Beschouwing Francisco de Zurbarán Zwagerman kijkt

Zwagerman Kijkt

Francisco de Zurbaráns werken geven zich door hun eenvoud en verstilling niet snel prijs. Het is alsof je bij ieder schilderij belet moet vragen.

Criticus Kees Fens noemde ooit Het bezoek van de Heilige Bruno aan paus Urbanus II (ca. 1635) 'het stilste werk van Francisco de Zurbarán' 1. Ik kende dat werk alleen van reproducties. Maar vorig jaar, in het Museo de Bellas Artes in Sevilla, zag ik het origineel. In zaal tien op de eerste verdieping, die aan zijn werk is gewijd, was ik gedurende bijna een half uur de enige bezoeker. Dat was een groot geluk, omgeven te zijn door een aantal werken van Francisco de Zurbarán (1598-1664), de kunstenaar van het meest verstilde oeuvre dat Spanje heeft voortgebracht.


De Heilige Bruno van Keulen stichtte in 1084 de kartuizers, een orde van monniken die in een zogeheten laura verbleven, een klooster waar iedere monnik, hoewel ze onder één dak leefden, in afzondering verbleef. Hun verblijf werd gekenmerkt door een gedeeld zwijgen dat het grootste deel van de dag in acht werd genomen: door stilte tot God.


Paus Urbanus II predikte tegen het einde van de 11de eeuw de Eerste Kruistocht. Op zijn initiatief veroverden duizenden christelijke soldaten in het Heilige Land de stad Jeruzalem op de moslims. In 1090 ontbood deze 'veldheer' uit het Vaticaan de heilige Bruno, die nadien, geheel overeenkomstig zijn ascetische manier van leven, in de ruïnes van een thermencomplex in Rome verbleef.


Een Vaticaanse kruisvaarder zit aan een tafel met een naar onthechting strevende kartuizer monnik. Geen wonder dat de twee op het schilderij van Zurbarán geen woord wisselen. Eindelijk kon ik verifiëren wat Kees Fens had gezien en bedoeld. De twee mannen, dezelfde God dienend, maar vanuit totaal verschillende geloofsprincipes, ontwijken elkaars blik. Paus Urbanus kijkt ons, toeschouwers, gelaten en bijna verontschuldigend en verweesd aan. Het hoofd van Bruno is omkranst door een diffuus halo. Zijn half geloken blik maakt op de 21ste-eeuwse toeschouwer een bijna ontregelend 'moderne' indruk. Zurbarán legde niet alleen onthechting in die blik, maar ook een naar binnen geplooide vervreemding.


De Heilige Bruno is binnen de poorten van het Vaticaan een ruimtewezen dat zichzelf omgordt met een ondoordringbaar zwijgen - en de gewoonlijk assertieve gastheer weet zich geen raad. Zó had ik het op geen reproductie ooit kunnen ontdekken.


Terzijde van de ontmoetingsplek zijn twee dienaren getuige van dit gedeelde zwijgen, wat de ongemakkelijke stilte tussen de twee er alleen maar 'zwaarder' op maakt. Kruisvaarder en kloosterling zijn ieder denkbaar woord voorbij.


Je moet het origineel zien om die massieve stilte te ervaren die een wig onderstreept tussen de man die strijdbare evangelisatie bepleitte (Urbanus II) en de man die resignatie voorstond (Bruno). And never the twain shall meet - terwijl ze elkaar zo nabij zijn. En God zal vermoedelijk dat dit níét goed was, deze onmogelijke ontmoeting.


Terwijl ik mij concentreerde op de beeltenis van de twee, bleef ik geruime tijd de enige bezoeker. Zijn werken geven zich in alle eenvoud en verstilling niet snel prijs. Het is alsof je bij ieder schilderij belet moet vragen. Alsof je een strenge, geestelijke ballotage moet ondergaan.


In diezelfde zaal van het Museo de Bellas Artes was ook Christus aan het kruis (1640) 2 te zien, een van de vele kruisigingen die Zurbarán in de loop van de jaren schilderde. Beeldde men in de Middeleeuwen nog vaak een kruisiging te midden van vele toeschouwers af, vanaf de contrareformatie toonden kunstenaars een eenzame kruisiging, zonder enige sterveling in de nabijheid.'


Eenzamer dan bij De Zurbarán wordt Christus' kruisiging niet. In Christus aan het kruis lijkt de gekruisigde op te doemen uit een diep en dampend duister, zó intens zwart dat het kruis zelf nauwelijks zichtbaar is. Alsof Gods zoon zich als een geestverschijning tevoorschijn perst uit een abstract monochroom van twintigste-eeuwse kunstenaars als Ad Rheinhardt of Frank Stella.


Dat zwart op Zurbaráns Christus aan het kruis is meedogenloos, illusieloos, bijna radicaal en subversief. Ook dít werk kende ik voordien alleen van reproducties. En ook hier onthulde het origineel details die je bij het bekijken van iedere reproductie onvermijdelijk ontgaan. De spijkers in de handen en voeten bijvoorbeeld. Dat zijn eigenlijk je reinste bouten waarmee men doorgaans een nokbalk aan een dakgebint vastnagelt. Nergens op Christus aan het kruis parelt ook maar het geringste straaltje bloed. Christus is hier al geen mens van vlees en bloed meer, maar inderdaad, conform de mysticus Osuma, 'een ding van de geest', een in een fysiek omhulsel gevangen verschijning voor wie nog slechts een louter laatste moment van - vergeestelijkt - leven rest. Saillant detail: terwijl er geen druppel bloed uit de wonden bij de handen en voeten vloeit, heeft Zurbarán onder alle tien de teennagels van de gekruisigde een bijna delicaat rouwrandje aangebracht. Wél vuil onder de nagels, géén bloed uit de wonden.


Het mirakel van Zurbaráns Christus aan het kruis vormt de oplichtend witte lendendoek. Zo meedogenloos als het zwart waaruit de gekruisigde opdoemt, zo stralend wit is de onbezoedelde lendendoek. Dit doek vormt een complex samenstel van plooien. Dit stuk textiel vormt een schilderij-in-een-schilderij. De lendendoek is als een onaanraakbaar sculptuur, marmerwit en onvergankelijk. Een 'kledingstuk' met de autonomie en de zeggingskacht van een stilleven.


Toen Zurbarán de kruisiging schilderde, was de historische gebeurtenis al eeuwen her, maar die lendendoek lijkt wel een kunstwerk dat gisteren door een eigentijdse beeldhouwer - ik denk aan Thom Puckey - aan de Spaanse meester uit de 17de eeuw is overhandigd. En alle aspecten van het martelaarschap zijn in dit schilderij onmiskenbaar naar binnen gekeerd, alsof mét Christus' lijdensweg ook de taal aan het kruis is geslagen en er alleen nog een alomvattend zwijgen rest, verbeeld door het in plooien verstilde wit van een lendendoek die niet van deze wereld kan zijn. Zó wit als bij Zurbarán is het buiten de lijst van dit schilderij nergens, óók niet in andere schilderijen. Alleen het al evenzeer oplichtend wit van het lam Gods, meermaals door Zurbarán geschilderd, laat zich misschien met die lendendoek vergelijken.


Tot in de plooien van de lendendoek wordt hier Osuma's 'aandacht voor de dingen van de geest' geëerd. Die 'geest' vult de vorm van de lendendoek, zoals op sommige stillevens van andere meesters de dingen vervuld zijn geraakt van een ziel.


Doek na doek schilderde Francisco de Zurbarán de leegte waarbinnen de kunstenaar God eerde. Het is de leegte waarbinnen de gekruisigde Christus zich bevindt. Het is de leegte die het loden zwijgen van Bruno en Urbanus in de greep houdt. Het is de leegte van de vier voorwerpen op Stilleven met kruiken. God huist bij nader inzien niet in de verf, noch in de dingen. God huist in de leegte.


In de 20ste eeuw was het de tegendraadse, anarchistische en met satanisch genoegen onrust stokende Roemeense filosoof Emil Cioran (1911-1995) die met elk aforisme een genadeloze dolkstoot toediende aan zijn eigen en aan andermans leven en denken. Cioran werd wel een sater genoemd, satanisch lachend om de religieus geïnspireerde neigingen van zijn medemens, maar tegelijkertijd noemde hij God 'het beste dat de mens heeft verzonnen'. Die laatste uitspraak schept helderheid over Ciorans verzuchting over Bach: 'God heeft heel veel te danken aan Johann Sebastian Bach.' In gelijke mate heeft God heel veel te danken aan Francisco de Zurbarán.


'Zurbarán. Meester uit de Spaanse gouden eeuw' is nog te zien t/m 25/5 in Bozar in Brussel. bozar.be

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.