Beste Hermann Wurm,

Wat overkomt ons nu toch weer? Ik hoorde dat jij jezelf hebt geprolongeerd in een nieuw toneelstuk waarin jouw alternerend ego Werner Schwab zijn beroemdheid definitief aan jou laat omdat hij het zijne niet meer wenste uit te spelen....

Het schijnt dat hij dat stuk nog net op tijd had opgedronken voordat hij zichzelf doodschreef. En in dat stuk schijnt hij de schilder in jou tot grote roem te hebben opgeschoten op de internationale kunstbeurs. Zo maar van de ene dag op de andere zijn de ververijen die jij al watervingert sinds jij de mensen om je heen moet zien te verdragen, de moeite van het beleggen waard geworden om je dure geld aan op te hangen. En dat terwijl je godvrezende moeder Erna die vieze vlekken die volgens haar niet eens wisten wat ze nou eigenlijk precies wilden voorstellen altijd linea rectum van de keukentafel naar de pedaalemmer transporteerde. Omdat zij heus wel wist dat jij het vingerverven alleen maar voorschilderde om het verfwater dat in zijn verborgen helderheid eigenlijk gewone jenever was, ongemerkt te kunnen leegdrinken ondanks haar afwassende aanwezigheid. En als zij jou bij de dagelijkse ademcontrole dan toch weer betrapte, sloeg ze je altijd linea rectum onder het aanrecht. Ook al gilde je nog zo hard dat de alcohol een oorzakelijke noodzakelijkheid was, anders kwamen er tijdens het schilderen geen vrolijke kleuren in jouw binnenleven. En jouw kunst moest absoluut vrolijk zijn, riep je dan. Want de mensen hebben nu eenmaal vrolijke kunst nodig in hun treurige leven, snikte je. In fleurigheid moest jouw kunst zelfs de geraniums van je moeder in al hun opdringerige natuurlijkheid kunnen verslaan. En daarom had jij de voortdurende alcoholische roes nodig zodat jouw opdringerigheid zijn natuurlijke uitgang kon vinden. Door met de ogen op slot, het hoofd licht hemelwaarts getild, luisterend naar de goddelijke zingzang op de innerlijke radio, a-ritmisch het maagdelijke papier te bevingervlekken. Want anders zou de kleine Hermann op een zekere dag wel eens met de handige flessentrekker een gat kunnen boren in het mammiehoofd en daar dan zijn eenzame lulli in kunnen stoppen.

Maar godzijdank schijnen jouw ververijen dus te zijn ingeslagen in de portemonnee van de artistieke mensen. Wat een geluk! En volgens de rolverdeling heb je er nog een vriendin bovenop gekregen ook! Hermann, Hermann! Toch nog! Dat moet er dan eentje zijn voor wie jouw horrelvoet geen handicap hoeft te zijn! Die zware horrelvoet die jij je hele leven al moet meeslepen en waar jij regelmatig met al je geweld op los moet slaan als jouw moeder de stiekeme alcohol weer eens tussen de schoonmaakmiddelen heeft verstopt. Want jouw alternerend ego heeft het, voor het zich verzoop, nodig gevonden al het zinloze wereldleed in jouw voet te schrijven. Da's niet mooi van die Schwab. Zelf de benen nemen en jou laten zitten met die voet. Hoe komt een mens nu vooruit in het leven met een voet die helemaal is opgezwollen van alles wat de mensen elkaar voortdurend weer aan moeten doen. Auschwitz, Somalië, Sebrenica, alles heeft ie in die voet van jou gedumpt.

Godzijdank weten de artistieke mensen dat niet als ze jouw kunst bekijken en kopen. Want als ze zouden weten dat jouw vrolijke kleuren pas te voorschijn komen als jij je geweld loslaat op die klomp wereldleed van jou, zodat ie ophoudt met kloppen wanneer er weer eens geen alcohol wordt ingegoten, nou, ik denk niet dat de artistieke mensen er dan hun goeje geld aan zouden ophangen. Dan vinden ze het vast niet meer vrolijk. Tenslotte is kunst afstand en schoonheid. En echte kunst geeft daar bovenop nog troost en hoop. Hoe schoner, hoe troostrijker. En hoe verder weg hoe meer hoop. Want wie hangt nou Auschwitz boven de bank? Of wie stopt zijn geld nou in Sebrenica? Nee, dat is kunstcommercieel gedacht moreel niet verstandig.

Dus Hermann, drink jij nou verstandiger dan jouw alternerend ego Schwab. Die droeg z'n horrelvoet in zijn hoofd. Drink jij je nou niet helemaal weg. Drink gewoon het kloppen in je ongelukkige voet een beetje stil en laat ons jou vrolijke kleuren. Hermann, tot ziens,

Theu Boermans

Dit is de negentiende in een reeks brieven aan personages uit de literatuur. De brief is gericht aan Hermann Wurm, hoofdpersoon in het toneelstuk De Volksvernietiging van de overleden toneelschrijver Werner Schwab. De brieven worden voorgelezen in De Avonden van de VPRO, dagelijks om 22.00 uur op Radio 5. Zaterdag verschijnt op deze plaats een brief van Tijs Goldschmidt aan 'Zeep', het onderwerp van het gelijknamige boek van Francis Ponge (Tango 1973 en Gallimard 1967).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden