Beschouwing Het weer in de schilderkunst

Over de weg die het weer bewandelde in de schilderkunst, van Van Goyen tot Zandvliet.

Joost Zwagerman


In de catalogus bij de tentoonstelling Facing Nature in Museum Belvédère in Heerenveen - een keuze uit de landschapsschilderijen uit de collectie van het echtpaar De Heus-Zomer - zegt kunstschilder Robert Zandvliet: 'Bij het schilderen van een landschap is (...) de beeldopbouw belangrijk. En het allerbelangrijkste is de horizon. Waar die staat bepaalt de maat van het schilderij. (...) Dat lijkt triviaal, maar (...) meteen spelen de verhoudingen een rol, wat je kwijt kunt.'


In de landschappen en stadsgezichten van Jan van Goyen (1596-1656) is de horizon vrijwel altijd laag, zodat de kunstenaar keer op keer zijn donkere, mistroostige en op momenten dreigende wolkenluchten 'kwijt kon'. Die wolken- luchten waren nodig, opdat Van Goyen de nadruk op een anekdotisch realisme kon verleggen naar 'een veel pakkender suggestie van ruimte en sfeer', zoals ik het teruglas in een Van Goyen-monografie.


In die monografie staat ook een onderzoek naar het 'schilderachtig weer' bij Jan van Goyen. Dat weer is meestal, in termen van het KNMI, zwaar bewolkt. Vaak overheerst bij Van Goyen een wattendeken van regenwolken, een zwaar bewolkte hemel waar nauwelijks blauw doorheen kan dringen.


Méér dan Jacob van Ruisdael stond Van Goyen in zijn tijd bekend als dé schilder van wat toen heette 'vuil weer': grauw, duister, dreigend soms, zoals op Landschap met onweer (1646) uit de collectie van het Groninger Museum. Boven een kalme zee, en met een horizon zó laag dat driekwart van het schilderij zich vult met een bijna apocalyptische wolkenmassa, davert van rechts een gitzwarte nimbus het schilderij in, een uitwaaierende onheilslucht die een op handen zijnde wolkbreuk suggereert. Het is windstil op Landschap met onweer; het water is vlak en rimpelloos en doorheen de zwarte wolkenlucht sidderen twee frêle bliksemschichten. Die schichten vallen, bij de dreiging van noodweer, in het niet bij die bijna intimiderende duistere wolkenmassa. 'Vuil weer' inderdaad.


De Britse abstracte kunstenaar Bridget Riley, een van de grondleggers van de op-art, beweerde eens dat schilderijen uit vroeger eeuwen op detailniveau en niet 'bewust' maar wel qua schilderstechniek de 20ste-eeuwse abstracte kunst in zekere zin 'aankondigen'. Als voorbeeld noemde Riley de Man met rode tulband uit 1433 van Jan van Eyck, een zelfportret. Als je inzoomt op die massieve tulband en de plooien en vouwen ervan isoleert, draagt Van Eyck daar in feite, aldus Riley, een abstract kunstwerk op zijn hoofd, een rood monochroom dat zich laat vergelijken met werken van 20ste-eeuwse meesters van de abstracte kunst. Kunstenaars als Van Eyck, Rubens en Rembrandt waren óók abstracte kunstenaars, vindt Riley.


Sta je pal voor Landschap met onweer van Van Goyen en probeer je je blik te fixeren op die ondoordringbaar zwarte wolk, dan ontvouwt zich, dankzij Bridget Riley, ineens een voorafschaduwing van een zwarte vlag van Armando. Vrij naar Bridget Riley kun je de conclusie trekken dat er op detailniveau een abstract-expressionist school in Jan van Goyen.


Natural Beauty toont óók een werk van Van Goyen. Die tentoonstelling in het Groninger Museum bevat een keuze uit de collectie van de legendarische verzamelaar Gustav Rau, die zijn collectie naliet aan Unicef. En het summum van 'vuil weer' trof ik ook hier bij Van Goyen, in zijn werk Het onweer (1637) 1.


'Vuiler' dan in Het onweer kun je het bij Van Goyen niet krijgen. Badend in een Rembrandteske gouden gloed zit, tegen een omgewaaid stuk hout, een eenzame figuur die nietig afsteekt tegen een meedogenloos zwarte onweerslucht. Hier barst geen onweer los, hier spuwt God met inktzwarte toorn een noodweer uit over die eenzame figuur. De mens kan schuilen wat-ie wil, het 'vuil weer' overwint altijd - en is in staat je weg te vagen.


En dan het zwart in Het onweer! Die zwarte onweerslucht verpulvert ook voor een deel de door Robert Zandvliet zo cruciaal geachte horizon. Die horizon in Het onweer wordt opgezogen door de zwarte nimbus. Zwart daalt neer over land en lucht; abstractie schuift over figuratie, tenminste, als je probeert te kijken met de blik van Bridget Riley.


Het zal toeval zijn, maar 'het landschap' domineert deze maanden in drie musea in Friesland en Groningen. Hét sleutelwerk in de tentoonstelling Horizonnen in het Fries Museum in Leeuwarden is Zonder titel uit 1998 van de eerdergenoemde Robert Zandvliet. Zijn Zonder titel 2 mag nu al een moderne klassieker worden genoemd.


Het is over het oeuvre van Zandvliet al vaker beweerd: deze kunstenaar onderzoekt per schilderij aard en wezen van het schilderen zélf. Zonder titel in het Fries Museum is een landschap annex zeegezicht dat een evenwicht wil afdwingen tussen abstractie en figuratie. Je ziet de zee, de duinen en de lucht, maar je ziet tegelijk ook de verfstreken die misschien wel het eigenlijke 'onderwerp' van dit schilderij zijn.


In het interviewboek Verf door Hans den Hartog Jager benadrukte Robert Zandvliet: 'Ik balanceer altijd op de grens van figuratie en abstractie.' In het Fries Museum zie je het resultaat van dat balanceren, maar ook in Facing Nature in Museum Belvédère. Daar hangen twee doeken van Zandvliet naast een klein schilderij van Gerrit Benner (1897-1981), net als Zandvliet een kunstenaar met Friese roots.


Heel fijn, Benner en Zandvliet zo naast elkaar in Belvédère. Boven het vlakke, Friese land maakt de wolkenlucht een rondedansje met de zon. Benner klopte de Mondriaankleuren rood, geel en blauw lekker los, en lengde het aan met een huiselijk, aimabel groen. Vrolijkmakend landschap, dat van Benner. Lekker weertje, ook. Je zou zo in het schilderij willen stappen.


Zou je ook in Zonder titel van Zandvliet in het Fries Museum willen stappen? Is het een genoeglijk landschap? Ik aarzel. Achter de twee krachtige, zelfbewuste, groengele verfstreken schemert een bijna sereen regenbuitje dat valt op een kalm-vriendelijke zee die doorschoten is van hetzelfde geel als van het stukje duin op de voorgrond.


Maar wat voor wéér is het in Zonder titel van Zandvliet? Is het weer net zo 'vuil' als bij Van Goyen? Op Zonder titel is er geen wolk te zien, toch valt er regen. Het is er 'vuil' noch 'mooi' weer. Het is figuratie en abstractie ineen. Het land kan ook zee zijn, en de verf draagt behalve het landschap óók zichzelf. De regen komt niet uit de lucht vallen maar schuift van achter de verfstreken aarzelend naar voren, het beeld in. Het optisch bedrog bij Zandvliet is verleidelijk - en uiteindelijk ongegeneerd romantisch.


Ja, je wilt dit landschap wel betreden.


Anders dan bij Van Goyen en Benner is Zandvliets Zonder titel een landschap dat, zeer bewust en zeer ambachtelijk ingenieus, aan ons wil laten zien dat het eerst en vooral uit verf bestaat. Jan van Goyen maakte van een bepaald landschap een schilderij. Robert Zandvliet maakt van bepaalde ideeën over het landschap een schilderij.


De onheilspellende grijsheid van Zonder titel van Zandvliet lijkt een hedendaags antwoord op de dreigende wolkenluchten van weleer van Van Goyen. Zonder titel uit 2011 3 is oogstrelend en deprimerend tegelijk. Het landschap met ondergaande zon is sereen, de grijstinten zijn naargeestig, op het macabere af.


De weg van Het onweer uit 1637 van Jan van Goyen naar Zonder titel uit 2011 van Robert Zandvliet is de weg van 'vuil weer' naar een 'vuile wereld'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden