Beschoten op verkeerd stukje asfalt

Het is zo'n straat die aan alle kanten onheil uitstraalt. Dichtgetimmerde kraakpanden, gebroken glas op straat, een kapotte tv in de berm, gaten in het grauwe wegdek. Zo'n straat waar je liever niet komt, maar die ook de kortste route tussen Brussel-Centrum en Sint-Jans-Molenbeek vormt. En soms heb je haast.


In die straat werd onlangs een 24-jarige jongeman neergeschoten. Hij fietste naar huis, om 4 uur 's nachts na zijn werk, toen drie mannen hem vanuit het niets aanvielen. Hij probeerde weg te komen, maar voelde plots een helse pijn in zijn rug. Een kogel, amper twee centimeter van zijn hart. Hij overleefde het ternauwernood.


Het meest shockerende: het gebeurde zomaar, zonder reden. De daders namen zelfs zijn geld en zijn iPhone niet mee.


Het is een straat die ik maar al te goed ken: ze ligt vlakbij het Brusselse huis waar ik sinds twee jaar woon. Meer nog, vanuit het slaapkamerraam heb ik zicht op deze trieste plek. En telkens als ik de afgelopen twee jaar een blik uit dat raam wierp, vroeg ik me af hoe politici een buurt zo kunnen verwaarlozen. Het is een stortplaats van vuiligheid en ellende, en niemand die iets doet.


Het antwoord luidt dat de Brusselse politici heel goed zijn in naar elkaar wijzen. 'Hun paraplu opentrekken', zoals ze in België zeggen. De verwaarloosde straat - en buurt - ligt op de grens van drie gemeentes: Brussel, Sint-Jans-Molenbeek en Anderlecht. Die schuiven de verantwoordelijkheid voor de problemen voortdurend naar elkaar.


Veelbetekenend was een opmerking van de burgemeester van Sint-Jans-Molenbeek, waar de jongeman werd neergeschoten. 'Staat het al vast dat dat schietincident op het grondgebied van Molenbeek gebeurde?', vroeg ze zich af in de krant De Morgen, ongeveer een week na het gebeuren. 'Ik weet dat niet zeker. Misschien was het in Brussel.'


Zo'n opmerking is helaas typisch Brussels. Een kennis vertelde me hoe ze een paar jaar geleden met geweld van haar handtas beroofd werd, nabij de Hallepoort, ook op de grens van twee Brusselse gemeentes. Toen ze helemaal overstuur in een politiekantoor binnenliep, kreeg ze daar te horen dat ze aan de verkeerde kant van de Hallepoort was overvallen. 'Wij doen alleen de andere kant.'


Het is om intens verdrietig, misschien wel om cynisch van te worden. Maar gelukkig zijn er nog de Brusselaars zelf, die bewonderenswaardig optimistisch blijven. Na de schietpartij van vorige week schreven ze massaal lezersbrieven, waarin ze enerzijds meer veiligheid en schone straten eisten, maar anderzijds ook opriepen om niet te veralgemenen. Één schietpartij maakt nog geen getto.


En in de onheilsstraat hielden de buurtbewoners vorige zomer nog een protestpicknick. Ze ruimden de glasscherven en kapotte tv's op, ze versperden de weg voor het autoverkeer, en ze spreiden hun picknickkleed op het grauwe asfalt. Ze wilden tonen hoeveel potentie hun verwaarloosde buurt bezat. Met wat meer groen en wat minder verval zou het een prachtige plek kunnen worden.


De picknickers vroegen zich niet af of ze nu op het asfalt van Brussel, Molenbeek of Anderlecht zaten. Nu de Brusselse politici nog.


De straat in Brussel waar de schietpartij plaatsvond.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden