Beschouwing Fictieve kunst

Er ontspruiten heel wat kunstenaars en kunstwerken aan de literaire verbeelding. Zou het niet bijzonder zijn als kunstenaars van fictieve kunst het roer omgooien?

Chrystie Strut uit 1961 van Mel Dworkin is een kunstwerk dat alles tegelijk wil zijn: een wild schilderij van abstract-expressionistische signatuur, een collage uit de traditie van het modernisme, maar ook een gelikt pop-artkunstwerk dat een onbarmhartig zoeklicht plaatst op de hysterische fascinatie voor the rich and famous. Chrystie Strut maakt alleen al vanwege de omvang indruk als het in het MoMA van de witte wand komt gedaverd. Het is bijna vier meter breed en ongeveer twee meter lang. Het werk is verdeeld in zeven scherp- omlijnde eenheden, waarbij olieverf op doek gedeeltelijk wordt nagebootst door silkscreen. Er zijn rechtstreeks aan dada ontleende fotocollages op te zien die Dworkin gedeeltelijk aan het oog heeft onttrokken door actionpaintingachtige verfstreken.

Eén foto domineert het kunstwerk: die van de in 1961 nog heel jonge dochter van de toenmalige Amerikaanse president John F. Kennedy: Caroline. Het meisje zit wat onhandig op een pony, een gift van vicepresident Lyndon Johnson. De foto is iconografisch geworden: Caroline Kennedy belichaamt de onschuld van het bijna feestelijke optimisme tijdens die Kennedyjaren - totdat de moord op de president in november 1963 dat optimisme in één keer deed verdampen. Na de moord op Kennedy veranderde de lading van de foto van dat voordien zo bevoorrechte en schattige kind op haar kortbenige pony. De foto wierp een onheilspellend licht op glamour - Caroline heeft op de foto wel iets weg van een kindsterretje à la Shirley Temple - die in de VS zo vaak destructie over zich afroept, op de broze en besmeurde achterkant van de American dream.

In later werk keerde Mel Dworkin terug naar de figuratie, maar altijd satirisch en sardonisch van aard. Dat latere werk doet in de verte denken aan de eveneens Amerikaanse kunstenaar Adam Adams (vanzelfsprekend een pseudoniem), inmiddels in de vergetelheid geraakt, maar in de jaren tachtig van de vorige eeuw furore makend met zogeheten 'ruimtevaartdoeken', geënt op de barokke en 'doodse' stijl van Théodore Géricault, een van de kleinere meesters uit de Franse Romantiek.

Adams vermengde een aan Géricault ontleend nationalisme - zie diens militairen op goed gecoiffeerde paarden - en bijbehorende protserigheid met striptekeningen uit zijn eigen tijdsgewricht. Adams schilderde vaak een vrouwelijke actieheld die hij 'Sooperwooman' noemde. Sooperwooman is de aanvoerster van een groep militante homoseksuele 'krijgers'. Op meerdere werken roept Sooperwooman haar homoseksuele militie op tot een gewapende strijd tegen een denkbeeldige tegenstander. Het is, tja, Franse barok aangelengd met kokette neopop-art; net zo makkelijk als Dworkin mixte Adam Adams onverenigbaar geachte scholen en richtingen in de kunst.

Eén kleine kanttekening bij beide kunstenaars: ze bestaan niet. Dworkin en Adams figureren in romans, Adams in de marge van Mystiek lichaam van Frans Kellendonk en Dworkin in het hart van The Bachelor's Bride van Stephen Koch.

Dworkin is in The Bachelor's Bride een Jay Gatsby-achtige imponerende figuur die we leren kennen via de verteller, een pas afgestudeerde kunsthistoricus die - nog - verheven ideeën heeft over de beeldende kunst.

Adams is een aanvankelijk naïeve homoseksuele artiest uit het New York van vóór de crash van eind jaren tachtig in de kunst. Heel even kruist hij het pad van een van de hoofdfiguren in Mystiek lichaam. Aardig toeval: Mystiek lichaam en The Bachelor's Bride hebben hetzelfde jaar van publicatie: 1986.

Bij het lezen van verhalen of romans met kunstenaars als belangrijkste personages of desnoods bijfiguren verlang ik wel eens naar een kaatsebaleffect. Hoe zou Chrystie Strut eruit hebben gezien als Amerikaanse kunstenaars als Eric Fischl of David Salle zich op hun beurt weer op Kochs roman hadden geënt?

Takashi Murakami is de man van de zogeheten superflat, met als inspiratiebronnen de mangastrips en anime, zoals in Japan de tekenfilms worden genoemd. Ik stel me voor dat Murakami wel weg zou weten met het Kellendonkse fenomeen 'Sooperwooman' en haar homoseksuele claque.

De schilderijen van de fictieve Dworkin en Adams blijven opgesloten binnen de domeinen van de roman. Maar: stel dat een stuk of wat kunstenaars zich ent op de in de romans beschreven schilderijen. De interpretaties zouden sterk uiteenlopen. Denk aan, bijvoorbeeld, Marlene Dumas en Robert Zandvliet, die na lezing van The Bachelor's Bride een kunstwerk maken dat is gebaseerd op en geïnspireerd door het uit fictie opgetrokken schilderij Chrystie Strut.

Kunstenaars en kunstwerken jagen de verbeelding van romanschrijvers aan; die schrijvers draaien de werkelijkheid een kwartslag, waarna fictieve kunstenaars de roman bevolken - maar daarna houdt het op; ik ken althans geen fictieve kunstwerken uit romans die zijn 'geadopteerd' en verbeeld door kunstenaars. Dat is spijtig - er ligt voor kunstenaars een wereld open, de wereld van het concretiseren én verbeelden van reeds aan de literaire verbeelding ontsproten kunstwerken.

In Oscar Wilde's The Portrait Of Dorian Gray maakt de kunstenaar Basil Hallward een fenomenaal portret van de beeldschone maar fatale jongeman Dorian. 'Dit wordt mijn meesterwerk', verklaart Hallward in de roman. 'Het is nú al mijn meesterwerk.' Maar het meesterwerk ondergaat een mysterieuze transformatie en verandert op onverklaarbare en bovennatuurlijke wijze in een groezelig portret van een oude sater.

Zou het niet een fijne tentoonstelling opleveren als aan een aantal kunstenaars wordt gevraagd 'hun' (horror-)portret van Dorian Gray te maken? Of gebaseerd op het romanpersonage - alweer een kunstenaar, en wat voor één - Bavink uit Nescio's Titaantjes. Bavink, die 'God op een brokkie linnen met verf' wilde krijgen ... Bavinks ambitie is een huldeblijk waard door kunstenaars. Eens kijken of zij in de geest van Bavink God alsnog geschilderd krijgen.

Zou ook een mooie thematentoonstelling zijn: twintig kunstenaars lezen Titaantjes en pogen niet de God van Knevel of van Reve, maar specifiek de God van Bavink aan het linnen toe te vertrouwen.

Hors catégorie zijn de romanpersonages voor wie eerst en vooral het idee in de kunst telt. De conceptuele kunst lijkt vaak de satiricus in de romancier uit te dagen. Meer dan eens verzon een schrijver een 'installatie' van zo'n conceptuele kunstenaar. De ironie is nu dat een kunstenaar die even om een idee verlegen zit, vaak een puik concept uit zo'n satirische roman kan lichten. En the job is done. In Bert Natters debuutroman Begeerte betreedt de verteller, meubelrestaurator in een museum, een enorme installatie van ene E. Kracht. Deze installatie 'bestond uit een kubus zo groot als een eengezinswoning die je alleen kon betreden door in een camera inside te zeggen. De deur ging open en binnen zag je je gezicht terug op grote schermen (...). Wilde je naar buiten, dan moest je in een andere camera nothing zeggen.'

Titel van E. Krachts conceptuele kubuskunstwerk: nothing/inside. Bert Natter wijdt één bladzijde aan de installatie - genoeg om in een satirische vloek en een zucht de huidige conceptuele kunst spottend een tikje op de even cerebrale als luie kont te geven. De ironie is dat bestáánde makers van installatie-kunst er hun voordeel mee kunnen doen: verbeelding is er niet voor nodig, Natter heeft het al voor de kandidaat bedacht en uitgeschreven, onder het mom: houen zo. Niks meer aan doen.

Het zegt misschien iets over de aard en zeggingskracht van conceptuele kunst dat schrijvers die concepten soms zo listig en inventief in táál ontwerpen. Het concept hoeft vervolgens niet eens te worden uitgewerkt; de beschrijving is al genoeg. Maar hoe vat je de expressieve elementen van een kunstwerk als Chrystie Strut in taal?

Stephen Koch deed een vermetele poging - en prompt slaat niet alleen je verbeelding aan, maar wordt ook een verlangen opgeroepen: naar een concreet, zicht- en tastbaar 'buiten-literair' kunstwerk dat die fictie kan evenaren of zelfs maar benaderen.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden