'Beste minister Plasterk, dit lijkt verdacht veel op een doofpot'

Beste minister Plasterk,

Ik ben geen complotdenker. Ik geloof ook niet in aliens die stiekem de boel controleren, vanuit hun vliegende schotels of rondlopend op aarde, vermomd in een mensen-outfit. Nee, als geboren Groninger ben ik vrij nuchter.

Beeld Rein Janssen

Maar heel soms, echt heel soms komt er iets voorbij waarvan ik denk: hé, dat lijkt wel verdacht veel op een doofpot.

Zoals bij de moord op Theo van Gogh. Wat wist 'onze' inlichtingendienst, de AIVD, allemaal over de moordenaar, Mohammed B.? En vooral ook over de vraag of en van wie hij hulp heeft gehad. Waarom hebben ze niets met die informatie gedaan voor die fatale dag van 2 november 2004? En: waar zijn de taps gebleven van de Antheunisstraat, waar kompanen van Mohammed B. verbleven?

U bent als minister van Binnenlandse Zaken tegenwoordig verantwoordelijk voor de AIVD. Daarom schrijf ik u.

Het lijken misschien vragen die allang beantwoord zijn. Voetnoten bij de geschiedenis, achterhaalde voetnoten zelfs, nu onze veiligheidsdiensten wel wat anders aan hun hoofd hebben. Bijvoorbeeld die tweehonderd uitgereisde jihadisten, van wie een deel al in Nederland teruggekeerd is en een ander deel nog gaat terugkeren als IS in Syrië en Irak verslagen is. Ik snap het gezucht van veel mensen - en journalisten zijn ook maar mensen - als ik dan over Van Gogh begin.

Maar dit is niet zomaar een zaak. We hebben het over een terreurdaad die een enorme wond in de samenleving sloeg en een kettingreactie van vijandigheden voortbracht. Een misdaad die opiniemakers angst heeft aangejaagd om zich openlijk uit te spreken. In zo'n benauwde omstandigheid is het van cruciaal belang dat de overheid zo transparant mogelijk verantwoording aflegt over haar handelen, zodat fouten niet herhaald worden en ministers laten zien dat zij de aan hen toevertrouwde verantwoordelijkheid verdienen. Dat zult u toch met me eens zijn. En als u ernaar kijkt, kunt u niet anders concluderen dan dat in dit geval niet gebeurd is.

Altijd kwam het betoog van Johan Remkes (een van uw voorgangers) en Piet Hein Donner (destijds als minister van Justitie verantwoordelijk voor de opsporingsdiensten) op hetzelfde neer: Mohammed B. was wel bekend bij de dienst, maar werd niet grondig in de gaten gehouden omdat hij niet tot de kern van de Hofstadgroep behoorde. Een bijfiguur, geen topjihadi in de polder. Er volgde een feitenrelaas met alles wat de AIVD, politie en justitie voor de moord wisten, om dat beeld te ondersteunen.

Maar dat feitenrelaas rammelde. De rechtszaken tegen B. en tegen de Hofstadgroep deden het beeld al snel kantelen. Met nieuwe ophef tot gevolg. Zodat de vraag weer actueel werd, en Guusje ter Horst, een andere voorganger van u, in 2008 een onderzoek gelastte. De CTIVD, de commissie die toezicht houdt op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, dook in de zaak.

Die bevestigde dat de AIVD meer informatie had over B. dan ze in het feitenrelaas had erkend. Zoals de Volkskrant eerder onthuld had, was Mohammed B. ruim een maand voor de moord in de tram aangehouden voor zwartrijden. Met een soort testament op zak, plus een overzicht van de bedragen die de Hofstadleden inlegden én het telefoonnummer van een internationale topterrorist. Klinkt niet als een bijfiguur. Nog een verzwegen feit dat de AIVD wel wist: B. was in oktober 2003 naar Denemarken gereisd. En juist buitenlandse contacten waren een reden om iemand hoger op de lijst van potentiële jihadi's te zetten.

Is het toeval dat juist deze informatie niet in het 'feitenrelaas' uit november 2004 stond? Op zijn minst is het opvallend, zou ik zeggen.

En dan komen we nu bij de directe aanleiding van mijn brief:

het raadsel van de Antheunisstraat. Daar, in het Haagse Laakkwartier, stond het huis dat de AIVD op slinkse wijze aan Jason W. en Ismail A. verhuurd had. Volgehangen met afluistermicrofoons, die opnamen wat de twee Hofstadleden - die in Pakistan training voor de jihad hadden ondergaan - daar bespraken. Op 10 november, een week na de moord, werd besloten om ze aan te houden. Toen vijf agenten ernstig gewond raakten door een handgranaat, liep de arrestatie uit op een heus beleg, inclusief scherpschutters op de daken.

Logischerwijs wilde officier van justitie Frits van Straelen - die ervan overtuigd was dat Mohammed B. hulp heeft gehad - graag weten wat er op de Antheunisstraat allemaal gezegd was sinds september 2004. Zeker is dat de twee bij B. over de vloer kwamen om te discussiëren over hun jihadistische gedachtengoed en om samen naar onthoofdingsvideo's te kijken. Waren de twee ook op de hoogte van de moordplannen van hun vriend? Werden er nog anderen genoemd? Maar tot zijn woede kreeg Van Straelen die taps níét van de AIVD. Dat wil zeggen, hij kreeg ze alleen van ná de moord.

De argumenten voor die weigering wisselden nogal eens. Zo zou er alleen hondengeblaf op staan, of moesten er 'bronnen' beschermd worden, of waren de eerdere taps overschreven omdat er te weinig opnamecapaciteit was en ze 'niet relevant' waren.

U en ik weten dat ook dit verhaal niet klopt. Nieuw onderzoek van de CTIVD, door u zelf aangevraagd op verzoek van de Tweede Kamer, wees eind vorig jaar uit dat bij de AIVD gewoon (back-ups van) alle taps van de Antheunisstraat liggen. En dat het vanaf juli 2004 standaard beleid was om opnames van terrorisme-onderzoeken minimaal tien jaar te bewaren. De AIVD heeft de taps bijna elf jaar na dato voor het eerst volledig uitgeschreven en de CTIVD heeft ze vervolgens bestudeerd.

Zo kwam een interessant nieuw gegeven boven water: op de taps wordt gezegd dat een zekere persoon eerst iemand anders dan Mohammed B. opdracht gegeven zou hebben tot de moord.

Langs andere weg zouden later nog meer tips van die strekking binnenkomen over deze 'opdrachtgever', door de CTIVD 'persoon 2' genoemd. De eerste gedachten gaan onmiddellijk uit naar Redouan al-I., de geestelijk leidsman van de Hofstadgroep die op de dag van de moord Nederland ontvluchtte.

De AIVD heeft deze informatie ten onrechte niet doorgegeven aan het Openbaar Ministerie. Net zomin als tips over drie andere potentiële handlangers ('personen 1, 3 en 4'). Dat is pas begin van dit jaar alsnog gebeurd. Vrij geruisloos (geen persbericht, geen belletje naar de nabestaanden) heeft het OM in Amsterdam vervolgens besloten er niets meer mee te doen. Van Straelen is daar allang niet meer werkzaam.

Dus heb ik u in april officieel verzocht om inzage in de taps. Ik bedoel, als er kennelijk niets in staat dat nader onderzoek of vervolging door het OM rechtvaardigt, zou ik dat vast met eigen ogen mogen checken.

Onlangs mocht ik het definitieve antwoord ontvangen.

Tot mijn verbazing kreeg ik alleen taps van... ná de moord. Om precies te zijn van 3 november om 23.16 uur tot 10 november om 3.20 uur, zes korte passages plus een zeer lange over de heftige arrestatie. De inhoud is al grotendeels bekend. De twee praten veel over de AIVD en geven een getuigenis over de moord ('Hier spreekt de Divisie Islamitische Jihad in Nederland (...) Wij hebben nu een lam ritueel geslacht') alsof ze weten dat ze worden afgeluisterd. Ze lijken hiermee de moord te claimen en waarschuwen dat iedereen die Allah en zijn profeet beledigt hetzelfde lot wacht, al blijft het de vraag hoeveel ze van tevoren wisten.

Maar in totaal heeft u liefst 152 passages geweigerd, waaronder die over de 'opdrachtgever'. Over de periode voor de moord, die juist belangrijk is, heeft u niks vrijgegeven. En waarom? 78 passages worden achtergehouden omdat de werkwijze van de dienst geheim moet blijven, 72 omdat de bronnen niet bekend mogen worden en 2 passages omdat het actuele kennisniveau niet mag worden prijsgegeven. Bij dat laatste kan ik me iets voorstellen, al maakt het nieuwsgierig, maar het is merkwaardig dat de 'werkwijze' geheim moet blijven.
We weten allemaal dat er microfoontjes hingen in de Antheunisstraat, sterker nog, daar gaat het rapport van de CTIVD nou net over. U zegt weliswaar dat ook een bekend geworden werkwijze nog steeds als staatsgeheim kan gelden, maar dan is het typisch dat dit kennelijk niet meer geldt voor de periode na de moord. Dezelfde vraagtekens zet ik bij uw argument van bronbescherming. In de passages die ik wel heb gekregen zijn alle namen - op die van Mohammed B. na - weggelaten. Eitje om dat bij die andere passages ook te doen.

Dit is een gemiste kans. Op zijn minst blijft nu het vermoeden bestaan dat er op de taps van voor 2 november hints zijn geuit, waar de AIVD op had moeten reageren. Dat de dienst gefaald heeft, is na al die jaren - met feiten die stukje bij beetje opgedoken zijn - wel duidelijk. De taps vormen daarin het laatste puzzelstukje. Het zou de zaak echt niet totaal veranderen, zo vinden ook de ouders van Theo van Gogh. Zij krijgen de dode er ook niet mee terug. Maar ze voelen zich nu niet serieus genomen. Al jaren is er een duidelijk patroon: informatie moet steeds worden afgedwongen. En als die er eenmaal is, dan blijkt dat eerdere informatie niet klopte. Logisch dat het argwaan wekt als nu opnieuw informatie niet wordt vrijgegeven om betwistbare redenen.

Te zeer is Mohammed B. neergezet als een eenzame idioot. In ideologie verschilde hij echt niet veel van de generatie extremisten die zich nu aansluit bij de gewapende strijd in het Midden-Oosten, of aanslagen pleegt in het Westen. Ook de Hofstadgroep had internationale contacten; het is te kort door de bocht om ze af te schilderen als een lokaal stelletje amateurs, vindt ook terrorisme-expert Beatrice de Graaf. En of het nou een strak georganiseerde groep was of een los netwerk, het ligt voor de hand dat B. hulp heeft gehad. Alleen al om aan geld te komen voor zijn wapen.

Als dader heeft hij levenslang gekregen. Ook Jason en Ismail hebben jaren vastgezeten. De eerste is gederadicaliseerd in de gevangenis, en komt daarin oprecht over, de tweede vecht nu waarschijnlijk als jihadi in Syrië. Van Redouan al-I. houdt het spoor op bij een Syrische gevangenis. Voorzover er (andere) handlangers waren, zullen die nu dus buiten schot blijven.

Maar wat me vooral stoort, is dat de politieke verantwoording nooit echt goed heeft kunnen plaatsvinden. Niet dat ik voor een heksenjacht pleit. Niet tegen u. Het wordt steeds wranger om ministers die het deksel van de doofpot een stukje hebben opgelicht, zoals uzelf, te laten boeten voor de fouten van hun verre voorgangers. En ook niet tegen de AIVD. Er zijn allerlei verzachtende omstandigheden, zoals een gebrek aan mankracht bij de AIVD toen het jihadisme ineens Europa overspoelde. Er zijn ook complotten wél tijdig opgerold.

Alleen, het debat is telkens gevoerd op basis van onvolledige informatie. Doordat er steeds zaken verhuld of vertraagd zijn. Dat wringt. Dat past niet in een volwassen democratie. Zeker omdat het om dé jihadistische aanslag gaat die Nederland heeft geschokt, en tot op de dag van vandaag mensen bang maakt om vrijuit te spreken.

Beste minister, ik herinner me goed dat we een keer in het zonnetje koffie dronken op het Haagse Plein. U was toen financieel woordvoerder van de PvdA en haalde een citaat aan dat u toeschreef aan Queen Victoria: 'Lie back and think of England.' Vrij vertaald: in het landsbelang moet je soms dingen doen die je minder prettig vindt.

Ik hoop dat diezelfde redenering niet achter uw weigering van de taps zit. Uiteindelijk is landsbelang het meest gebaat bij de waarheid. Geef ze vrij.

Met vriendelijke groet,

Peter Wierenga

'Het lijkt net dat verdwenen fotorolletje'

Johan van Gogh (94) en zijn vrouw Anneke (80), de ouders van Theo, voelden zich altijd uitstekend begeleid door het Openbaar Ministerie. Maar het ergert ze bijzonder dat de Laakkwartier-taps van voor de moord buiten beeld blijven. 'Krankzinnig', zegt Anneke, die de vergelijking maakt met het verdwenen fotorolletje van Srebrenica. 'Je wordt bedonderd waar je bij staat. Wij zijn toch redelijke mensen?' Toen de adjunct-directeur van de AIVD in 2008 bij de twee op bezoek kwam, heeft ze expliciet naar de taps van voor de moord gevraagd, maar nul op het rekest gekregen.

Ze meent dat Theo met betere bescherming nog geleefd had, al geeft ze toe dat die daar zelf ook niet echt open voor stond. Johan, voormalig medewerker van de BVD - voorloper van de AIVD - denkt daarentegen dat de moord niet voorkomen had kunnen worden.

Theo's ouders zijn blij dat Jaap Cohen een biografie gaat schrijven over hun zoon, inclusief diens filmcarrière. De zoon van oud-burgemeester Job Cohen is onder meer nieuwsgierig naar het debat over de vrije meningsuiting: hoe ver mag je gaan?

Zoals bekend kreeg Cohen senior er vaak genadeloos van langs in Van Goghs columns. Het was een kant van Theo waar de ouders niet heel trots op zijn. 'Je mág het wel zeggen, maar je hoeft het niet te zeggen', waren Johans gevleugelde woorden bij de uitvaart. Hij geeft nu als voorbeeld de beruchte column waarin toenmalig GroenLinks-voorman Paul Rosenmöller de kanker krijgt toegewenst. 'Dat kun je niet doen.' Maar hij doelde nadrukkelijk niet op de kritiek die zijn zoon had op de islam, of op de film Submission die hij maakte met Ayaan Hirsi Ali. 'Daar kan ik helemaal achter staan. Dat hij de moed heeft gehad om dat allemaal zo te zeggen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden