Interviews

Bespuugd, belaagd en vernederd: Nederlandse Aziaten uiten hun zorgen over racisme

Nederlandse Aziaten zijn het beu: sinds de coronacrisis neemt het aantal racistische incidenten toe. Vijf betogers vertellen. ‘Ik kan wel tegen een duwtje, maar aan spugen heb ik een hekel.’

Nederlanders van Aziatische afkomst demonstreren op het Museumplein tegen discriminatie. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Nederlanders van Aziatische afkomst demonstreren op het Museumplein tegen discriminatie.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Op het Amsterdamse Museumplein is zaterdag voor de tweede keer in korte tijd gedemonstreerd tegen anti-Aziatisch racisme. Onder de noemer ‘Stop Asian Hate’ waren ruim honderd betogers op de been. Aanleiding voor de manifestatie was de aanslag in Atlanta, in de Verenigde Staten. Een maand geleden werden daar acht mensen neergeschoten, van wie zes van Aziatische afkomst. In Nederland wordt vooral sinds de coronacrisis de pijn extra gevoeld.

Kayan Lam Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Kayan LamBeeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Kayan Lam (26), marketeer

‘‘Vuile kankerchinees’ of ‘sambal bai’: in mijn jeugd in het dorpje Arkel is er van alles naar mijn hoofd geslingerd. Maar sinds de coronacrisis blijft het niet bij woorden. Ik liep laatst in Utrecht over straat en uit het niets spuugde een passant voor mijn voeten op de grond. ‘Ga terug naar je land, ga lekker vleermuizen eten. Dankzij jullie is het coronavirus in Nederland.’ En dat is geen incident: het is me meerdere malen overkomen. Soms is het gespuug, soms is het een duw. Ik sta stevig in mijn schoenen dus ik kan wel tegen duwtje, maar vooral aan dat spugen heb ik een hekel. Het is zo respectloos. Je wordt weggezet als vies. Dan raak ik van streek en ga ik malen: heb ik iets raars gedaan? Terwijl het natuurlijk de ander is die fout zat. Ik snap dat corona heftig is: bijna iedereen wordt erdoor geraakt. Maar waarom moet ík erop worden aangesproken? Ik lijd er net zo veel onder als jullie dat doen.’

Kevin Groen Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Kevin GroenBeeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Kevin Groen (37), coach

‘Het zijn alledaagse taferelen wanneer ik met racisme word geconfronteerd. Laatst gaf ik een leiderschapstraining voor een multinational in de transportsector. Tijdens een workshop kwam de vicepresident de zaal binnenlopen en vroeg: ‘Wie heeft hier de leiding?’. De groep personeelsleden keek naar mij, en ik zei: ‘Dat ben ik’. De vice-president keek mij aan, draaide zich om naar de groep, herhaalde de vraag en liep naar de eerste witte man in de groep. Dat is vernederend. Blijkbaar word ik met mijn aziatisch uiterlijk niet gezien als een leider.’

‘Voor mijn werk reis ik regelmatig met de trein naar Duitsland. Wanneer de grenspolitie aan boord komt wordt steevast om mijn paspoort gevraagd en mijn werktas binnenstebuiten gekeerd. Die beambten zien een wagon vol witte mensen en mij en denken: daar moet iets mis mee zijn. In dat soort situaties bevries ik en klap ik dicht. Slechts een enkele keer durf ik het onrecht te benoemen. Ik ben geadopteerd en in mijn witte omgeving is er veel onbegrip voor wat ik meemaak. Als je familie je al niet begrijpt, hoe moet ik een vreemde dan uitleggen welke pijn het teweegbrengt?’

Tessely en Kelly Zhao Sijie Beeld Guus Dubbelman
Tessely en Kelly Zhao SijieBeeld Guus Dubbelman

Kelly Zhao Sijie (24), data-steward

‘Op zondagmiddag, eerste paasdag, liep ik naar het Amsterdams metrostation Van der Madeweg. Bij de ingang stonden twee zwarte mannen die opgewonden gebaren maakten en naar me riepen. Hoewel ik ze niet verstond, had ik er geen goed gevoel over. Ik liep door. Een paar tellen later voel ik dat er iets tegen tegen mijn rug werd gegooid. Ik draaide me om en zag dat de mannen meer stenen in hun handen hadden. Gelukkig kwam er een andere reiziger aangesneld. Het meisje had gezien wat er gebeurde en riep dat ze ermee op moeten houden. Op agressieve toon begonnen de mannen over ‘corona’ en noemden mij een ‘Chinese kankerhoer’. Het meisje dat tussenbeide kwam, en overigens zelf ook zwart was, werd door de mannen een racist genoemd omdat ze de kant van een Aziaat koos.’

‘Toen ik stiekem een foto van de daders probeerde te maken, stormden ze op mij af. Ik probeerde hun trappen te ontwijken en begon te schreeuwen, ‘Stop asian hate!’. Het meisje, Tesseley, schoot me te hulp en probeerde me te verdedigen. Ze werd naar haar keel gegrepen. Inmiddels waren er ook andere omstanders bijgekomen en de mannen renden weg. Ik zakte in elkaar van emotie. Maar een paar dagen later was ik vooral trots op de strijdbaarheid van Tessely. Wij kenden elkaar niet, maar toen ze onrecht zag, durfde ze te handelen. Zonder haar had ik geen schijn van kans.’

Lucy Filip Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Lucy FilipBeeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Lucy Filip (19), communicatiestudent

‘In Hongkong, waar ik ben opgegroeid, denken we dat Nederland een open en idyllisch land is. Dat was ook mijn eerste indruk, toen ik vorig jaar in Amsterdam kwam studeren. Tot ik pasgeleden op mijn fiets bij het stoplicht stond te wachten en een duw kreeg. Ik wankelde en viel om. Ik draaide mijn hoofd en zag dat een man naar me keek en riep: ‘jij bent een chinees, jij hebt corona’. Ik was stomverbaasd. Het eerste dat ik uit kon brengen was: ‘what the fuck!’. Ik had nooit gedacht dat zoiets mij zou overkomen.’

‘Het zijn niet altijd zulke duidelijke daden. Veel vaker gaat het om micro-agressies. Als ik vertel dat ik uit Hongkong kom, vragen mensen of dat in Noord- of Zuid Korea ligt. Of ze maken een buiging en zeggen ‘ni hao’. Als ik vraag of ze niet willen buigen, respecteren ze dat niet.’

‘Laatst vroeg mijn werkgroepgenoot me met grote ernst of ik wel genoeg kon zien, want ‘je ogen zijn zo klein’. Dat is belachelijk en niet oké. ‘It’s shitty’.’

Jason Tan Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Jason TanBeeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Jason Tan (37), businessconsultant

‘Toen ik 12 was ben ik maandenlang gepest. Jongens noemden me ‘gele’ of ‘spleetoog’. Mijn Indonesische ouders zijn eerste generatie migranten en wilden er geen heisa van maken. Ze zeiden dat ik me er niets van aan moest trekken. Of terug moest schelden met ‘kaaskop’. Uiteindelijk heb ik er uit woede op los getimmerd. Maar daarmee had ik het nog niet verwerkt. Sindsdien maakte ik minder makkelijk witte vrienden. En ruim twintig jaar later merkte ik dat soms in woede kon ontsteken en met spullen begon gooien. Tijdens gesprekken met een psycholoog ontdekten we dat het racistische pestgedrag daar de oorzaak van was.’

‘Twee maanden geleden vertelde mijn dochter dat er in de klas tijdens haar verjaardag ‘Hanky Panky Shanghai’ werd gezongen. Ik heb de school opgebeld. Docenten denken dat het een onschuldig liedje is, maar ik heb uitgelegd dat dat kwetsend is. Mijn ouders zijn vroeger stil gebleven, maar de jongere generatie komt meer voor zichzelf op. Dat is ook wat mijn kinderen wil leren. Ik heb ze vandaag meegenomen naar het Museumplein, zodat ze zien dat ze hun eigen plek mogen innemen.’

De demonstratie op het Museumplein. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
De demonstratie op het Museumplein.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden