Besluiten eurotop leiden tot verpaupering van Zuid-Europa

Euroakkoord

De oplossing die de Europese top de afgelopen week heeft gevonden voor de eurocrisis, heeft tot veel gejuich geleid. Premier Rutte concludeerde dat er een stevig fundament onder Europa was gelegd. Het hulpfonds voor de zwakke eurolanden is immers weer even voldoende gevuld en als de grote spaarlanden in de wereld, zoals India en China, ook nog wat in het potje willen storten, is de kans te verwaarlozen dat de financiële markt een euroland nog plat kan krijgen. Dat de euro daarmee definitief gered is, lijkt echter een illusie. Bij de eerste de beste test, namelijk de uitgifte van Italiaanse overheidsobligaties, bleek het akkoord geen enkele indruk te hebben gemaakt. Het probleem van de Zuid-Europese landen in de eurozone - dat zij permanent economisch achterblijven en worden weggeconcurreerd door de economisch succesvolle lidstaten - is namelijk niet opgelost. De arbeidsproductiviteit in deze landen is te laag, de arbeidskosten zijn te hoog, waardoor hun producten te duur zijn en worden weggedrukt door de exporten van de sterke landen, waaronder Nederland en Duitsland.


Is er een oplossing zonder dat de euro wordt opgebroken en zonder dat de Zuid-Europese landen door omvangrijke bezuinigingen en eenzijdige inkomensdalingen in een eindeloze recessie worden geduwd, zoals nu gebeurt? Jazeker, als Nederland en Duitsland hun politiek van loonmatiging opgeven, en dus hun inkomens en bijgevolg hun exportprijzen flink laten stijgen. Als deze landen dan ook nog hun bezuinigingsbeleid laten varen en tot expansie overgaan, is er nog meer kans dat de Zuid-Europese landen weer kunnen meedoen.


We hoeven maar naar het programma van het kabinet-Rutte te kijken om te weten dat zo'n beleid er niet zal komen. Matiging van inkomens, ook van degenen die het niet kunnen trekken, staat bovenaan de lijst van beleidsvoornemens. Bijna de helft van de geplande bezuinigingen komt van ingrepen in individuele inkomens. In Duitsland is het ongeveer hetzelfde liedje. Daarmee is de kans dat Zuid-Europa zelfstandig uit de recessie kan komen tot vrijwel nul gereduceerd en gaat de mogelijkheid dat deze landen hun overheidsfinanciën nog op orde krijgen in rook op. Dankzij de euro en het bezuinigingsbeleid in West-Europa zijn de Zuid-Europese landen gedoemd te verpauperen. Zij moeten op last van de rijke landen eerst hun economie te gronde richten. Het hulpfonds zal daarna ongetwijfeld goede diensten gaan bewijzen om deze landen levend te houden. De arme Zuid-Europese landen komen dan in een ondergeschikte positie terecht, want zij krijgen alleen hulp als zij doen wat de rijke landen zeggen. Zo wordt Europa een verband van staten waar de ene groep door de andere wordt onderhouden.


Als de eurolanden de euro niet willen opbreken, zal een 'definitieve' oplossing voor de crisis - die op de volgende top ongetwijfeld opnieuw zal worden aangekondigd en gezocht - alleen maar kunnen inhouden dat de overheden van rijke landen meer gaan uitgeven in plaats van bezuinigen. Dit is ondanks alle retoriek van dit kabinet dat de Nederlandse overheidsfinanciën zijn ontspoord de enige optie die overblijft. De huidige optie van voortmodderen en het hulpfonds steeds maar weer vullen, kan niet lang meer worden volgehouden.


Overheden van rijke landen zullen meer moeten uitgeven in plaats van te bezuinigen.


HARRIE VERBON is hoogleraar openbare financiën aan de Universiteit van Tilburg


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden