Beste jaren Groenendaal moeten nog komen

De nukken en het aanhoudend geklaag van Richard Groenendaal doemen per traditie elke winter op, in ieder geval in de pers, maar de 31-jarige Brabander kan wel degelijk ook ontspannen uit de hoek komen....

Het NK veldrijden is een kwartiertje achter de rug en terwijl Groenendaal radioverslaggevers bedient staat de nummer vijf van de uitslag geduldig te wachten op het einde van deze plichtpleging. Maarten Nijland, ooit als groot talent aangemerkt, wil zich bij Groenendaal nog even excuseren voor het duw- en trekwerk dat in het begin van de koers tussen die twee plaatsvond.

Zo'n gesprekje tussen veldrijders wil nog wel eens tot een nieuwe botsing leiden, zeker als Groenendaal erbij betrokken is, maar niet deze middag. Met een grote grijns drukt Groenendaal Nijland de hand. ''t Is goed', voegt de kampioen hem toe. 'Je kon er in feite niks aan doen.'

Zelf kan de inwoner van Sint-Michielsgestel er ook niks aan doen dat een NK veldrijden vrijwel zonder uitzondering een naar de keel grijpende voorspelbaarheid kent. Wie vorig jaar bij dit kampioenschap, toen gehouden in het Gelderse Zeddam, geld had gezet op Gerben de Knegt heeft vermoedelijk een uniek bofje gehad.

Bij hoge uitzondering liet Groenendaal zich toen eens verrassen om nadien - want behalve in fietsen is hij inderdaad erg bedreven in klagen - een steen de schuld te geven van het verlies. Het vlekje op de erelijst wordt deze middag in het West-Brabantse land met overtuiging weggewerkt. Kampioenstrui nummer twaalf ('Rood-wit-blauw zit lekker, maar de regenboogtrui zit nog véél beter') wordt na een uurtje koers in ontvangst genomen.

Beangstigende gedachte: Groenendaal is nog maar 31. In de wielersport heet het dan dat de beste jaren nog moeten komen. Bij het veldrijden gingen illustere voorgangers van Groenendaal, niet in de laatste plaats zijneigen vader Rein maar ook Adrie van der Poel en Hennie Stamsnijder, almaar door en door. Het schrikbeeld van een nog jaren durende alleenheerschappij brengt Richard Groenendaal tot de verzuchting dat het wel eens 'lekker' zou zijn als een andere renner voor 'afleiding' kon zorgen.

Een beetje dollen, voor alles ontspannen zijn, er is één zondag in januari waarin Groenendaal zich dat in het veldritseizoen kan permitteren. Honderd kilometer zuidwestelijk van Huijbergen is het deze zondag te doen, weet ook hij. Daar, in Wielbeke, rijdende Belgen hun nationale kampioenschap. In Huijbergen worden van de 31 eliterenners er twaalf niet 'gedubbeld' door Groenendaal. Op tien ronden van 2,7 kilometer.

Op het fraaie parkoers, met de venijnige Nootjesberg als scherprechter, laat Groenendaal zich aanvankelijk helemaal niet van voren zien. Kort na de start gaat het mis wanneer hij door een valpartij wordt opgehouden en mede tengevolge daarvan tegen een paaltje rijdt. Bij het inrijden was hij ook al ten val gekomen en de toenemende kniepijn doet hem even denken dat het wel eens een verspilde middag kon worden.

Amper is het kampioenschap begonnen of Groenendaal weet zich al op tientallen seconden achterstand maar die kloof werkt hij haast lachend weg. 'Ik heb één rondje tempo gereden en toen die jongens voorin niet verder wegliepen wist ik dat het wel weer goed zou komen.' Halfweg de koers sluit hij bij de drie koplopers aan (ploeggenoot Gerben de Knegt, Wim de Vos en Camiel van den Bergh) om nadien spelenderwijs het heft in handen te nemen.

De uittredend kampioen en uiteindelijke nummer twee, Gerben de Knegt, zegt later dat hij geen enkele illusie koesterde Groenendaal werkelijk partij te kunnen geven. 'Voor mij begint het zo langzamerhand een rampseizoen te worden.'

Voor Groenendaal zelf lonken na Huijbergen nog meer beloningen. Het winnen van de wereldbeker acht hij eerder in zijn bereik dan een nieuwe wereldtitel na die van 2000. Op 2 februari wordt het WK in het ZuidItaliaanse Monopoli verreden. 'Een snel parkoers met veel stenen. Niet iets voor mij. Ik zal blij zijn met een podiumplaats.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.