Beschouwing Night Windows

Zwagerman kijkt

Edward Hopper duwt onze blik met het schilderij Night Windows onmiskenbaar een voyeuristische kant op: die van de geniepige gluurder. Of je nu wilt of niet.

Een van de personages die met enige regelmaat terugkeerde in de columns van Martin Bril, was 'de achterbuurvrouw'. Voor Bril vormde de achterbuurvrouw vaak de aanleiding tot een onschuldige, licht melancholieke vorm van voyeurisme. De achterbuurvrouw maakte in 2003 haar entree in Brils column: 'Het moment (voor de achterbuurvrouw) leek gekomen. Wat onzeker schoven de gordijnen open en daar was een jonge vrouw die te ver weg woont om haar gezicht te kunnen zien, maar net dichtbij genoeg om de vormen van haar lichaam en haar bewegingen te kunnen bewonderen.' Deze buurvrouw verhuisde, maar in 2005 was er een 'vervangster': 'De zon scheen, de vogels floten en de nieuwe achterbuurvrouw zat op haar balkonnetje. Ze droeg een feestelijke, roze jurk en epileerde haar benen.'


Het beeld van een naburige vrouw die zich onbespied waant en die vluchtige en alledaagse bezigheden verricht, zinspeelt op een vorm van voyeurisme die niet wordt gevoed door begeerte en geilheid, maar die hooguit, zoals ook blijkt uit de citaten uit columns van Bril, wordt aangedreven door een zweem van milde erotiek. En ook als die erotiek uit het voyeurisme wordt gefilterd, wordt onze blik nog steeds toegezogen naar de onbekende die zich er niet van bewust is dat wij die dynamiek van terloopse handelingen gadeslaan. Zo'n buurvrouw die zich niet bekeken weet, is niet uitsluitend aanlokkelijk. Ze is ook aandoenlijk.


Hét schilderij waarin die dynamiek van terloopse handelingen in één beeld is vastgeklonken, was en is voor mij Night Windows (1928) van Edward Hopper. Ik zag het voor het eerst, in reproductie, toen ik 18 was, in een naslagwerk over Amerikaanse kunst. In 1991 wilde ik de afbeelding heel graag op de omslag van mijn roman Vals licht hebben. Aldus geschiedde. Het hoofdpersonage Lizzie Rosenfeld komt buiten werktijd nauwelijks op straat. Het liefst verblijft zij in haar huurkamer die zij naar eigen zeggen heeft getransformeerd tot 'onderwaterkamer', dankzij een 'onderwatereffect', teweeggebracht door zachtgroen geverfde wanden, een nog zachter groen van haar eettafel en, ten slotte, het nóg weer zachter groen van lakens en dekbedovertrek.


Op Hoppers Night Windows is de achterwand van de kamer lichtgeel. Er staat een bed met bruine sprei eroverheen. Bij het halfopen linker raam wappert lichtblauwe vitrage, terwijl achter het rechter raam een oranje gordijn is dichtgetrokken. Op de vloer: felgroene stoffering. Ondanks al die verschillen in kleurstelling belichaamt Night Windows voor mij Lizzie's onderwaterkamer, misschien wel omdat Hopper de buitenkant van het huis, raamsponningen, metselwerk en steensoort één kleur heeft gegeven, een ongrijpbaar en, gegeven het nachtelijke uur, onrealistisch soort groen, die ik associeerde met een woning die veel weg had van een aquarium.


Van de vrouw in het appartement zien we uitsluitend een deel van haar rug, haar billen, haar bleke linkerarm en een stukje van haar benen. Ze draagt een jurkje dat afsteekt tegen het uitgesproken oranje van het gordijn achter het rechterraam. Hoofd en voeten gaan schuil achter de raamsponning. Het beeld van het appartement bij nacht is in alle eenvoud zó soeverein dat je je bijna niet kunt voorstellen dat de nacht toch echt eens ophoudt en dat er daglicht door de drie ramen naar binnen zal vallen. De drie ramen vormen het glas van een voor menselijk gebruik geschikt gemaakt aquarium. Een onderwaterkamer.


Al die jaren had ik Night Windows nooit 'in het echt' gezien. Pas onlangs, 23 jaar na publicatie van Vals licht, stond ik in het MoMA tegenover Night Windows. Geen bezoeker in het museum die daarvan opkeek, dat spreekt, maar in mijn eentje stond ik er toch een grote gebeurtenis te beleven.


In het MoMA zag ik een ánder schilderij dan het kunstwerk waar ik zo vaak in boeken en op internet naar had gekeken en op had ingezoomd, zodat ik ieder detail meende te hebben verinnerlijkt.


Om te beginnen is Night Windows met veel lossere 'slagen' geschilderd dan reproducties doen vermoeden. Het groene gesteente van het gebouw toont, als je dicht op het doek gaat staan, verfstreken die doen vermoeden dat Paul Cézanne en Claude Monet in Hoppers verbeelding achter zijn rug hebben staan meekijken, en vervolgens goedkeurend knikten.


En dan het oranje gordijn... Op reproducties valt de transparantie op van het gordijn, want erachter piepen de contouren van wat vermoedelijk een staande lamp is. Maar sta je oog in oog met het origineel, dan blijkt dat gordijn te bestaan uit een wirwar van wilde vlekken en vlekjes - zeker géén precisiewerk. Fixeer je je blik op dat oranje gordijn, dan begrijp je pas echt dat Edward Hopper nog in 1960 over zijn kunstenaarschap en schatplicht kon zeggen: 'I still think I'm an impressionist.'


Verder moest ik direct erkennen dat mijn eerdere indruk over het betrekkelijke onschuldige voyeurisme dat Night Windows oproept, redelijk misplaatst is geweest. Al die tijd was die indruk vermoedelijk gebaseerd op wishful thinking. Zie je het feitelijke kunstwerk, dan worden die mijmeringen over de eerdergenoemde dynamiek van alledaagse handelingen behoorlijk vroom, op het schijnheilige af.


Je kijkt, vanaf de door Hopper gecreëerde denkbeeldige positie van een tegenovergelegen appartement, gewoon recht tegen een in rood gehulde kont aan. En wat voor kont! Het is een kont die - en dat is het raffinement van Hopper - je tegen wil en dank opzadelt met de identiteit van de geniepige gluurder.


Het valt heus vol te houden dat de vrouw achter het raam een onschuldige handeling verricht, zonder enige erotische resonans. Maar de 'verteller' van het schilderij, in wiens blik en blikrichting wij worden gemanoeuvreerd, heeft niets onschuldigs. Die blik is nauwgezet, methodisch en is afkomstig van een arglistige voyeur. Night Windows is helemaal geen arcadisch en verstild kunstwerk, geen ode aan de akoestische weldaad van het alledaagse. Het is je reinste suspense - zoals wel vaker bij Edward Hopper.


In Hopper. An Intimate Biography (1995) oppert biografe Gail Levin dat Hopper zich voor Night Windows heeft laten inspireren door de verhalencyclus Whinesburg, Ohio uit 1919 van Sherwood Anderson. Volgens Levin moet Hopper die verhalen hebben gekend, zo niet in boekvorm, dan in het tijdschrift The Dial waarin die verhalen waren voorgepubliceerd. Het echtpaar Jo en Edward Hopper had een abonnement op The Dial.


Eén van de verhalen in Whinesburg, Ohio heet The Strength of God en gaat over een jonge predikant die in een torenkamer een hoekje van een raam verbrijzelt, waarna hij recht de slaapkamer in kan kijken van een jonge onderwijzeres, die wekelijks zijn kerkdiensten bezoekt. De vrouw heeft de gewoonte in bed te lezen en een sigaret te roken. De predikant raakt, al glurend, ten prooi aan schaamte, schuldgevoel en wellust. Hij moest zich verzetten tegen 'de behoefte dat blanke, stille figuurtje in haar bed terug te zien'. Naast dat bed 'stond een lamp waarvan het schijnsel over haar blanke schouders en blote hals stroomde'.


Het bed, de lamp, het schijnsel, een blote schouder - al die elementen keren terug in Night Windows. En dan dat 'blanke, stille figuurtje' dat die predikant zo graag in haar bed terug wil zien. Hopper maakte van die predikant het anonieme personage wiens blikrichting wij gedwongen worden over te nemen als we Night Windows bekijken.


Over Hoppers werk is heel vaak beweerd dat hij taferelen schilderde waar zojuist iets is gebeurd of staat te gebeuren. Bij het bekijken van Night Windows in het MoMA is het niet moeilijk te bedenken wat er staat te gebeuren. De figuur in het tegenovergelegen appartement besluit de oversteek te wagen. Belt beneden aan. Bestijgt de trap. Klopt op de deur. De bewoonster, de vrouw met haar 'blote schouders en hals', doet open, maar houdt intuïtief en uit voorzorg de deur op een kier. Dan: de voet tussen de deur.


Dan: de rest.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.