Beschouwing De ontdekking van Mira Schendel Zwagerman kijkt

Waarom kennen we Mira Schendel niet? In Tate Modern in Londen werd Joost Zwagerman door haar werk van de sokken geblazen.

In het malle en maffe pamflet Wat is kunst? (1897) windt Lev Tolstoj zich op zeker moment op over het aantal kunstenaars in zijn tijd. Dat aantal was volgens hem veel te groot - absurd groot zelfs: 'We worden doodgegooid met kunst, bij duizenden en nog een duizenden worden er gedichten en romans gepubliceerd, toneelstukken opgevoerd, schilderijen opgehangen en muziekstukken ten gehore gebracht.'


Het zou zomaar gisteren gezegd kunnen zijn; sinds de uitvinding van de boekdrukkunst keren deze apocalyptische jammerklachten regelmatig terug. Een apocalypticus in eigen land is P.F. Thomése. In zijn boek Nergensman; autobiografieën (2008) weeklaagt Thomése, nog grimmiger dan Tolstoj, al evenzeer over de jaarlijkse toename van boeken. Vanzelfsprekend zijn dat allemaal middelmatige tot slechte boeken. Zo klinkt Thoméses jammerklacht: 'Een gevoelig en intelligent iemand die tegenwoordig nog durft te schrijven, weet zich tegenover de barbarij gesteld.'


Tuurlijk. De 'gevoelige en intelligente iemand' is natuurlijk de schrijver zelf; dit type kunstenaar ziet altijd in anderen de barbaar en moffelt de eigen rancune en territoriumdrift - vaak onhandig en doorzichtig - weg.


Gek is dat. Ik heb nog nooit een top- en profvoetballer horen klagen over een teveel aan clubs in de eerste divisie en in het amateurvoetbal. Overal, dus ook in de kunst en literatuur, bevindt zich het piramidemodel en uitblinkers kunnen slechts als zodanig worden geïdentificeerd aan de hand van de brede basis. Tegenover wie moet je anders uitblinken, nietwaar? Wie, behorend tot die top (Tolstoj) of sub-subtop (Thomése) jammert over de kennelijke blubber van die brede basis, misgunt de ander die fractie van talent waarover zijzelf in ruime mate (zeggen te) beschikken.


Het zal ook een kwestie zijn van temperament en karakter. Je kunt op die brede basis spugen en erover zaniken, maar je kunt ook delven naar dat ene wonderkind dat zich, door persoonlijke en externe factoren, ten onrechte niet uit die basis heeft kunnen losmaken. Waar steek je je energie in: in het klagen over het povere talent dat die brede basis bijeenhoudt of in de vreugde bij het ontdekken van het onzichtbaar gebleven talent dat zich uit die basis weet los te maken of er door ánderen wordt uitgelicht?


Doe mij die vreugde maar.


In Tate Modern in Londen bezocht ik het retrospectief van Paul Klee. Ik wist wat ik kon verwachten en had mij ingesteld en voorbereid op een hernieuwde kennismaking met de kunstenaar die, volgens zijn tijd-genoot en biograaf Jankel Adler, 'aan ieder schilderij begon als een soort Columbus die bij ieder nieuw doek een nieuw continent ontdekte'. In de Tate stond nog een retrospectief aangekondigd: van Mira Schendel.


Nooit van gehoord. Het affiche van die tentoonstelling toonde een zwart doek met twee crèmekleurige ruitvormen. Mwah. Het was laat in de middag, ik was, zoals dat heet, moe maar voldaan, en wilde de notitites uitwerken over details van een aantal schilderijen van Klee dat ik al eerder had gezien.


De calculerende burger in mij stond op: ik ben hier nu toch, dus waarom niet even het hoofd om de hoek steken bij... hoe heette ze ook alweer, Mira Schendel.


Volstrekt onvoorbereid en zonder een procent voorkennis over een kunstenaar iets fenomenaals aantreffen: het is een sensatie die zeldzamer wordt naarmate je ouder wordt. Je meent 'de canon' tot je te hebben genomen, die canon stroomt zogezegd door je bloedbaan. Maar soms moet je je bloed weer voelen stromen alsof je ontwaakt uit een soort narcose.


Mira Schendel dus. Ik ging van zaal naar zaal en voor hetgeen mij werkelijk overviel, bestaan alleen woorden die je doorgaans omzichtig en met terughoudendheid gebruikt. Perplexiteit. Verbijstering, opgelierd door een lichte mate van paniek: waarom kende ik dit werk niet? Waarom kende de wereld dit niet?


Soms moet je versleten uitdrukkingen afstoffen, want ooit heb je ze echt broodnodig. Daar komen ze dus.Van de sokken geblazen. Omver gekegeld. Met stomheid geslagen. En zo verder. Maar zelfs die uitdrukkingen volstaan niet, omdat ze hoogstens de plotselinge en hevige geïmponeerdheid weergeven. Ik was méér dan onder de indruk en verbluft. Op een bepaald moment - de schamperaars mogen zich in rijen van tien opstellen en joelend op me af komen, I don't care - drong zich een niet te onderdrukken ontroering aan me op. Onverwacht hevig. In de voorlaatste zaal: tot een begin van tranen toe.


Dit leerde ik ná het bezoek aan de tentoonstelling: Mira Schendel (1919-1988) leidde dertig jaar lang een zwervend bestaan. Ze werd geboren in Zwitserland, haar ouders waren joods, maar haar moeder voedde haar, in Italië, katholiek op. In Milaan studeerde zij, nog piepjong, filosofie. Specialisatie: Wittgenstein.


Eind jaren dertig vertrok Mira - de Italiaanse nationaliteit was haar ontnomen - uit Italië naar Bulgarije en later Joegoslavië, op de vlucht voor de nazi's. Via zeer veel omwegen en na jaren van bittere beproevingen belandde zij, met haar toenmalige echtgenoot, in 1949 in Brazilië - twee statenloze vluchtelingen in Zuid-Amerika.


Enige jaren later hertrouwde zij met een Braziliaanse boekhandelaar en, ver weg van de na-oorlogse kunstcentra New York en Parijs, wijdde zij zich een levenlang aan een door het modernisme ingekleurd oeuvre, met als inspiratiebronnen de taalfilosofie van de eerdergenoemde Wittgenstein, het Oude Testament en leven en werk van de katholieke theoloog en - zaligverklaarde - kardinaal John Henry Newman (1801-1888).


Voorwaar een even onalledaagse als eigenzinnige melange van invloedssferen, volstrekt anders van aard dan die van, bijvoorbeeld, haar New Yorkse generatiegenoten Mark Rothko, Willem de Kooning en Barnett Newman, waartoe haar oeuvre zich niettemin onmiskenbaar verhoudt - en op momenten evenaart en misschien wel overklast.


Tate Modern toont bijna driehonderd van Schendels werken uit een oeuvre dat veel omvangrijker schijnt te zijn. De confrontatie met zo veel kunstwerken van een in Europa en de VS relatief onbekend gebleven kunstenaar die in eigen land, Brazilië, tot de allergrootsten van de 20ste eeuw wordt gerekend, zet je ingesleten indrukken over modernisme en 20ste-eeuwse canon op losse schroeven.


Schendel begon haar carrière onder invloed van, uiteenlopende, kunstenaars als Giorgio Morandi en Marcel Duchamp, maar ontwikkelde in de jaren zestig en zeventig een volstrekt eigen wereld. Uit 1963 stamt bijvoorbeeld Untitled (Landscape) 3, vervaardigd in Sao Paulo. Dat schilderij lijkt - onbedoeld - vooruit te wijzen naar de latere, in zwart en grijs getoonzette werken van Mark Rothko.


Maar waar bij Rothko die fase in zijn kunstenaarschap vele jaren bestrijkt, is het bij Schendel een tijdelijke en eenmalige ankerplaats. Zij moet vóórt, verder met het verkennen van - ik noem maar een aspect van haar oeuvre - de taal als beeldende schriftuur in abstracte kunst. En Mira Schendel is een, geloof me, meester in het tonen van de bééltenis van veelbetekenende woorden 4; hier raakt haar werk aan het oeuvre van Cy Twombly, zonder dat je ook maar een moment het idee hebt dat deze Braziliaanse eenzame ster de, voor haar zo verre, Twombly imiteert. Sterker: je vraagt je af of Twombly háár werk heeft gekend.


Ander voorbeeld: bij ons wijdde Armando een half kunstenaarsleven aan 'schuldig landschap' en aan het schilderen van rauwe en rudimentaire landschappen en dito vlaggen; bij Mira Schendel doemen soortgelijke vlaggen op in haar oeuvre - maar opnieuw als een element uit vele.


Rothko, Twombly, Newman - hun namen echoën bij het zien van Schendels werken, maar zonder dat haar werk zich laat vergelijken met de tragisch-heroïsche ambities van deze mannen, en al helemaal zonder het bij die kunstenaars op zwakke momenten op de loer liggende bombast. Integendeel: Schendels werk beweegt zich in de loop van de jaren naar de verste uithoeken van ijlheid en breekbaarheid: de broosheid van taal, de fragiliteit van materialen, de breekbaarheid van mensenlevens en, uiteindelijk, het onzegbare in de kunst.


Grote woorden? Misschien. Het zijn woorden die ik achteraf, enige weken na de ontdekking van haar oeuvre in Tate Modern, met lichte schroom prijsgeef, want als gezegd, bij de 'confrontatie' zelf kwam ik niet verder dan een sprakeloze perplexiteit. Klimmend uit die sprakeloosheid: in geen jaren een tentoonstelling bezocht en gezien die zó ontwapende en ontregelde. Hoe zegt Peter Sloterdijk het ook alweer? Du musst dein Leben ändern. Dit is kunst die, inderdaad, je leven verandert. Radicale kunst, van het hoogste intellectuele niveau, maar nergens ontoegankelijk en aangedreven door geloof, hoop en liefde. Zoiets kun je niet te vaak zeggen in je leven. Ik zeg het nu.


Het is onmogelijk dat uit Schendels verpletterend omvangrijke oeuvre alles kan bekoren. Een reeks litho's en glassculpturen die zijn bepleisterd met trefwoorden en zinnen uit de Bijbel zijn té vol, ongericht ook. Maar vrijwel overal elders overheerst bij Schendel een inventieve eenvoud en fragiliteit. Uit 1969 is de installatie Still waves of Probablity 1: een zijdezachte regenbui van witte nylon draden is omgeven door teksten uit het Oude Testament en de I Tjing. Het is een van de hartveroverendste kunstwerken die ik sinds jaren zag. Wat ik ook zag: de reacties van nietsvermoedende bezoekers. Breedgeschouderde mannen raakten bij het zien van dit werk in tedere verwarring en raakten, als 14-jarige nieuwsgierige jochies, een van die flinterdunne witte nylon draden aan. Een ander begaf zich voor even in die sierlijke 'regen' van draden, als om de begeleidende tekst van Schendel bij een ander kunstwerk aan de eigen ervaringswereld te toetsen: 'Het transparante boek ligt voor ons, en is opengeslagen. En de 'andere wereld' blijkt de ónze te zijn.'


Eenmaal thuis leerde ik via internet dat de Engelse pers en masse in vervoering is geraakt door het oeuvre van de door Tate-curator Tanya Barson ontdekte en aan ons gepresenteerde kunstenaar. Een redacteur van The Guardian reisde af naar Brazilië, op ontdekkingsreis naar vrienden, geestverwanten en nazaten van Mira Schendel. In de London Review of Books reikt critica Anne Wagner haar sensaties aan ons over bij de kennismaking met het werk van Schendel in zinsneden zó laaiend en lyrisch, dat de mijne ertegen afsteken als klein bier.


Wagner ziet in Schendel een kunstenaar die, in alle onbegrijpelijke eenvoud, de zuiverheid van een sjamaan heeft bereikt en die in haar vaak speelse en lichtvoetige, maar tegelijk intense werk de grootst denkbare thema's terugziet: het scheiden door God van licht en duisternis; een zoektocht naar het mystieke zwijgen achter de Dingen en Verschijnselen. Met dezelfde conclusie als van Wagner kun je het ook enigszins nuchter formuleren: Mira Schendel was, zo blijkt, een uniek en onvergelijkelijk kunstenaar met een volkomen eigen idioom.


In de laatste zalen van Tate vindt een klein wonder plaats. Daar raakt vrijwel ieder afzonderlijk werk, doek na doek, zonder omwegen het gemoed. Ik noem er een, Untitled 2, uit 1985, een van de late werken. Een goudkleurige planeet zinkt weg in het secuur geschilderde satijnblauw van de kosmos. Het is geen dystopisch angstvisioen, maar een troostrijke afbeelding van een weidse, planetaire stilte. Overweldigend. En daarna opnieuw overweldigend, vooral in de context van de voorafgaande kunstwerken.


Om P.F Thomése te parafraseren: een 'gevoelig en intelligent iemand' weet zich weerloos tegenover de frèle, ijle wereld die Mira Schendel ons voor ogen tovert. A star is born. Voor óns Europeanen, welteverstaan. Elders in de wereld, in Zuid-Amerika, straalde die ster al sinds decennia. Vanaf heden kan de rest van de wereld met een volle aandacht en ademloze concentratie de bladen omslaan van Mira Schendels boek der transparantie.


Mira Schendel in Tate Modern, Londen, t/m 19/1; tate.org.uk

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.