Beschouwing Léon Spilliaert Zwagerman kijkt

Met het schilderen van de alledaagse dingen om hem heen - flessen en dozen - poogde de Vlaamse kunstenaar Léon Spilliaert zijn angst eronder te krijgen.

Het oeuvre van de Vlaamse kunstenaar Léon Spilliaert (1881-1946) schiet in stijl en thematiek alle kanten op; van geprangde, onflatteuze zelfportretten via zee- en dijkgezichten, luchtschepen, roofvogels en bos-nimfen naar groepsportretten van knoestige vissersvrouwen en een schier oneindige reeks boomstammen. De diversiteit is groot, dat zijn de niveauverschillen eveneens.


Die boomreeksen maakte Spil-liaert tegen het einde van zijn loopbaan. Na een in zijn jeugdjaren onbeantwoord gebleven liefde zwoer Spilliaert nooit te zullen trouwen. Maar op zijn 36ste trad hij alsnog in het huwelijk en verhuisde hij van zijn geboortestad Oostende naar Brussel. Nog vóór de middelbare leeftijd leidde de kunstenaar een tevreden leven als echtgenoot en huisvader. Het is die huisvader die zich, naar het af en toe de schijnt, op de automatische piloot verdiepte in bomen, takken, bosschages en bladeren - op zijn best vervreemdend en op zijn slechtst decoratief en vrijblijvend.


Spilliaert is zo'n kunstenaar over wie je, met enige gêne (want wie misgunt een uitzonderlijk getalenteerd kunstenaar een fijn gezinsleven), kunt beweren dat zijn faam groter was geweest als hij jong en gekweld was gestorven. Liefst in Oostende, waar niemand hem begreep en al helemaal niemand geduld kon opbrengen voor zijn geestelijke kwetsuren en kwellingen. Dan was dit West-Vlaams natuurtalent een legende geworden. En dan had het late, alleszins verdienstelijke werk het vroege, sinistere en bij vlagen onontkoombare werk niet 'in de weg gezeten', zogezegd.


De jonge Spilliaert beantwoordde geheel aan het beeld van de kunstenaar als een ziekelijk, gebutst en gekweld type. Dat beeld raakte in zwang in het fin de sciècle en ijlde na 1900 nog geruime tijd na. Naast astma, maagkwalen en depressie leed Spilliaert in zijn jonge jaren aan slapeloosheid. De vele doorwaakte nachten trokken een wissel op de toch al broze geestelijke en fysieke gezondheid. Niet alleen overdag, ook als hij 's nachts de slaap niet kon vatten, kleedde Spilliaert zich netjes aan. Piekfijn uitgedost -kostuum, gesteven overhemd met staande kraag - scharrelde hij dan rond in het ouderlijk huis, terwijl het maanlicht de kamers in de grote woning in Oostende spaarzaam verlichtte.


Voor Spilliaert moet de nacht synoniem zijn geweest aan ontheemding, verlies, ongerichte angsten. Verlamming. Verkramping. Spleen. Niemand die hem zag, in dat herenhuis, en hij had niets anders omhanden dan het, na lang dralen, tekenen van hetgeen hem dag en nacht omringde: flacons, flessen, een huiskamerplant, stapels dozen uit de winkel van zijn vader. Bij Spilliaert worden flacons, flessen, potplanten en dozen raadselachtig. Ieder ding is een sfinx. Een sfinx met niet zo goede bedoelingen.


Soms pakte hij het grootser aan: dan tekende hij, meestal met de gemengde techniek van oostindische inkt, kleurpotlood en pastelkrijt, zijn complete slaapkamer, één keer zodanig dat het lijkt alsof hij Van Goghs kamertje in Arles zich toeëigende en nabootste, zij het in duistere, paarse, donkerblauwe en grijze tinten waaruit een stille, onderhuidse doem spreekt.


Niets concreets in die slaapkamer is griezelig of macaber. Maar de kleurstellingen onderstrepen een eenzaamheid die omvattender was dan het eenpersoonsbed doet vermoeden. In zo'n slaapkamer wil je je schuilhouden voor de boze buitenwereld; desnoods kruip je in de grote kledingkast of fantaseer je dat je je kunt verschansen achter het diepblauwe of donkerpaarse behang. Maar je wilt er niet slapen.


Opstaan dus, wegvluchten uit die kamer. Keurig pak aan. En niét naarbuiten, vooral niet. Daar overheersen bij nacht diezelfde onheilspellende kleuren. Nachtblauwe contouren van verstomde huizen, een purperen hemel, dof verlicht door een krachteloze maan.


Over het mysterie, de hegemonie en aantrekkingskracht van 'de dingen' is het doorgaans fijn mijmeren, ondanks de waarschuwing, in De paleizen van het geheugen van Gerrit Komrij, om de dingen niet op te zadelen met al te hooggestemde veronderstellingen: 'De scheerkwast verleidt ons tot mystiek en we halen poëzie uit de zeepklopper. Nog even en we orakelen over de onstoffelijkheid van de kolenkit en het wonder van de wekring.'


Al zijn scepsis en spot ten spijt, moest Komrij in De paleizen van het geheugen erkennen: 'De dingen zijn kapstokken van een atmosfeer, en pas door het begrensde voorwerp ontstaat ruimte, volledigheid. (...) In een compartiment van het geheugen (...) wordt door een Ding het licht aangestoken, en je ziet ineens de nerven en scheuren van de ruimte. (...), het reanimeert de zintuigelijke sensatie. (...) Wat is het ding al niet? Ballast en vonk.'


Voor Spilliaert waren de dingen vaak ballast, maar hij schenkt in zijn stillevens de potplant, de flacons en kartonnen dozen een kleine vonk die deze voorwerpen voorzien van een innerlijke gloed. Op werken als Plant, inktpot en spiegel, De slaapkamer en De fles, alle drie uit 1908, krijgen de kleinste en onooglijkste voorwerpen en interieurstukken een majesteitelijke autonomie. Ze worden uit hun terloopsheid getild en geplaatst in een atmosfeer van tijdloosheid. Zo overwon Spilliaert zijn angst voor het hem omringende: door er eer aan te bewijzen en hulde aan te brengen.


Spilliaerts bekendste en meest bewonderde stilleven uit zijn oeuvre is De blauwe teil uit 1904. Die behoort tot de collectie van Museum Mu.ZEE in Oostende, dat veel werken bezit van Spilliaert. De blauwe teil is, naar verluidt, Spilliaerts kaalste en taaiste stilleven. Naar verluidt, want ik was nooit eerder in Mu.ZEE en kende het werk alleen van reproducties.


Over De blauwe teil is al vaak de lof gezongen. In een interview in Opzij noemde Ann Demeester, directeur van het Frans Hals Museum en Museum De Hallen in Haarlem, de teil haar 'favoriete kunstwerk'. Bernard Dewulf schreef eens dat de teil lijkt 'te trillen, te zinderen haast (..)'. In een aan Spilliaert gewijde aflevering van Kunstschrift uit 2006 constateerde één van de schrijvers dat 'de teil zweeft door een onbenoembare leegte (...), die ene teil in de nachtelijke kamer onder de adem van de zee. Het is niets en het is alles. Zen in Oostende'.


Allemachtig!


Het werd onvermijdelijk: ik ging naar Mu.ZEE om de teil te zien.


Het is lastig, maar bij het betreden van Mu.ZEE moet je al die lyriek en superlatieven toch, hoe kunstmatig ook, proberen weg te gummen. Je hangt je jas aan de kapstok, doet je tas in een afsluitbaar opbergkastje en in die tas moffel je de woorden Zen, mystiek en onbenoembare leegte weg. Je kunt jezelf gebieden blanco en met herwonnen onschuld een kunstwerk te bekijken.


Wat zie je in Mu.ZEE als je tegenover De blauwe teil staat?


Om te beginnen: is de teil wel blauw? De teil, die evengoed een schaal kan zijn, is minder zachtblauw dan je op grond van reproducties zou vermoeden. Het is een blauw dat zich maar net heeft ontworsteld aan een sombere, sobere grijstint. Het is wonderlijk, maar de teil is dof én glimmend, grauw én glanzend, flets én fonkelend, frêle én robuust. Al die tegenstrijdigheden worden door de teil verspreid - en lijken de teil niet te deren.


Verder bevindt de teil zich, anders dan gewoon in stillevens, off centre. Vlak achter de teil lijkt het staal vaag, verkruimeld licht te reflecteren op die donkergrijze leegte die het werk domineert. Misschien heeft het de teil een zetje gegeven en wilde Spilliaert de teil-in-beweging vastleggen.


Juist omdat de teil zich niet in het hart van het schilderij bevindt, lijkt het alsof een kleine planeet het grijze zwerk in zweeft. Precies zoals het staal van de teil dof én glanzend is, zo suggereert de teil beweging én roerloosheid. En dan het licht. Er lijkt teerwit licht vanuit het binnenste van de teil te komen. Zoals Bernard Dewulf terecht opmerkte: de teil licht zichzelf bij. Alsof het zichzelf en zijn bestaansrecht moet overwinnen op het duister dat haar omringt.


De blauwe teil is een koel, autonoom ding, alleen bij eerste aanblik oogt de teil broos en breekbaar. De teil regeert over het doek - en over het licht. En regeerde vermoedelijk ook over de slapeloze toeschouwer die haar vereeuwigde.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.