Beschouwing David Vann

Het kan niet anders of met het schrijven van Caribou Island heeft David Vann het zelfmoordgen uit zijn familie bedwongen. Het schrijven van die roman redde uiteindelijk zijn leven.

Op uitnodiging van het Nederlands Letterenfonds verbleef de Amerikaanse schrijver David Vann gedurende zeven weken in het schrijvershuis aan het Spui in Amsterdam. Ter ere van Vann organiseerde het Letterenfonds een diner. Samen met collega-schrijvers Bert Natter, Peter Buwalda en Philip Huff mocht ik aanzitten. David Vann bleek goedgeluimd gezelschap en met de drie Nederlandse schrijvers aan tafel kon het niet anders of het etentje was geanimeerd - een scala aan gespreksonderwerpen kaatsebalde over tafel.


Ik was uitgenodigd vanwege een met Vann gedeelde thematiek. Maar die thematiek bleef plenair aan tafel die avond onbesproken.


Die gedeelde thematiek is zelfmoord. Vanns debuut Legend of a Suicide (2008) is een autobiografische verhalenbundel over de verwoestende effecten van de zelfmoord door de vader van de ik-figuur. Toen David Vann 14 jaar oud was, schoot zijn vader zich door het hoofd. Aan het begin van Legend of a Suicide beschrijft Vann zijn vaders daad: 'Toen de fiscus (...) hem op de hielen zat en hij geen nieuwe vluchten kon bedenken (...), pakte hij zijn Magnum .44 uit zijn kajuit, liep terug en ging in zijn eentje staan onder een zware, grijswitte hemel (...). Hij kan even hebben gewacht om na te denken, maar ik betwijfel het. Hij spatte uiteen tussen de ingewanden van zalmen, zijn resten werden een paar uur lang aangevreten door meeuwen voor mijn oom uit de machinekamer naar boven kwam en hem vond (...).'


In Zes sterren (2002) beschrijf ik de innige band van de ik-figuur Justus en zijn 'lievelingsoom', oom Siem. Deze oom Siem wordt op zekere dag dood in zijn huis gevonden. 'Sectie wees uit dat hij dertig tot veertig tranquillizers en slaappillen tegelijk had ingenomen. Onder zijn bed lag ook een fles ammoniak. Daar moet hij volgens het rapport van het Kennemer Gasthuis een aantal slokken van hebben genomen. (...) De ammoniak bleek zijn slokdarm te hebben aangetast, maar zijn maagwand was niet geperforeerd.'


Geen van mijn ooms deed ooit een zelfmoordpoging. Mijn vader wél en wel met de middelen die ik in Zes sterren beschreef. Door stom toeval mislukte zijn poging - hij werd bewusteloos aangetroffen door mijn moeder, van wie hij niet lang daarvoor na een huwelijk van meer dan dertig jaar was gescheiden.


Een aantal dagen lag mijn vader op de intensive care. Gedurende die dagen was ik genoodzaakt mij voor te bereiden op een nieuwe identiteit: zoon van een zelfmoordenaar. Dat was in 1998. Vijftien jaar later zat ik naast een man die de identiteit had die mijzelf - op het nippertje, hoor je dan te zeggen - bespaard is gebleven.


Men had Vann ingelicht over Zes sterren, ik op mijn beurt had zijn debuut gelezen en kende inmiddels ook zijn andere boeken, op Caribou Island na. Het was, hoe geanimeerd de avond ook was, onmogelijk om 'de gedeelde thematiek' níét à deux ter sprake te brengen. Het gebeurde zijdelings, besmuikt bijna, zonder dat de andere disgenoten er iets van opvingen.


Vann, die enkele Nederlandse romans in Engelse vertaling had gelezen, waaronder Beyond Sleep (Nooit meer slapen) van W.F. Hermans, vroeg mij of er in de Nederlandse literatuur 'zelfmoordromans' waren geschreven. Die vraag overviel me enigszins. Ik kon wel enkele titels opdreunen - maar welke daarvan zou hij kunnen lezen in Engelse vertaling? Eline Vere van Couperus? Rituelen van Cees Nooteboom? Twee vrouwen van Harry Mulisch? Ik had even niet paraat of die romans ooit in het Engels waren vertaald.


Ik vertelde Vann over een recent interview met een ándere Nederlandse schrijver, Renate Dorrestein, in Psychologie Magazine. Omstreeks dezelfde tijd dat Vanns vader zich ombracht, rond de dertig jaar geleden, sprong Dorresteins zusje van het dak van een flat.


In het interview zegt Dorrestein: 'De daad van mijn zusje heeft een krater geslagen waar ik nog steeds in kan vallen.' En: 'Alle dertig boeken die ik nu toe heb geschreven, zijn achteraf gezien slechts tussendoortjes geweest. Het belangrijkste boek dat ik heb te schrijven, over de schaamte, de woede en het verdriet waar de achterblijvers van zelfmoord mee worden opgezadeld (...) heb ik onbewust steeds ver van me gehouden, bang dat ik mijn zusje veroordeel, bang dat ik mijn eigen lijden groter maak dan het hare, bang dat ik een genadeloosheid aan de dag moet leggen die bij zo'n onderwerp niet gepast is.'


Zo zei ik het natuurlijk niet letterlijk tegen Vann, ik parafraseerde haar woorden. Dorrestein noemde drie pijlers van het gevoelsspectrum van de nabestaanden die een suïcide van nabij meemaken: schaamte, woede, verdriet. Ik vroeg David Vann welk gevoel bij hem na de dood van zijn vader had overheerst. Het was misschien een ongepaste vraag tijdens het diner, maar Vann antwoordde met een vastberadenheid die bijna deed vermoeden dat hij op deze vraag had gewacht - en misschien wel heel lang had gewacht. 'De schrijfster die je noemde verloor haar zusje', zei hij. 'Dan ontbreekt bij haar de vierde pijler die er wél is als één van je ouders er een eind aan maakt: angst. Angst dat het genetisch is. Dat het zelfmoordgen aan je is doorgegeven. Dat je degene op wie je woedend bent, navolgt. Dat je verdoemd bent.'


Ik vroeg hem hoe lang hij met die angst had geleefd.


Vijfentwintig jaar en bijna dagelijks. Het was een even zakelijk als onthutsend antwoord. Ik maakte een snelle rekensom. De man die naast me zat had tot zijn 37ste in angst geleefd.


En de woede?


'Die duurde langer', zei Vann, bijna luchthartig. 'Bijna dertig jaar. Pas kort geleden is die woede gaan liggen. Finally.' Het hoofdgerecht werd geserveerd - en het gesprek werd weer en groupe gevoerd. Twee weken na het etentje las ik alsnog Vanns roman Caribou Island (2011). In die roman trekt een echtpaar op leeftijd, Gary en Irene, zich terug in Alaska. Zij hebben één, inmiddels volwassen dochter, Rhoda. Mede door het isolement in Alaska, zien Gary en Irene hun huwelijk in hoog tempo imploderen. Irene draagt een geheim met zich mee: in haar jeugd pleegde haar moeder zelfmoord. Zelf lijdt Irene, in het barre Alaska, overduidelijk aan een ernstige depressie.


Aan het eind van de roman beschrijft Vann meedogenloos gedetailleerd hoe Irene haar moeder navolgt: 'Geen terugweg meer. Handen vastgebonden, wankelend op de blokken, strop om haar nek. Stevig en hevig ademend, paniek, haar hart verkrampt. Bloed en angst. Niet de rust die ze zich had voorgesteld. Geen gevoel van vrede, (...) toen trok de strop strak (...), al haar spieren trokken samen, haar adem gestokt, haar keel verbrijzeld, en ze zwaaide daar op die koude, lege plek. (...) Ze voelde zich bedrogen. Ze deed Rhoda precies hetzelfde aan wat haar was aangedaan. (...) Irene wist nu dat het niet snel gegaan kon zijn, dat haar geweten moest hebben geweten wat ze gedaan had. Genoeg tijd om te weten wat ze haar dochter aangedaan had.'


Zoals ik in Zes sterren een vader in een oom veranderde die wél slaagde waar mijn vader 'faalde', zo veranderde Vann in Caribou Island een man in een vrouw. En deze vrouw voert in de roman de fatale daad uit die de schrijver zélf vijfentwintig jaar lang vreesde te voltrekken. Het kan niet anders of met het schrijven van Caribou Island verdreef David Vann zijn demonen, met dit macabere slot - een suïcidebeschrijving van twee volle bladzijden - als de kern van deze noodzakelijke duivel-uitdrijving. Hoe het schrijven van een roman je leven kan redden.


In het restaurant vertelde David Vann met aanstekelijk enthousiasme over zijn bewondering voor Beyond Sleep van W.F. Hermans. Maar, opperde hij, hoofdfiguur Alfred Issendorf raakt tijdens de expeditie in Noorwegen zijn vriend Arne kwijt. Daarna treft hij hem dood aan. Kan het niet zijn dat Arne niet van een rots is gevallen, maar misschien zélf...?


Vann maakte de vraag niet af en het verloop van het tafelgesprek was zowel te geanimeerd als chaotisch om erop terug te komen. De andere onderwerpen streden bovendien weer om voorrang.


Wel vertelden wij Vann dat een geleerde biograaf jarenlang had gewerkt aan een Hermansbiografie en dat het eerste deel van die langverwachte biografie in Nederland nog dit jaar zou worden gepubliceerd. 'Willem Otterspeer.' Langzaam herhaalde David Vann de naam van de biograaf, alsof hij de klank van die naam wilde proeven op zijn tong. Deze week las ik een interview met Otterspeer over de bijzonderheden van zijn Hermansbiografie. Otterspeer onthulde: 'De zelfmoord van Hermans' zus is de gebeurtenis waar zijn hele scheppende leven omheen cirkelt.'


Joost Zwagerman

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden