Beste Michaël,

Dit is de eerste aflevering van een briefwisseling tussen Hans Maarten van den Brink en Michaël Zeeman over religie, die elke 14 dagen verschijnt....

Het was een vreemde avond, die 16de juni, in de grote zaal van het Muziekgebouw aan het IJ. Aangekondigd was de première van een film over Kees Fens en zijn levenslange liefde voor het even krankzinnige als wonderschone bouwwerk van woorden, beelden, rituelen, gezangen en ervaringen dat de rooms-katholieke kerk nu eenmaal is. Na de vertoning zou ik daarover in gesprek gaan met drie gasten, onder wie jij. Fens zou niks zeggen. Hij zou op de eerste rij zitten en er het zijne van denken. Maar een dag voor de première kwam het bericht dat hij overleden was. Weggegleden in zijn slaap. En dus kreeg de bijeenkomst, hoe manhaftig en geheel in zijn geest we dat ook probeerden te vermijden, toch meer het karakter van een rouwdienst zonder kist in plaats van een beknopt maar daarom niet minder inspirerend intellectueel debat. Buiten heerste het weer van deze zomer. Jagende wolken, af en toe een bui. Ik had als gevolg van een bloeduitstorting één vuurrood oog, het linker, en dat zal aan mijn verschijning iets spookachtigs – om niet te zeggen: iets duivels – hebben gegeven. Maar jij was het die in mijn herinnering de genadeklap uitdeelde. Nadat je voor de vuist weg in prachtige volzinnen heel knappe dingen over God en Nederland had gezegd, begon ik je een vraag te stellen waarop ik in de maanden daarvoor in drie lange gesprekken thuis bij Kees Fens ook het antwoord had gezocht. Namelijk deze: valt religieuze kunst, Bach, Brahms, Botticelli, Breughel, net zo goed te begrijpen door iemand die religie afwijst en er niets van weet (dat gaat vaak samen) als door de gelovige medemens?

Maar terwijl ik naar woorden zocht en naar je keek, zag ik opeens een enorme gereformeerde man van middelbare leeftijd staan, weliswaar woonachtig te Rome, maar toch in de eerste plaats door afkomst, voorkeur en wellicht zelfs predestinatie een man van het Woord, van de redenering, en niet iemand zoals ik, die vooral denkt in beelden, die gelooft in de transsubstantiatie en dus almaar en meestal tegen beter weten in hoopt dat het woord vlees zal worden. Je bent een domineeszoon van twee meter. Die onrustbarende gewaarwording sloop halverwege binnen in mijn vraag, ik probeerde haar erin te verwerken, maar je onderbrak me met een spottend ‘jij hebt daar kennelijk meer problemen mee dan ik’. Dat leverde de eerste en enige lach op uit de zaal. Ik af met mijn oog. Maar toen we het podium verlieten zei je: ‘Laten we hierover een briefwisseling beginnen.’ Dat leek me een wat gewichtige, negentiende-eeuwse geste, ook al omdat ik meteen begreep dat die correspondentie publiek zou moeten zijn. Maar diep in de nacht bedacht ik dat ik het misschien wel aan mezelf en aan mijn geschiedenis verplicht ben om zo’n uitdaging aan te gaan. Die gesprekken met Fens hebben grote indruk op me gemaakt. Niet zozeer door wat hij zei, want eigenlijk wist ik al dat hij een man van de vorm zou zijn, van de exacte formulering, juist als het aankomt op ongrijpbare dingen. Maar vooral om wie hij was. Een versleten lichaam van 78 met daarin de onbevangen geest van een jongen – en met ‘jongen’ bedoel ik geen puberale betweter maar een ouderwetse flinke jongen die problemen niet met stoere praat te lijf gaat maar met kwetsbaarheid en precisie. God, wat nam die man me voor zich in. Ook doordat hij niet het achterste van zijn tong liet zien. Decennialang schreef hij in deze tot op het bot geseculariseerde krant over kloosters, relieken, heiligenlevens enzovoort alsof hij in zijn eentje een hele cultuur overeind moest houden en toch had hij na die drie middagen nog niet duidelijk gemaakt of hij nu de meest roomse ongelovige van dit land was of juist de meest gelovige onder de atheïsten. En dat doet er ook niet zoveel toe. Of God bestaat, bedoel ik. Mij interesseert vooral wat Hij doet. Dus laten we het gesprek aangaan, te beginnen met de vraag van 16 juni. Maar zonder vaag te worden, juist als het gaat over gevoelens. Als ik het woord ‘spiritualiteit’ hoor, trek ik mijn revolver.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden