het Limburgse Margraten heeft Schoonbroodt een waar paradijsje geschapen voor mens en bij: ruim 6 hectare natuurgebied.

Nooit hadden zijn tien bijenvolken last van de varroa-mijt (Varroa destructor). Ja, ze hadden die parasitaire mijt wel; alle bijenvolken in Nederland hebben varroa. Maar zijn bestrijding was altijd effectief. Twee keer behandelen, in juli en augustus, dan was er niets aan de hand. Tenminste: 'Als je dat met alle imkers in de omgeving tegelijk doet.'

Altijd ging dat goed, tot vorig jaar. 'Ik keek in oktober nog even in mijn bijenkasten en zag dat er heel veel mijten in zaten. Ik heb noodmaatregelen moeten treffen om de volken nog van de mijt te ontdoen. Daardoor heb ik ze wel kunnen redden, maar ze zijn erg verzwakt.'

Schoonbroodt denkt dat ergens in de buurt een paar verwaarloosde bijenvolken staan die niet onderhouden worden. Dat zou de oorzaak kunnen zijn dat bijna in een klap al zijn bijen eraan waren gegaan. Zo makkelijk gaat dat.

Hij zou de eerste niet zijn die dat overkwam. In de hele wereld, vooral in Noord-Amerika en Europa, is een grote bijensterfte aan de gang. De jaarlijks sterfte is vaak wel 30 procent en het aantal volken keldert - met soms 85 procent - in Noord-Amerika, Europa, het Midden-Oosten en China. En ook in Nederland. Het cijfer over afgelopen winter is nog niet binnen, maar in 2009-10 was het 29,1 procent, drie maal hoger dan normaal.

Organisaties als de Rabobank, de Wereldvoedselorganisatie FAO en de Verenigde Naties (preciezer: het United Nations Environment Program, UNEP) wijden alarmerende rapporten aan de bijensterfte, waarin zelfs over het uitsterven van de honingbij wordt gespeculeerd.

Eénderde van al het voedsel in de wereld is 'tot op zekere hoogte' afhankelijk van bestuiving door dieren, schreef de Rabobank dit voorjaar in een rapport, en in 80 procent van de gevallen vindt die bestuiving plaats door honingbijen. De wereldvoedselorganisatie FAO stelt in een recent rapport dat van de honderd belangrijkste gewassen (die samen 90 procent van het voedsel produceren), er 71 door insecten moeten worden bestoven.

De VN spreekt van een mogelijk naderende 'bestuivingscrisis'. En dat zou een hele grote crisis kunnen zijn. Het VN-rapport stelt dat de waarde van de bestuiving door insecten ligt tussen 22,8 miljard en 57 miljard dollar per jaar, maar er zijn ook schattingen dat het zelfs om 150 miljard per jaar zou gaan.

Het is nog onduidelijk wat de belangrijkste oorzaak is van de bijensterfte, ook wel verdwijnziekte of Colony Depopulation Syndrome (CDS) genoemd. Het VN-rapport noemt een hele reeks factoren, waaronder de afnemende plantenrijkdom door de schaalvergroting in de landbouw en de verstedelijking, de opmars van invasieve parasieten, bacteriën en virussen, nieuwe bestrijdingsmiddelen, luchtvervuiling en klimaatverandering.

Bovendien wordt de bij, al eeuwen 'verhuisdierlijkt', genetisch steeds armzaliger. Door een steeds eenzijdiger dieet vermindert zijn weerstand tegen parasieten, ziektes en gewasbeschermingsmiddelen.

De meeste bijenonderzoekers bevestigen dat het om een complex van factoren gaat, maar over de rol van gewasbeschermingsmiddelen bestaat een grote controverse.

Het gaat dan vooral over neonicotinen als Imidacloprid, ook wel systemische insecticiden genoemd. Ze zijn begin jaren negentig ontwikkeld door Bayer Cropscience, een dochterbedrijf van het Duitse chemieconcern, en hebben sindsdien de markt veroverd. Zaden van landbouwgewassen worden ermee behandeld, waarna de planten langdurig beschermd zijn tegen insecten. Zelfs tot in het stuifmeel dringt het gif door, tot schade van de bijen. Het gif tast hun zenuwstelsel aan.

Onlangs zond het tv-programma Zembla de documentaire 'Moord op de honingbij' uit, waarin van de controverse een soort loopgravenoorlog werd gemaakt. Aan de ene kant staan Wageningse bijenonderzoekers die de bijensterfte vooral wijten aan de varroamijt, die zich 35 jaar geleden vanuit Azië heeft verspreid en in korte tijd hele bijenvolken kan uitmoorden. Daar tegenover staan Utrechtse onderzoekers die ervan overtuigd zijn dat de systemische insecticiden een sleutelrol spelen. Suggestie: de Wageningers willen daar niet aan omdat ze onderzoek doen ten bate van toelating van Bayers gewasbeschermingsmiddelen.

De tegenstellingen blijken aanzienlijk genuanceerder te liggen. Bijenonderzoeker Tjeerd Blacquière van Wageningen UR: 'Wij werken aan de varroamijt omdat we daartoe opdracht hebben, van het ministerie van Landbouw (EL&I) en van de Europese Unie. Maar ik ben er zelf ook van overtuigd dat de varroamijt de belangrijkste factor is. Er is geen enkel wetenschappelijk bewijs dat neonicotinen de belangrijkste factor zijn. Wij willen er best onderzoek naar doen, maar we hebben er geen financiering voor.'

Zijn tegenpool Jeroen van der Sluijs, onderzoeker nieuwe risico's van technologie aan Universiteit Utrecht: 'De varroamijt is al decennia in Nederland actief terwijl de bijensterfte pas de laatste jaren sterk stijgt. Neonicotinen zijn zeker niet de enige oorzaak van de sterfte, maar je kunt ze ook niet wegstrepen. Er zijn aanwijzingen dat langdurige blootstelling aan kleine doses bijen vatbaarder maakt voor parasieten en ziektes.'

Van der Sluijs wijst nog eens op het overvloedig gebruik van pesticiden in de Nederlandse akkerbouw, bollenteelt en glastuinbouw. Dat bedreigt het oppervlaktewater en overschrijdt soms tot 25 duizend maal de toegestane waarde. Hij vermoedt een geografisch verband tussen gebruik en bijensterfte.

Blacquière riposteert: 'Ik woon zelf in Aalsmeer, midden in het vervuilde gebied, en heb nooit sterfte bij mijn bijen.'

De controverse wordt opgestookt door fabrikant Bayer zelf. Die probeert de discussie weg te houden van de neonicotinen waarmee zij 1,25 miljard per jaar omzet, zegt Van der Sluijs. 'Bayer is vreemd genoeg een van de grootste sponsoren van bijensterfte-onderzoek. Met name naar de rol van varroa. De meeste studies waarbij Bayer niet betrokken is, zien een rol voor neonicotinen, alle studies waarbij Bayer betrokken is trekken die rol in twijfel.'

Een andere factor zijn de imkers. Dat is een vergrijzende groep van vooral hobbyisten die niet altijd de beste aanpak hanteert, waardoor de een veel volken verliest en de ander weinig. Volgens Blacquière komt dit vooral doordat imkers de varroa verkeerd bestrijden. 'Dat moet je niet pas in augustus-september doen maar al in juli-augustus. Een lastige boodschap, want dan zeggen die imkers: ik heb 40 jaar ervaring. Voor zulke imkers is het veel makkelijker te wijzen op die pesticiden.'

Romée van der Zee van het Nederlands Centrum voor Bijenonderzoek, tevens voorzitter van de epidemiologische werkgroep van het wereldwijde onderzoekersnetwerk COLOSS, gelooft niet in de door Zembla gesuggereerde tweedeling. 'Ik zie maar één school in het internationale bijenonderzoek: die van de interactie van effecten', zegt ze. 'Niemand twijfelt eraan dat de varroamijt een van de hoofdoorzaken is. Daarnaast heb je andere factoren: de nieuwe parasiet Nosema ceranae, het stuifmeelaanbod in de omgeving en de invloed van bestrijdingsmiddelen. Niet alleen de neonicotinen, maar ook andere zoals fipronil.'

Van der Zee is de zaak nu aan het onderzoeken. Uit vragenlijsten over bijensterfte die ze al vijf jaar naar imkers stuurt, blijkt volgens haar dat er een significant verband is tussen de geografische locatie van een imker, de omvang van de imkerij en de mate van bijensterfte. Ze wil nu onderzoeken of de neonicotinen hierbij mogelijk een rol spelen.

Het onderzoek van Van der Zee komt misschien nog op tijd voor de herbeoordeling voor de neonicotinen door de toezichthouder, het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Die herbeoordeling komt er vooral op aandringen van de Tweede Kamer, kort na de Zembla-uitzending, en moet in 2013 klaar zijn.

Dit gaat dus allemaal nog wel even duren. Maar over de korte termijn zijn alle bijenonderzoekers het wel eens: het is belangrijk alvast maatregelen te nemen die de algehele vitaliteit van de bij kunnen opkrikken, zoals het aanplanten van groengordels met veel wilde bloemen. Een gevarieerd stuifmeelmenu maakt bijen gezonder en daarmee ook beter bestand tegen insecticiden.

Maar wat nu als bijen écht schaars worden? Of uitsterven? Eten we dan nooit meer aardbeien of kersen? Frank Maas, fruitdeskundige aan Wageningen UR, denkt dat dit meevalt. Als de honingbij verdwijnt, zijn er nog andere insecten die het werk kunnen overnemen, zoals wilde bijen en hommels. Die hebben zelfs voordelen boven de honingbij. 'Wilde bijen zijn veel efficiënter in het bestuiven. Hommels hebben het voordeel dat ze ook bij koud weer uitvliegen, en dat ze niet zo ver vliegen als honingbijen. Soms zet een fruitteler een bijenkast in zijn boomgaard, maar dan vinden die bijen een paar kilometer verderop iets lekkerders. Dan ben je ze kwijt. Met hommels overkomt dat je niet.'

Zelfs zonder insecten zal er fruit zijn. Veel fruitrassen zijn zelfbestuivend. Een beetje wind is dan genoeg om stuifmeel op de stamper te krijgen. En dan heb je nog de groeibevorderaars, stoffen die vrijkomen uit de zaden die zich na succesvolle bestuiving in de vrucht ontwikkelen. Maas: 'Als de bloem niet bevrucht wordt, kun je door groeibevorderaars te sproeien toch nog fruit aan je bomen krijgen.'

Collega Tjeerd Blacquière tilt veel zwaarder aan het mogelijk verdwijnen van de bij. 'In meer dan 80 procent van de te bestuiven teelten in de gematigde en sub-tropische regio's is de honingbij de geschiktste bestuiver. Voor grootschalige teelten is de honingbij eigenlijk de enige geschikte bestuiver. Het wegvallen van de honingbij zou dan ook tot een regelrechte economische en voedselzekerheidsramp leiden.'

---------------

Bijencrisis leidt in Nederland nog niet tot grote schade

Hoe ernstig is de bijencrisis voor de Nederlandse land- en tuinbouw? Dat is nog niet goed te zeggen. Onderzoekers van Wageningen UR becijferden de waarde van de bestuiving door honingbijen voor Nederland op 1,1 miljard euro per jaar. Dat is de waarde voor de groente-, fruit- en zaadtelers. Maar de boeren en tuinders betalen hier nauwelijks voor. Tien miljoen euro incasseren bijenhouders. In economische zin kan dit maar één ding betekenen: er is nog een groot overschot aan bijen.

Dat blijkt ook bij een rondgang langs betrokken sectoren. Er is geen fruitteler te vinden die niet meer aan bijen kan komen. Groentetelers idem. En zaadteler Rijk Zwaan laat weten: 'We kunnen zonder moeite alle bijen krijgen die we nodig hebben.'

Van prijsstijgingen is ook nog weinig te merken, zegt Willem Boot van Inbuzz, met duizend bijenvolken een van de grootste imkerbedrijven in Nederland. 'Wij verhuren onze volken aan vaste klanten, en hebben onze prijzen al jaren niet verhoogd. Wij merken niets van toegenomen vraag. Er is helemaal geen bijenschaarste.' Sommige imkers zeggen het tegendeel, maar tuinders naar wie ze verwijzen, zeggen steevast het probleem makkelijk te hebben opgelost.

Toch is er wel degelijk schade door de bijensterfte. Bijenonderzoekster Romée van der Zee schat die in Nederland op 8,7 miljoen euro per jaar. En er is ook wel enig prijseffect. Imker Ad Aarts in Tilburg, die vorig jaar driekwart van zijn volken zag sneuvelen door giftig bijenvoer, kocht nieuwe bijen. 'De prijs is hetzelfde als vorige jaren, maar nu krijg je er zeven ramen met bijen voor, vroeger kreeg je elf ramen', aldus Aarts.

---------------

Ik ben er zeker van dat de varroamijt de hoofdfactor is.

Tjeerd Blacquière, Onderzoeker Wageningen Universiteit

---------------

Bijen zijn vatbaarder voor ziekten door neonicotinen.

Jeroen van der Sluijs, Onderzoeker Universiteit Utrecht

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden