Beschouwing In Memory of George Dyer Zwagerman kijkt

Een monument voor zijn geliefde, heet het drieluik dat Francis Bacon schilderde. Of de hel genaamd George Dyer. Zie en huiver.

Sinds 21 februari regeert in De Nieuwe Kerk in Amsterdam de angst. In het middenschip van de kerk, vlak voor het hoofdaltaar, staat een immens en huiveringwekkend drieluik van Francis Bacon opgesteld: In Memory of George Dyer (1971) 1, een bruikleen van Fondation Beyeler uit Zwitserland.


George Dyer was sinds 1964 Bacons minnaar - en hij was niet bepaald een plezierig mens. Hij was een Londense kruimeldief met een kwade en agressieve dronk die letterlijk met een klap Bacons leven binnenkwam, toen hij inbrak in diens woning. Bacon reageerde opmerkelijk: hij nodigde de inbreker uit in zijn bed - en zo begon een even stormachtige als destructieve romance.


Bacon-biograaf Michael Peppiatt schildert Dyer in Francis Bacon: Anatomy of an Enigma (1996) af als een kwaadaardig en vreeswekkend sujet, een uitvreter die schaamteloos teerde op Bacons portemonnee. Op een perverse manier appelleerde Dyer volgens biograaf Peppiatt aan Bacons masochistische kant. Zeker als Dyer dronken was, ruzie met hem zocht en met geweld dreigde, was Francis Bacon bang voor zijn geliefde - en genoot van die angst. Dyer was zowel gekweld als tiranniek, hij was manisch-depressief en soms suïcidaal, hij voelde zich gegeseld door de wereld. Die geseling greep hij aan om zijn directe omgeving te tiranniseren. Bacon, naar eigen zeggen voor niets en niemand bang, zocht en vond de liefde bij die ene mens die hem vrees aanjoeg.


In 1971 waren de twee geliefden in Parijs, voor de opening van een groot retrospectief van Bacons oeuvre in het Grand Palais. Op de dag vóór de opening pleegde Dyer, in het hotel waar zij logeerden, zelfmoord. Dyers overlijden werd pas bekendgemaakt ná de opening van het retrospectief, waarbij Bacon, schijnbaar onaangedaan in urenlange sessies met de internationale pers, aanwezig was.


Maar in de maanden na Dyers dood maakte Bacon een reeks van duistere werken, doortrokken van angst, destructie en schuld, met In Memory of George Dyer als misschien wel het indrukwekkendste werk uit die reeks. Bacon beeldde op In Memory of George Dyer zijn muze in verschillende gedaanten af. Als een vermorzelde bokser in de ring, een verwrongen hoopje mens, een gestalte die met bebloede arm aan een deur rammelt en een nog maar net intacte man die zijn spiegelbeeld ziet verpulveren.


In Memory of George Dyer is ook een zinnebeeld van angst en afgrijzen. En de vraag dringt zich op wiens angst hier domineert, die van de geportretteerde of van de portrettist. Hij bracht in de Dyer-triptiek twee menstypen bijeen in die ene gestalte van George Dyer: een monster dat aan onze deur klopt, maar ook een kleine man die zich niet staande kan houden in een grote boze, buitenwereld en die aan zichzelf bezwijkt.


Dat monster kenden we al in de kunst, dankzij Saturnus verslindt zijn zoon (1820-1823) van Francisco Goya. Maar die kleine gedaante kennen we ook, dankzij Caspar David Friedrichs eenzame monnik in Monnik aan zee (1810). In Francis Bacons triptiek reïncarneren Goya's Saturnus én die frêle, breekbare monnik in een en hetzelfde personage, gemodelleerd naar zijn minnaar Dyer.


Eerst Goya's monster. In de laatste jaren van zijn leven was Francisco Goya (1746-1828) verbitterd en depressief. Hij leefde met een allesverterende angst voor de dood, nadat hij twee keer een ernstige ziekte had overleefd. Louter voor zichzelf, met de bedoeling zijn woning ermee te decoreren, vervaardigde Goya zijn zogeheten 'zwarte werken', een reeks schilderijen waarin hij de afgrondelijkheid van het bestaan leek te willen tarten. Uit die tijd stamt Saturnus verslindt zijn zoon 2. Goya had dit werk bedoeld voor zijn eetkamer - bon appétit.


Saturnus was getrouwd met Rheia en heerste met wrede hand over het heelal. Direct na hun geboorte at Saturnus de kinderen op die Rheia baarde, omdat hem was voorspeld dat een van zijn kinderen hem van de troon zou stoten. Bij Goya is Saturnus bezig een van hen te verschalken. Het is de oogopslag van Goya's woeste Saturnus die het schrikwekkendst is: wat ervaart een man die zijn eigen kind doodt? Die vraag is vergelijkbaar met de vraag wat een man (Dyer) ervaart die dreigt ofwel zijn minnaar (Bacon) ofwel zichzelf te doden.


Dan Friedrichs kleine, frêle monnik. Friedrichs meesterwerk Monnik aan zee is in vergelijking met Goya's monstrueuze portret van Saturnus bijna een verademing van sereniteit. Maar schijn bedriegt vrijwel altijd - dus ook nu. Friedrichs broze monnik lijkt te zijn overgeleverd aan een schier overweldigende leegte, de leegte van de kosmos. Het is niet ongepast te veronderstellen dat in hoofd en hart van deze monnik de uitroep van de gekruisigde Jezus resoneert: 'Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?'


Die monnik is een soort goedaardige George Dyer avant la lettre - een man die, ten prooi aan zichzelf, zijn leven beëindigt. Want misschien schilderde Caspar David Friedrich zijn monnik wel vlak voor het moment dat deze zich van de rotsen stort. De monnik aan zee staat op het punt van zijn geloof te vallen - en ziet tegelijk iedere denkbare bestaansgrond van álles, zichzelf incluis, verpulveren. Verzwolg bij Goya de vader het kind, bij Friedrich verzwelgt de zee de mens.


Tussen de angstbeelden van Goya en Friedrich en dat van Francis Bacon, bevindt zich Edward Munch. Met De schreeuw (1893) verbeeldde Munch een iconisch geworden existentiële angst - de angst voor alles en iedereen. 'De levensangst heeft me achtervolgd sinds ik voor het eerst begon te denken', schreef Munch.


In De schreeuw slaakt niet alleen de doodshoofdachtige figuur aan de rand van een brug een kreet, maar schreeuwt al het omringende, het water, het landschap en de helrode lucht mee. De kosmos slaakt een angstkreet en de doodshoofdfiguur houdt wanhopig de handen tegen de onzichtbare oren. De plaats waar de figuur zich bevindt, is op het schilderij een brug, maar is geënt op een weg buiten Oslo, vlak bij de heuvel Ekeberg, een plaats waar veel mensen zelfmoord pleegden.


Edward Munch zocht die plek in een vorm van angstbezwering bij herhaling op, getuige een van zijn brieven: 'Op een avond wandelde ik er weer naartoe, ik voelde me ziek (...) de zon ging onder en de wolken waren rood getint als met bloed. Het kwam me voor alsof de hele natuur aan het schreeuwen was - ik schilderde het doek, schilderde wolken als echt bloed.' Een bloedende en schreeuwende natuur: dat beeld belichaamt misschien wel de overtreffende trap van levensangst. Is die angst in De schreeuw in de 20ste eeuw nog door iemand overtroffen?


Jazeker. Door Francis Bacon. In 1953, lang voor de zelfmoord van zijn geliefde, liet Bacon zich inspireren door het Portret van paus Innocentius X (1860) van Diego Vélazquez 3. Bij Vélazquez toont de paus zich als een gezagsdrager die respect wenst af te dwingen. Maar Bacon veranderde diezelfde paus bijna tweehonderd jaar later in een reddeloze figuur, ingesnoerd op zijn pauselijke zetel - als op een elektrische stoel 4.


Bij Munch slaakte de natuur een ondraaglijke angstkreet; op Bacons Study After Velázquez's Portrait of Pope Innocent is het alsof de hele kunstgeschiedenis wordt gesmoord door zo'n zelfde ondraaglijke kreet. Bij Bacon vergaat, mét de paus, de hele mensheid. Oogt Munchs De schreeuw tegenwoordig als een klassiek historiestuk, het meesterwerk van Bacon oogt alsof het niet in 1953, maar gisteren is geschilderd, alsof een tsunami van levensangst de wereld nú gaat overspoelen.


Bacon smoorde alle hoop, geloof en liefde in dat ene beeld van onuitspreekbaar afgrijzen. Bij Goya vrat Saturnus zijn eigen kind op; zíjn paus verblijft in de hel die óns zal verzwelgen. Bacon was zijn leven lang gefascineerd door die hel - en poogde die in vrijwel al zijn werken te verbeelden. Op een kwade dag diende de verpersoonlijking van die hel zich in Bacons leven aan. En had een naam. George Dyer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.