'Bespaar ons de blauwdrukken'

Vanuit Den Haag klinkt steeds luider de roep: weg met de provincies en weg met de dorpen. Brabantse topbestuurders volgen het debat met stijgende ergernis....

‘Brabant schrappen van de kaart?’ Ivo Opstelten kijkt er verstoord bij – zo onbenullig vindt hij de gedachte. ‘Daar kunnen we natuurlijk niet aan beginnen. Er is niemand in Tilburg die daarop zit te wachten. Niemand die er zelfs maar aan dénkt. Het idee is volkomen uit de lucht gegrepen.’

Wim van de Donk: ‘Even in Den Haag in een donkere kamer gaan zitten en het land opnieuw intekenen is levensgevaarlijk. Een kapitale denkfout. Je ondermijnt alle kracht van de regio, alle dynamiek die hier nu juist is losgekomen.’

Rob van Gijzel: ‘Het is een verkeerde strategie. We moeten spreken over samenwerking en allianties. Nu gaat het weer over structuren. Straks staan hier in Brabant de hakken in het zand en zijn we zo weer jaren verder. Al die energie die zo verloren gaat.’

Ton Rombouts: ‘Ze kunnen nota’s schrijven wat ze willen, maar Brabant wordt niet opgeheven. Groningen, Friesland, Limburg en Zeeland trouwens ook niet. Die provincies zijn heilig voor de mensen.’

Wim van de Donk: ‘Ik raad de dames en heren aan om met Google Earth eens een blik te werpen op Brabant. Dan zie je in één oogopslag dat daar een kansrijke Europese regio ligt: een mozaïek dat de kracht van steden op unieke wijze verbindt met de vitaliteit van het platteland. Het is van de gekke om onze provincie met een paar pennenstreken in denkbeeldige regio’s op te delen. Dat is gevaarlijk Haags blauwdruk-denken.’

Onrust in het Brabantse land. Een veenbrand smeult onder bestuurders van Oss tot Bergen op Zoom. En het wordt een uitslaande brand als ze in Den Haag niet op hun woorden passen. Hoor ze praten, de Heren van Brabant, die op deze zonnige zaterdagmiddag met z’n allen naar Vught zijn gekomen om hun verhaal te doen. Kijk ze samen poseren voor de ophaalbrug van kasteel Maurick, het trotse bolwerk ten zuiden van Den Bosch. Rob van Gijzel (56, PvdA), burgemeester van Eindhoven. Ton Rombouts (58, CDA), burgemeester van Den Bosch. Ivo Opstelten (66, VVD), waarnemend burgemeester van Tilburg. Fons Jacobs (62, CDA), burgemeester van Helmond. Peter van der Velden (55, PvdA), burgemeester van Breda. En Wim van de Donk (48, CDA), christen-democratisch denker en sinds vorig jaar commissaris van de koningin te Brabant.

Dit is het Bestuurlijk Team Brabant. De boegbeelden van Brabantstad, het steeds nauwere samenwerkingsverband tussen het provinciebestuur en de Brabantse steden. Samen hebben ze zich tot doel gesteld de regio internationaal op de kaart te zetten als hoogwaardig kenniscentrum. Samen verdelen ze de taken. Samen lobbyen ze in Brussel en Den Haag. En samen zijn ze nu naar Vught gekomen om alarm te slaan over het onheil dat over hen dreigt te komen, ‘die gevaarlijke tendens van de Haagse tekentafels’. Ze zijn de spreekbuis van een regio die in het afgelopen decennium een opzienbarende economische groei doormaakte en inmiddels al verantwoordelijk is voor 20 procent van de nationale industriële productie.

Want er lijkt geen houden meer aan. Voornamelijk gedreven door bezuinigingsdrift regent het voorstellen om het openbaar bestuur grondig te reorganiseren: weg met de provincies, en weg met zeker 400 van de huidige 430 gemeenten. De commissie-Kalden, een van de ambtelijke werkgroepen die voor het komende kabinet de miljardenbezuinigingen voorbereidde, trapte af: schrap alle provincies en voeg alle gemeenten samen tot er dertig krachtdadige ‘regiogemeenten’ over blijven. Zijn we in één keer van duizenden gedeputeerden, wethouders, raadsleden en ambtenaren af. Besparing: zeker 1,8 miljard euro.

Het bestuur van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) sloot zich daar onlangs bij aan. Drie bestuurslagen is meer dan genoeg, vindt VNG-directeur Ralph Pans: Europa, het Rijk, en daaronder een stuk of dertig gemeenten. De provincies hebben hun tijd gehad. Pans voorziet ‘miljardenbesparingen’. Maar ook tactische voordelen: overheden lopen elkaar niet meer voor de voeten, burgers en bedrijven hoeven zich niet meer bij het aanvragen van elke vergunning af te vragen of ze wel aan het juiste loket staan.

En daar meldden zich vorige week de befaamde topbestuurders Mickey Huibregtsen en Pieter Winsemius. Enthousiast zetten ook zij het mes in de landkaart. ‘Door het schrappen van een bestuurslaag kan zeer veel geld worden bespaard. Ook de bestuurlijke drukte – hoofdoorzaak van veel vertraging bij de aanleg van grootschalige infrastructuur – wordt minder: er zijn minder overheidsinstanties die elkaar bezig houden.’

Nog even, vreest Wim van de Donk, en die ‘randstedelijke waanideeën’ worden serieus onderwerp van gesprek aan de tafel van de kabinetsformateur. Voordat het te laat is wil hij een krachtig Brabants tegengeluid laten horen: handen af van de provincie, en handen af van de gemeenten. Als ze zichzelf in Noord- en Zuid-Holland of Utrecht zo graag willen opheffen, dan doen ze maar wat ze niet laten kunnen – in Brabant gelden andere wetten.

Van de Donk: ‘Begrijp ons goed: er is niets tegen regionale samenwerking, maar laat het van onderaf komen. Bespaar ons de structuurdiscussies en de blauwdrukken. De kapitale denkfout die ze nu in Den Haag maken is dat ze het openbaar bestuur verengen tot een bedrijfseconomisch begrip: hoe kom je het snelste aan je paspoort en een milieuvergunning? Alsof er geen grotere uitdagingen liggen. En het antwoord dat ze geven komt neer op schaalvergroting en centralisering. Dat gaat helemaal de verkeerde kant op.’

Van Gijzel: ‘De samenwerking van de toekomst is veel complexer, dynamischer en sneller dan we in structuren kunnen vatten. Dat hoef je niet allemaal vast te leggen op papier. Dat moet je dóen.’

Van der Velden: ‘Ik vraag me af of ze in de Randstad wel zien hoeveel ontwikkeling en beweging tussen de regio’s hier al tot stand is gekomen, ook over de provinciegrenzen heen. Daar hebben we geen nieuwe regio’s voor nodig. Wij doen in West-Brabant volop zaken met Dordrecht en Rotterdam. Dat zijn nieuwe, belangrijke allianties. Maar dat betekent niet dat je Brabant kunt opheffen als culturele entiteit. Dat bindt ons juist.’

Rombouts: ‘We worden nu van bovenaf geconfronteerd met een verouderde vorm van structuurdenken waar niemand iets mee opschiet. Ik denk dat wij hier in Brabant juist heel aardig aantonen dat we de onderlinge grenzen allang overschrijden. We hebben elkaar gevonden. We kennen elkaars sterke punten en gunnen die elkaar. We vullen elkaar aan. Dat kan in één keer allemaal kapotgaan door het trekken van zomaar wat nieuwe lijnen op de kaart.’

Van Gijzel: ‘Laten ze samen met ons plannen maken, niet over ons hoofd heen. Sterker: laten ze ons tot voorbeeld nemen. Onze gezamenlijke samenwerking met het bedrijfsleven en de universiteiten, zoals in Eindhoven, is de brandstof voor het economische motortje dat een wel heel bijzondere ontwikkeling laat zien. Ieder speelt zijn rol en we plukken allemaal de vruchten.’

Jacobs: ‘Dat gaat bijna vanzelf. Als Eindhoven zich namens de hele regio wil profileren als kennisstad, als centrum van de technologie, sluiten wij ons daarbij aan. Als Van Gijzel zich in dat internationale krachtenspel vertegenwoordiger van een stad met 750 duizend inwoners noemt, en de hele regio er voor het gemak dus even bij neemt, heb ik daar geen enkel probleem mee. Laat hem in China ook maar namens mij praten. Daar worden wij in Helmond niet slechter van.’

Rombouts: ‘Eindhoven is onze economische hoofdstad. Den Bosch is de bestuurlijk-juridische hoofdstad. Breda is het logistieke centrum en de poort naar Rotterdam, Helmond is de stad van de automotive-sector. We erkennen elkaar en versterken elkaar. Samen hebben we een investeringsprogramma gemaakt van 1,4 miljard euro om de regio verder te ontwikkelen. Daar hebben we allemaal geld voor moeten vinden. Het is geen vrijblijvende aanpak.’

Van der Velden: ‘In de strijd om het Logistiek Topinstituut naar Breda te halen zijn we samen opgetrokken. Anders was het niet gelukt. Nu vechten we met z’n allen voor de uitverkiezing van Den Bosch tot culturele hoofdstad van Europa. Dat doen we als team. Het ieder-voor-zich denken ligt allang achter ons. ’

Opstelten: ‘Daarom is dit ook geen defensief verhaal. We gaan juist uit van onze kracht. Ik ben hier maar kort, maar ik zie iets unieks: de nauwe samenwerking van de steden met het bedrijfsleven, de universiteiten en de hogescholen, de manier waarop we samen de crisis te lijf gaan. Dat vind je niet overal. Ik ben onder de indruk. Daar moet je nu geen theoretische blauwdrukken op los laten.’

Van Gijzel: ‘In 2008, in de week dat in Amerika Lehman Brothers omviel en de wereld ongelovig toekeek, zaten wij met onze captains of industry, de universiteiten en de hogescholen om tafel met de vraag: wat nu? En sindsdien kwamen we elke week bij elkaar. Dat is nergens anders zo gebeurd.’

Jacobs: ‘Dat is Brabant. Het dna is niet ik, maar wij. We kennen elkaar. En daardoor heb je al die mensen heel snel bij elkaar.’

Van Gijzel: ‘Maar dat moet je dus van onderop laten gebeuren. Lukraak samenvoegen en herindelen werkt absoluut averechts.’

Van de Donk: ‘Lijnen trekken is nergens voor nodig. Dat is gestolde dynamiek. Wij geven hier vorm aan milde regionalisering, samenwerking van onderop. We denken meer in stippellijnen dan in met dikke stift getrokken grenzen.’

Rombouts: ‘Er zijn best nog wat gemeenten die moeten fuseren. Die worden uiteindelijk te klein voor alle taken die ze moeten uitvoeren. Daar hebben ze te weinig mensen voor. We zijn ooit begonnen met 1.200 gemeenten. Nu zijn het er nog 430. Het zullen er best nog eens 300 worden. Maar die gemeenten geven dat zelf wel aan. Als je ze verplicht laat opgaan in grote regioverbanden ontstaat een bestuur zonder enige hechting met de bevolking. Dat is het laatste waar we nu behoefte aan hebben.’

Van de Donk: ‘Als ik nou nog overtuigd was van het eclatante succes van de schaalvergroting in het onderwijs, in de zorg, in alle sociale systemen... Maar niets is minder waar. We hebben een ramp aangericht in dit land. En ik zal tot mijn laatste snik vechten tegen de technocraten die nu vanuit dezelfde waanideeën ook het openbaar bestuur nog willen verknallen met hun excessieve centralisatiedrift.’

Van der Velden: ‘Ik heb in mijn leven als bestuurder twee keer een herindeling meegemaakt. Wat een emoties! Gedwongen opsplitsing van bovenaf zal niets dan een enorme anti-reactie oproepen. Ga daar maar vanuit. Laten we ons die ellende nou besparen en onze energie voor belangrijker zaken gebruiken.’

Opstelten: ‘Gedwongen herindelingen zullen onze ambities verlammen en onze groei aantasten. Dat is mijn vrees. Wij weten ook wel dat wij onze bijdrage moeten leveren aan de bezuinigingen, maar daar komen we ook zonder structuurverandering wel uit. Samen.’

Van de Donk: ‘Blauwdrukken leiden tot een fatale reductie van de maatschappelijke werkelijkheid. Ze zetten al ons bestuurlijk vermogen op slot. Het is een excessieve poging tot centralisatie die slechts leidt tot een enorme vergroting van de macht van de ambtenaren en verdere vervreemding van het openbaar bestuur van de bevolking.’

Van der Velden: ‘Gewoon laten bestaan, die gemeenten. De mensen willen het niet anders. En Brabant opheffen? Dat is helemaal niet nodig. De provinciegrens is geen willekeurige lijn op de kaart. Brabant is meer dan een gebied. Het is een identiteit, daar hoort een gevoel bij. Dat merk je toch als je over de Moerdijkbrug rijdt? Ik wel. De meeste mensen wel.’

Opstelten: ‘Zonder de provincie gaat het niet. Het wordt wél tijd dat die zich weer eens op z’n kerntaken gaat concentreren: ruimtelijke ordening, infrastructuur, natuurbescherming, het toezicht op de gemeenten. Maar in een provincie als deze komt daar nog wel een wezenlijke taak bij: er moet een overheid zijn die waakt over de provinciale identiteit. Dat is in Zuid-Holland misschien niet belangrijk, maar hier wel. En de steden zijn te klein om die rol over te nemen.’

Rob van Gijzel heeft eerder op de middag bij wijze van grap de eerste regels van het Lied van Hertog Jan al door het kasteel laten galmen, het officieuze Brabantse volkslied: ‘Toen Hertog Jan kwam varen, te peerd parmant, al triomfant.’ Ton Rombouts merkt op dat Van Gijzel de tekst slecht kent. Maar hij hoopt wel dat de boodschap het Binnenhof bereikt, opdat de dames en heren aan de formatietafel geen gekke dingen gaan doen.

‘Laat ik het zo zeggen: ten leste zullen wij desnoods Guus Meeuwis zelf inzetten om te laten zien wat Brabant werkelijk is. Deze week staan ze weer vijf avonden lang met tienduizenden met hem mee te zingen in Eindhoven. En dan denk ik aan Brabant, want daar brandt nog licht. Dat is waar wij trots op zijn, die warme gezamenlijkheid. Die willen wij niet kwijt. Op basis daarvan hebben we elkaar gevonden. Dat is het fundament onder onze eenheid en onder nog meer Brabants succes. Dat laten we ons niet afnemen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden