BESCHOUWING: Andrew Warhola

Andy Warhol leek in zijn jonge jaren op iedereen behalve op zichzelf. Zijn vroege tekeningen waren poëtisch en expressief, alles wat de pop-artkoning later juist niet wilde zijn.

In From A To B and Back Again. The Philosophy Of Andy Warhol (1975) ventte pop-artgrootvorst Warhol zijn goed gecultiveerde onverschilligheid en onbetrokkenheid uit. Maar de man van plastic, die zo graag een machine had willen zijn, opdat hij dan pas écht steriele kunst had kunnen voortbrengen, deed zich in From A To B soms 'flinker' voor dan hij was.


Zo is er maar één remedie tegen verdriet en frustratie, aldus Warhol in een van de notities in het boek. Die remedie bestaat uit twee woorden. So what. Het is volgens Warhol de passende reactie op alle pijnlijke levensvragen. 'Mijn moeder houdt niet van me.' So what? 'Ik ben succesvol maar nog altijd eenzaam.' So what?


Die so what-houding is een facet van de persoonlijkheid die Warhol na zijn eerste successen begin jaren zestig ontwierp. Voor die tijd was Warhol verlegen, onzeker, wankelmoedig en teerhartig. In zijn jeugd in Pittsburgh was hij vaak bedlegerig en ziekelijk. Hij zou gekwetst hebben gereageerd als iemand daar 'so what?' over zou hebben gezegd.


Een broos jongetje, dat was Warhol, als je leest over zijn jeugdjaren in Pittsburgh. In Victor Bockris' biografie Warhol (1980) is te lezen dat Andy bij sportwedstrijden vaak de zwakste schakel was. Samen met zijn oudere broers Paul en John Warhola (de a zat toen nog in de achternaam) speelde Andrew (Andy had -ie nog niet als 'artiestennaam' aangemeten) wel eens honkbal met jongens uit de buurt. Maar al na één misser rende Andrew het veld af, terug naar huis, nageroepen door zijn broers: 'Andrew! Niet naar huis! Blijf hier! Niet thuis gaan tekenen!'


Maar Andrew liep altijd naar huis. En ging daar inderdaad tekenen, bij voorkeur aan de keukentafel bij zijn moeder. Een so what-jongen was na een fout natuurlijk gewoon stoer op het veld gebleven.


Nieuw voor mij was het verhaal dat ik aantrof bij een foto in het Andy Warhol Museum in Pittsburgh. De familie Warhola had het niet breed, en met een oude pick-uptruck reden de drie zonen vaak 's avonds de stad door, spullen verzamelend die aan de straat waren gezet. Een van Andrews broers zat altijd achter het stuur; Andrew zelf moest sjouwen en laden. Op een avond was Paul niet mee en John had een blessure aan zijn been, en Andrew moest alsnog autorijden.


Die vuurdoop werd een ramp. Hij speelde het klaar om bij de eerste de beste straathoek een eenzijdig ongeluk te veroorzaken. 500 meter had hij achter het stuur gezeten. Het waren de eerste en laatste 500 meter van Andrew als autobestuurder.


In het Warhol Museum is een foto te zien van de drie broers die naast de pick-uptruck poseren. Andrew staat er bij met een houding die veel suggereert, maar toch echt niet: so what?


Vóórdat hij die so what-mentaliteit adopteerde als de juiste houding voor een pop-artkunstenaar die te allen tijde zijn cool dient te bewaren, maakte Warhol heel ander werk dan silkscreens van soepblikken en dollarbiljetten. Hij maakte tekeningen in opdracht van tijdschriften. Het waren vaak nogal poezelige tekeningen van schoenen, kinderen, jonge vrouwen en parfumflesjes.


Als reclametekenaar boekte Warhol redelijke successen in New York, waarheen hij in 1949 was verhuisd. Maar hij maakte ook 'vrij werk', tekeningen waarvoor vaak een foto als basis diende en die hij eerst overtrok, waarna hij nog kleine variaties aanbracht. Hoogstens in dat overtrekken is een kiem te ontdekken van de uitsluiting van het handschrift van de kunstenaar dat hij in zijn pop-artjaren nastreefde.


Een vaste hand van tekenen had Warhol niet. In zijn jeugd leed hij aan de ziekte Chorea van Sydenham, in de volksmond sint-vitusdans genoemd. Het is een acute vorm van reuma die schokkerige lichaamsbewegingen veroorzaakt. Een van de overblijfselen van die ziekte was een lichte tremor in zijn handen. Ook om heel praktische, fysieke redenen was het een slimme stap van Warhol om ieder persoonlijk handschrift uit te bannen uit zijn kunst.


Een andere ferme uitspraak uit From A to B and Back Again is: 'Aan het eind van mijn leven, als ik doodga, wil ik geen leftovers achterlaten.' Daar is hij niet in geslaagd. Bij De Warhol Foundation dook kort na Warhols dood in 1987 een map op met driehonderd vroege tekeningen. De Foundation vond ze commercieel en artistiek niet interessant, en de tekeningen verdwenen in een depot. In 2011 ontdekte de Duitse galeriehouder Daniel Blau bij een bezoek aan de Foundation bij toeval de map.


Voor vroege tekeningen van Warhol bestaat tegenwoordig veel meer belangstelling dan in de eerste jaren na zijn dood. Dat vroege werk was tastend, poëtisch en expressief - alles wat de pop-artkoning Warhol niét wilde zijn. Daniel Blau stelde de driehonderd tekeningen tentoon, en een selectie is nu te zien in het Teylers Museum in Haarlem.


Op deze tekeningen uit zijn prepop-artjaren is geen peil te trekken. Soms lijken het aanzetten voor een illustraties voor kinderboeken. Soms zijn het kattenbelletjes: een koket meisje hier en een naakte jongen daar. Totdat je plotseling stuit op een schonkig mannenlichaam of een sardonisch lachende vent met een lepe oogopslag. Dan is het onmogelijk om invloeden van Egon Schiele en Otto Dix te negeren, toch niet direct kunstenaars die je met Warhol zou associëren.


De tekenaar Warhol leek in zijn jonge jaren nog op iedereen behalve op zichzelf. 1 Central Park (1954) is een versimpeld stadsgezicht in de stijl van Saul Steinberg - maar dan veel minder verfijnd dan Steinberg, want verfijning bracht Warhol zelden aan in zijn tekeningen. In 1959 maakte Warhol in opdracht van een theaterfestival in Spoleto een ontwerp voor een festivalposter. Het werd 2 Album Leaves USA (1959) en oogt als een haastige annexatie van de Flag-serie waarmee Jasper Johns eind jaren vijftig furore had gemaakt. In zijn hoogtijjaren stond Warhol zich erop voor niet origineel te zijn; in zijn vroege jaren was dit gebrek aan originaliteit nog geen bravoure maar een handicap.


Helaas niet te zien in Teylers maar wél terug te vinden in de begeleidende catalogus From Silver Point To Silver Screen is Follow The Line (1953). Je gelooft niet dat dit een werk van Warhol is. Tref je elders vooraankondigingen van Warhols latere trademarks aan -filmsterren, auto's, gelikte portretten -, in Follow The Line lijkt ieder Warholspoor uitgewist en is het alsof Warhol andermans werk heeft gesigneerd: een vroege Arshile Gorky, iets van Juan Miró, of een werk van een van de kunstenaars van Cobra.


Follow The Line vormt een buitenbeentje in de driehonderd ontdekte tekeningen; echt substantieel is de invloed van de eerdergenoemde Otto Dix, maar ook van - ook al onverwacht - George Grosz. In de jaren dertig emigreerde Grosz, de aan Dada gelieerde chroniqueur van het decadente en grimmige Berlijn van de jaren twintig, naar de VS. In 1948 raakte Grosz voor korte tijd verzeild in Pittsburgh, waar hij in de jury plaats nam van de jaarlijkse tentoonstelling Associated Artists of Pittsburgh.


Andy, toen nog student aan het Carnegie Institute of Technology, zond een schilderij in met als titel The Broad Gave Me My Face But I Can Pick My Own Nose (1948), een opzettelijk naargeestig portret van een neus pulkende nietsnut met een grotesk gezicht. Vintage George Grosz - alsof Warhol het jurylid schaamteloos wilde paaien.


Het schilderij zorgde voor verdeeldheid in de jury. Tegenstanders wilden Warhols inzending weigeren, maar voorstanders, onder leiding van, jawel, George Grosz, vonden het een baanbrekend werk. Warhols werk werd buiten de muren van de academie tentoongesteld; zo ontstond zowaar in Pittsburgh een plaatselijke variatie van de Parijse Salon des Refusés.


Eind jaren veertig dus al omstreden - al was het maar plaatselijk. Intussen is het een odd combination: George Grosz en Andy Warhol. De kunstacademiestudent en tekenaar Andrew Warhola legde een lange weg af voordat hij Andy Warhol werd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden