Beschouwing De grenzen van de kunst

Als álles mogelijk lijkt in de beelden- de kunst voelen schrijvers zich uitgedaagd het onmogelijke te bedenken in fictie. Zo tart Désanne van Brederode de kunst.

Filosoof en kunstcriticus Arthur Danto beschouwde de tentoonstelling in 1964 van Andy Warhols Brillo Boxes in een New Yorkse galerie als een ware bevrijding voor de kunst.Warhol had een stuk of wat Brillo-dozen opgestapeld in het midden van die galerie - maar drie huizen verder zag je exact dezelfde dozen in stapels in de supermarkt.Het onderscheid tussen kunst en werkelijkheid was opgeheven, concludeerde Danto. Vanaf heden kon 'alles' kunst zijn; de Brillo-dozen vormden de overtreffende trap van Duchamps fietswiel-op-een-krukje.Het besluit van de kunstenaar om de werkelijkheid te herschikken of - favoriet woord in de kunst - ontregelen, en de uitvoering van dat besluit zou allerlei nieuwe en onvermoede vormen van kunst tot resultaat hebben. Sinds de Brillo-boxes bevindt de kunst zich aldus in een positie van oceanische vrijheid: anything goes.


En sindsdien ís de kunst, in performances, concepten en installaties, ook al menig grens gepasseerd, waarbij niet alleen de uithoeken van de fantasie, maar ook van de menselijke mogelijkheden zijn opgezocht. Wat kan er eigenlijk níét, in de kunst? Weinig, zolang je moord, doodslag en andere 'wetsovertredingen' gemakshalve niet meetelt.


Je kunt je eigen verdwijning voorbereiden en ensceneren - Bas Jan Ader. Je kunt jezelf dwangmatig uithongeren - de zusjes Raeven. Je kunt kogels afvuren op een schilderij - Niki de Saint Phalle. Je kunt een vloertje leggen van pindakaas - Wim T. Schippers. Of op poolijs gaan lopen, met je rug naar een ijsbreker, en met een niet denkbeeldig gevaar voor eigen leven - Guido van der Werve. Uit een ware Fundgrube van performances en ideeënkunst noem ik deze vijf even excentrieke als vindingrijke kunstactiviteiten.


Als, tja, álles mogelijk is in de kunst, is het een uitdaging voor sommige schrijvers om een kunst-activiteit in fictie te bedenken die toch echt níét buiten die fictionele wereld uitvoerbaar is.Ziehier de wedloop tussen kunst en literatuur. Anything goes? Dát zullen we nog wel eens zien!


In de tweede, recent verschenen roman van Ivo Bonthuis, Niets en niemand, zoekt de kunstenaar Maxime Innes naar de grenzen van geënsceneerde destructie. Driehonderd op elkaar gestapelde wasmachines, gegoten in brons - het is een peulenschil. Die toren zal natuurlijk eens omvallen, en dat is tussen de regels ook wel de bedoeling. Maxime Innes gaat van klein naar groot, van een stukspattende melkfles via kapotgeslagen violen aan de wand naar een witte museumzaal vol dode vissen en, uiteindelijk, een vliegtuigcrash, alles om het moment te vatten 'tussen heel en kapot'. In dat moment vlák voor vernietiging balt zich, volgens Maxime Innes, een 'tijdloze, verstilde woede' samen.


Deze fictieve Maxime is verwant aan de wérkelijke 'destructiekunstenaar' Raphael Montañez Ortís, die tijdens performances piano's, meubelstukken, computers even radicaal als theatraal vernietigde. En: in 1969 begonnen twee vrouwen in een zaal in het MoMA in New York met elkaar te vechten, tot bloedens toe, en liepen toen, bebloed en wel, haastig het gebouw uit. Ze bleken lid van de GAAG: The Guerrilla Art Action Group. Van die groep zou de fictieve Maxime Innes alsnog erelid kunnen zijn, waarbij het in de roman onopgelost blijft of de vliegtuigramp een terroristische aanslag of een - ondergronds blijvende - kunstperformance is.


In Niets en niemand wint de groteske destructiedrift het van de al even groteske rafelranden in de hedendaagse kunst: een vliegtuigcrash als kunstperformance - dít zal geen kunstenaar de fictieve Maxime Innes na kunnen doen. Dat moeten we althans maar aannemen.


Intussen roept de terreurkunst van deze romanfiguur de uitspraak van de Duitse componist Karlheinz Stockhausen in herinnering, die de aanslagen van 11 september 'het grootste kunstwerk aller tijden' noemde. Het was één zin in een genuanceerde uiteenzetting over kunst en destructie, maar die ene zin was genoeg om wereldwijd verontwaardiging te wekken, en de uitspraak werd Stockhausen tot aan zijn dood in 2007 nagedragen. Voor zijn latere excuses en explicaties vond hij in de pers weinig gehoor.


Precies een jaar na de aanslagen gaf Damien Hirst een interview, waarin hij in zekere zin voortbouwde op Stockhausens opmerking.De terroristen van 11 september verdienden een felicitatie want zij hadden iets bereikt dat geen kunstenaar ooit zal kunnen bereiken: 'kind of an artwork in its own right'. Hirst benadrukte dat hij de aanslagen van die dag verafschuwde, maar zei in één moeite door dat de terreuraanslagen diepgaand onze 'visual language' hadden beïnvloed, al was het maar vanwege het feit dat een passagiersvliegtuig sindsdien in potentie óók een massavernietigingswapen kan zijn.


In vergelijking met Maxime Innes en zijn almacht-destructiefantasieën in Niets en niemand pakt de beeldend kunstenaar in het verhaal Eerst zien van Désanne van Brederode het bescheidener aan: die vernietigt alleen zichzelf.'Eerst zien' staat in de bundel Om te janken zo mooi, waarin schrijvers en dichters een reactie schreven op liedteksten van de kortgeleden overleden Maarten van Roozendaal.


Eerst zien reageert op Van Roozendaals liedtekst Eerste gebod, over een hopeloos zelfingenomen - en eenzame - narcist. Van Brederode geeft aan het narcisme van de ik-figuur uit het lied van Van Roozendaal een fantasierijke wending: de beeldend kunstenaar onderzoekt 'als een waar fenomenoloog' het hart, 'de robijnrode spier'. De 'hartkunstenaar', die in het verhaal naamloos blijft, begint zijn excercities rondom de 'robijnrode spier' vrij onschuldig: hij tatoeëert bij een doodgeboren en kaalgeschoren lammetje een hart op de blote buik -een idee overigens dat zó door een kunstenaar kan worden overgenomen, lijkt me.Ook maakt hij een soort 'kralengordijn' van gedroogde en geprepareerde paarden-, koeien,- geiten-, kippen-, katten- en muizenharten. Het gordijn is 8 meter lang en bezoekers móéten er wel doorheen lopen. Ik vraag me af of dit fictieve kunstwerk puur praktisch gezien te verwezenlijken is; hoe dan ook noemt Van Brederode het vrij achteloos een 'kinderboerderijwerkstuk'.


Neemt Van Brederode hier indirect Damien Hirst in het ootje? Van Hirst is het kunstwerk The Sacred Heart Of Jesus 1 uit 2005, gemaakt volgens dezelfde 'wetten' als zijn befaamde haai op sterk water. Dit 'heilige hart' is een stierenhart en is doorboord met naalden. Net als Hirsts iconografische haai drijft het hart in een bad van formaldehyde.


Zachtaardiger is in Eerst zien de installatie My Heart Is A Womb, een met fluweel beklede eironde cabine - en zoiets zou ook buiten Van Brederodes fictie om uit de koker kunnen komen van, bijvoorbeeld, Anish Kapoor of Olafur Eliasson. Wie, zoals Eliasson, in staat is een hallucinante replica te maken van de zon, kan ook het hart uitvergroten en ons er in laten binnengaan.


Maar dan maakt Van Brederodes verbeelding een reuzenstap en raakt haar hartkunstenaar in toenemende mate geobsedeerd door zijn éígen hart. Zijn hart lijkt onafhankelijk van hemzelf allerlei sensaties te ondergaan: bevriezing, vergroting, vervloeiing met omringende organen. Narcisme, toegespitst op het cruciale orgaan. Soms proeft de kunstenaar op zijn tong 'de nasmaak van zijn hart'.En langzaam rijpt bij hem 'het plan om zijn hart (...) buiten de borst te dragen, in een (...) foedraal van doorschijnend materiaal'. De kunstenaar ondergaat een operatie, en zijn plan slaagt, maar kunst maakt hij daarna niet meer - hij is veranderd in een 'hartstaarder'. Wat volgt is een surrealistische en tamelijk onvergelijkelijke liefdesgeschiedenis over de man en zijn 'buitenshuidse' hart - met als Dritte Im Bunde een verliefde hartchirurge.


Eerst zien is verbluffend fantasierijk, een voorbeeldig kort verhaal in de traditie van Belcampo, met als slot een gloedvolle beschrijving van het autonoom geworden hart dat wonderlijk opgloeit. Intussen is het veelzeggend dat Van Brederode deze neurotische 'hartstaarder' een beeldend kunstenaar laat zijn. Het verhaal is óók te lezen als een satirisch commentaar op die schijnbaar onbegrensde mogelijkheden binnen de hedendaagse (conceptuele) kunst. Er zijn grenzen - niet in morele zin, maar letterlijk, lijfelijk.Nee, níét 'alles' kan kunst zijn ofworden.


Van Brederodes verhaal Eerst zien is ongrijpbaar: het is een viering van de literaire verbeelding, maar het lijkt tegelijk een met megalomanie geplaveide doodlopende weg in de beeldende kunst te willen bediscussiëren. Aan de andere kant zal het verhaal misschien de inventiviteit van menig kunstenaar tarten. Het eigen 'buitenhuidse' hart tentoonstellen met jij zelf ernaast: zie dát maar eens na te doen in een galerie of museumzaal. Anything goes? Niet, dus.


Joost Zwagerman

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden