Besmet insigne van 'grotegraaiersgilde'

Opties zijn op weg naar de uitgang. Het symbool van het grote graaien door bestuurders in de gouden jaren heeft de afkeer bij het publiek en het verzet van de aandeelhouders niet overleefd.

Bij het publiek riepen opties altijd al wantrouwen op, maar in maart 1997 krijgt de afkeer ook een gezicht. Bestuurder Paul Vlek van Elsevier heeft het jaar ervoor in een klap voor 7 miljoen gulden aan opties verzilverd, meldt de Brits-Nederlandse uitgever dat jaar in zijn jaarverslag. Zo'n transactie voor omgerekend 3,2 miljoen euro zou tegenwoordig een kort bericht opleveren, maar destijds is de opwinding erover groot. Het levert Vlek de bijnaam 'Opties Paultje' op.


De opties hadden als beloningsregeling in de jaren tachtig gestaag voet aan de grond gekregen in het bedrijfsleven, maar ze worden pas omstreden als bedrijven wegens de publicatieplicht de bedragen openbaar moeten maken. Na de eerste onthulling over de optiemiljoenen komen er meer verhalen naar buiten. De top van Philips heeft ook voor miljoenen verzilverd. Cor Boonstra, drie jaar eerder aangesteld als puinruimer, ziet de waarde van zijn optiepakket zelfs oplopen tot omgerekend ruim 10 miljoen euro.


De onthullingen brengen premier Wim Kok ertoe om op 18 april 1997 zijn beroemde woorden over de 'exhibitionistische zelfverrijking' in de top van het bedrijfsleven uit te spreken. Het morele beroep van Kok om aan de top te minderen, markeert het beginpunt van de pogingen van de politiek om de zelfverrijking door opties te beteugelen.


Als een jaar later ook de optiepakketten van de bestuurders van verzekeraar Aegon in de tientallen miljoenen lopen, besluit Kok met zijn PvdA-staatssecretaris Willem Vermeend een belastingmaatregel in te voeren om het verzilveren van opties te ontmoedigen dan wel af te romen. Effect heeft de maatregel nauwelijks. Diverse bedrijven besluiten simpelweg meer opties uit te keren aan hun bestuurders.


Opeenvolgende kabinetten nemen nog meer maatregelen. Bedrijven moeten vanaf 2003 meer details gaan verstrekken. Die transparantie moet de publieke druk tegen opties voeden, zo is het idee, en daarmee het fenomeen beteugelen. De maatregel werkt averechts. Door de openheid zien bestuurders dat hun collega's bij andere bedrijven meer verdienen, waarna ze zelf om meer opties gaan vragen.


Commissie-Tabaksblat

De Commissie-Tabaksblat, voor goed ondernemingsbestuur, probeert in 2004 met zelfregulering de uitgifte van opties terug te dringen. Maar een dwingende richtlijn om variabel loon te beteugelen, haalt het niet.


Ook werknemers krijgen meer inspraak in de beloning, via een advies van de ondernemingsraad en de voordracht van een speciale commissaris. Maar een vuist weten de werknemers niet te maken.


Het is ook rond die periode dat de aandeelhouders meer macht krijgen. Het zijn uiteindelijk die aandeelhouders die het verzet mede gaan vormgeven. Bij aandeelhoudersvergaderingen moeten beleggers instemmen met de beloningsregels van het bedrijf. Diverse keren worden nieuwe beloningsregels naar de prullenmand verwezen. Door een reeks bizarre uitschieters in de beloning van bestuurders - van Alexander Ribbink bij TomTom, Rijkman Groenink bij ABN Amro tot Jan Bennink bij Numico - ontstaat bij beleggers het besef dat de regelingen te lucratief zijn. Het steekt aandeelhouders vooral dat er nauwelijks een verband is tussen prestatie en beloning. Als toevallig de beurskoers stijgt, wint een optie flink aan waarde. En als dat niet gebeurt, loopt de bestuurder weinig risico. Hij raakt hooguit een beperkt bedrag aan betaalde belasting kwijt.


Onder druk van vooral grote beleggers, zoals de pensioenfondsen, stappen de bestuurders vervolgens gestaag over op een andere vorm van beloning. Ze laten geen opties uitkeren, maar een pakket prestatieaandelen. Handig meegenomen: prestatieaandelen houden ook hun waarde als de koers van het aandeel zakt, waardoor ook in de crisisjaren nog enige beloning overblijft. Maar het belangrijkste kenmerk van prestatieaandelen is vooral dat de beloning van bestuurders, in tegenstelling tot de optie, veel minder extreme uitschieters kent.


De optie heeft anno 2014 zijn beste tijd gehad. Vorig jaar werd voor bijna 15 miljoen euro gecasht, waarvan ruim eenderde op naam kwam van de scheidend Randstad-baas Ben Noteboom; het uitzendconcern heeft de optie als beloningsvorm nu vaarwel gezegd. Vorig jaar kregen nog 45 bestuurders opties, tegen 275 tien jaar geleden. Dit jaar zullen er nog minder nieuwe opties worden uitgedeeld; ook Philips is gestopt met deze beloningsvorm.


Paul Vlek stopte in 1998 als bestuurder van Elsevier. Hij ging met pensioen, als 53-jarige. Beleggersvereniging VEB sluit niet uit dat er in de toekomst nieuwe 'Opties Paultjes' opstaan. De ondergang van de optie komt volgens de VEB mede door de gedaalde beurskoersen. Opties leveren immers alleen wat op als ze tegen sterk gestegen koersen kunnen worden verzilverd. Daar was tot vorig jaar geen sprake van. Als de koersen blijven stijgen, maakt misschien ook deze beloningsvorm een rentree, denkt de VEB. Dat zou kunnen. Maar voorlopig ziet het ernaar uit dat de optie z'n langste tijd heeft gehad.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden