Beschouwing Het puttertje van Fabritius en Tartt

De overweldigende belangstelling dankt Het puttertje van Carel Fabritius niet alleen aan Donna Tartt.

Dat was een fijn bericht in januari in de Volkskrant: The Frick Collection, het museum aan Fifth Avenue in New York, heeft met de tentoonstelling 'Vermeer, Rembrandt en Hals: meesterwerken uit het Mauritshuis' een bezoekersrecord gevestigd. Normaal bezoeken ongeveer 275 duizend mensen per jaar 'Frick'. 'Vermeer, Rembrandt en Hals' duurde drie maanden en aan het einde van de tentoonstelling stond de teller op 250 duizend bezoekers.


Van de werken uit het Mauritshuis bleken het Meisje met de parel van Vermeer en Het puttertje van Carel Fabritius in de tentoonstelling van De Frick Collection de grootste publiekstrekkers. Dat het Meisje met de parel onder Amerikanen zeer geliefd is, mag geen verbazing wekken. Voor de gemiddelde Amerikaan is, zeker na de speelfilm Girl With a Pearl Earring uit 2003, met Colin Firth als Vermeer en Scarlett Johansson als 'het meisje', Johannes Vermeer misschien wel van grotere betekenis dan Rembrandt. Het Meisje met de parel is zo langzamerhand bijna net zo iconisch als Da Vinci's Mona Lisa. Neem een kijkje in het Rijksmuseum en let op de Amerikaanse toeristen: anders dan voorheen verdringen ze zich massaler voor Het melkmeisje dan voor De nachtwacht.


Opmerkelijker is de massale belangstelling bij de Frick Collection voor Carel Fabritius' Het puttertje. Die explosieve groei aan aandacht is natuurlijk te danken aan Donna Tartt. Zoals Dan Brown met de Da Vinci Code de - toch al massale - belangstelling voor Da Vinci's Het laatste avondmaal opstuwde, zo plaatste Donna Tartt met haar roman The Goldfinch Fabritius' kleine, maar zeer fijne meesterwerk in het middelpunt van de belangstelling, voor een publiek dat tot dan toe misschien nooit acht had geslagen op de distelvink, geketend aan zijn voederbakje.


De directeur van The Frick Collection zei er in The New York Times over: 'Gaandeweg de tentoonstelling, zagen we de aandacht verschuiven van Vermeer naar Fabritius. Toen kwamen namelijk bezoekers groepsgewijs het museum binnen. Die mensen bleken allemaal uit leden van leesclubs te bestaan.' De directeur vond die explosief toegenomen waardering voor Het puttertje zeer terecht: 'Het puttertje is zo'n krachtig beeld. Voordien zijn veel mensen er wellicht voorbijgelopen.'


Tartts The Goldfinch werd door de literaire kritiek niet overal even enthousiast ontvangen, maar wat de schrijfster in de roman te berde bracht over de kwaliteiten en magie van Het puttertje, kent geen vergelijk. Voor zover ik weet schreef zelden iemand lyrischer over Het puttertje.


Aan het begin van The Goldfinch bezoekt de dan 13-jarige Theo met zijn moeder Het Mauritshuis. Theo's moeder weet haar zoon mee te voeren in haar enthousiasme voor Rembrandt, Hals, Vermeer en ook de minder bekende Adriaen Coorte. Eenmaal aangekomen bij Het puttertje zegt zijn moeder: 'Als je het mij vraagt, is dit het meest bijzondere schilderij van de tentoonstelling. Fabritius maakt hier iets duidelijk wat hij helemaal zelf had ontdekt, wat geen schilder ter wereld voor hem wist, zelfs Rembrandt niet.'


Theo's moeder doelt niet op het trompe-l'oeil-effect in Het puttertje, dat had ook te veel voor de hand gelegen. In haar optiek verbeeldt de distelvink bij Fabritius de - volgens haar nodeloze - vergankelijkheid der dingen. Zij beschouwt Fabritius' puttertje als tot ding gestold dier, een verzinnebeelding van het ding an sich dat in zeker opzicht superieur is aan mens en dier. Aan het slot van The Goldfinch breekt de dan volwassen Theo zich het hoofd over wat Fabritius met Het puttertje heeft willen uitdrukken. Antwoorden vindt hij niet, zomin als vóór hem kunsthistorici een sluitend antwoord hebben kunnen geven. Tartt: 'De vogel kijkt naar ons. (...) Er is geen moraal of verhaal. Geen conclusie.'


En dan maken Theo's gedachten een wiekslag en ontwaart hij in Het puttertje het wonder van 'het schoongewassen licht'. Zelfs meent hij dat in het schilderij van Fabritius 'een grotere waarheid over lijden schuilt, over mijn begrip ervan althans', waarna hij bekent dat de 'enige waarheden die er voor mij toe doen die zijn die ik niet begrijp, niet kan begrijpen.'


Het puttertje is voor Theo het archetypische meesterwerk dat 'het raadselachtige, het ambigue, het onverklaarbare' belichaamt. Zie hier: de sfinx in de 'vermomming' van een Hollandse distelvink. Voor minder doet Theo, of moeten we zeggen Donna Tartt, het niet.


Na die lofzang in The Goldfinch wekt de toeloop in The Frick Collection naar Het puttertje al iets minder verbazing. Men ging naar Fifth Avenue om de sfinx te zien. Om met eigen ogen te aanschouwen hoe Fabritius je reinste heiligheid had weten te vatten - in een vogeltje, geketend. 'De vogel kijkt naar ons.' En het felgele accent op de vleugel laat zich misschien wel vergelijken met de spat zonlicht op de gele bakstenen van een van de huizen van Gezicht op Delft van Vermeer. Van die lichtval raakte, in Marcel Prousts' A la recherche du temps perdu, de bejaarde schrijver Bergotte in vervoering - en verwarring, want Bergotte meende, na het zien van dat licht bij Vermeer dat zijn hele oeuvre vergeefs was.


Zo radicaal en existentieel is het bij Tartt in The Goldfinch niet - nét niet. Maar Het puttertje fungeert, dat mag duidelijk zijn, bij Tartt wel als het schoolvoorbeeld van het hoogst haalbare in de kunst.


Als we het overige werk van Fabritius belichten, schuilt er enige ironie in de recente massale aanbidding van Het puttertje. Vermeers Meisje met de parel is in stijl en sfeer directe familie van andere 'tronies' uit zijn oeuvre, in het bijzonder Studie van een jonge vrouw en Meisje met de rode hoed. Maar binnen het oeuvre van Fabritius is Het puttertje onmiskenbaar een fremdkörper.


Als leerling van Rembrandt maakte Carel Fabritius in korte tijd furore, maar hij overleed jong, op 32-jarige leeftijd. Toen in 1654 in Delft een kruithuis ontplofte, behoorde Fabritius tot de naar schatting vijfhonderd doden. Zijn atelier werd in de as gelegd en een aanzienlijk deel van zijn werk, in opslag in dat atelier, ging verloren. Direct na zijn overlijden werd Fabritius herdacht als de briljantste onder Rembrandts leerlingen. Dertien jaar later, in 1667, gold hij zelfs als 'den grootsten Constenaar dien Delleft of Holland heeft gehad'.


Maar: niet op grond van Het puttertje. Dat was, vermoedelijk, bedoeld als een uitstapje, een losjes vervaardigd trompe l'oeil-experiment in de marge van zijn oeuvre.


Verspreid over diverse musea is Fabritius' corebussiness te zien: grote en grootse werken met een verhalende inslag, werken die onmiskenbaar zijn geënt op de technieken van leermeester Rembrandt. Zo bezit museum Narodowe in Warschau Fabritius' De opwekking van Lazarus (1643). In het wit gekleed baadt Lazarus bij Fabritius in een goudgeel licht dat opzichtig wil concurreren met Rembrandts' Simeon in de tempel (1631), ook in de collectie van het Mauritshuis. Directe inspiratiebron voor Fabritius was Rembrandts ets uit 1632, eveneens De opwekking van Lazarus geheten.


In de collectie van het Museum of Fine Arts in Boston bevindt zich Mercurius en Aglauros (1645-1647). In de vakliteratuur over Fabritius wordt dit schilderij getypeerd als Rembrandt in het kwadraat, met het licht-donkercontrast van het hoofdtafereel, de keuze voor fantasiekostuums en het relatief zeldzame tafereel.


Er zijn tot op heden dertien werken die met zekerheid aan Fabritius worden toegeschreven. Lange tijd werd De geslachte os uit 1642, uit de collectie van Museum Kelvingrove in Glasgow, toegeschreven aan Rembrandt. Maar op basis van de afwijkende signatuur concludeerden Rembrandtexperts dat het aannemelijker is dat een leerling dit werk in Rembrandts' studio vervaardigde en wel: Carel Fabritius. Als dit zo is, dan heeft de meester in 1655, een jaar na de dood van Fabritius, zijn leerling willen overtreffen met zíjn versie van De geslachte os, te zien in het Louvre. Hoe dan ook beschikte Fabritius over een aan Rembrandt verwant kleurpalet: goud, zwart en vooral: vijftig tinten bruin.


Meer dan driehonderdvijftig jaar na zijn dood wordt Fabritius echter gewaardeerd en geëerd omwille van die ene kleine stilzuivere afbeelding van het puttertje en moet hij concurreren met die andere grootmeester uit de 17de eeuw, van wie hij zich ver verwijderd moet hebben geacht: Johannes Vermeer. En wordt de onwereldse gloed van de parel van Vermeers meisje vergeleken, ook door Tartt in The Goldfinch, met het 'heldere glimlicht op een nauwelijks aanwezige ketting' waarmee het puttertje zit vastgeketend.


Vanwege die discrepantie tussen Fabritius' ambities tijdens zijn leven en zijn huidige reputatie krijgt deze zin in Tartts The Goldfinch onbedoeld een extra lading en spanning: 'Er is alleen de dubbele kloof, tussen schilder en gevangen vogel; tussen de weergave die hij van de vogel heeft nagelaten en de manier waarop wij die, eeuwen later, ervaren.'


Joost Zwagerman

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.