Beschermingswal terug uit de jaren tachtig

In de jaren tachtig waren aandeelhouders in Nederland nog slechts couponknippers. Daarna kregen zij ruim baan. Nu lijkt de slinger weer de andere kant op te gaan.

Bij de beursgang van KPN in 1994 stond de Vereniging van Effectenbezitters nog op zijn achterste benen. Liefst drie beschermingsconstructies had het bedrijf opgetrokken tegen ongewenste overnamen. Toenmalig VEB-directeur Robert de Haze Winkelman beet van zich af: 'Dit kan niet meer in deze tijd.'


Tien jaar eerder was winst nog een vies woord geweest. Bedrijven spraken in het jaarverslag over de omzet. Het kabinet-Van Agt wilde met een verandering van de Wet op de Ondernemingsraden dat de macht binnen bedrijven van de factor kapitaal naar de factor arbeid verschuiven.


Toen in 1985 een geheime indringer aandelen van de Hollandsche Beton Groep bleek op te kopen, plaatste het bestuur 1,4 miljoen preferente aandelen bij een eigen Stichting HBG. HBG was een paradepaardje van het Nederlandse bedrijfsleven. Het bouwbedrijf stampte woonwijken uit de grond, bouwde op de meest exotische plekken van de wereld bruggen en viaducten en haalde oliedollars terug met de aanleg van vliegvelden en andere infrastructurele projecten in het Midden-Oosten. Dat moest Nederlands blijven.


Inmiddels was de langste beurshausse uit de geschiedenis begonnen. In de VS stortten raiders (opkopers) en strippers zich op de in slaap gesukkelde beursgenoteerde conglomeraten. Ze werden met grote bankleningen opgekocht, in stukken gescheurd, gesaneerd en met winst doorverkocht. Deze nieuwe dynamiek leidde tot spectaculaire koersstijgingen op Wall Street. In de consensusmaatschappij van de BV Nederland walgde iedereen nog van deze 'beurspiraterij'. Aandeelhouders waren slechts couponknippers die niet te hoog van de toren mochten blazen.


De gedachte was dat bedrijfsbestuurders het beste met ze voor hadden. Bij bedreigingen van buiten moesten ze het bedrijf wel beschermen: met het plaatsen van preferente aandelen of door aandelen via certificering van hun stemrecht te ontdoen. Ook konden de beste onderdelen met zogenoemde gifpil- of kroonjuwelenconstructies van overnamen worden uitgezonderd. Het gevolg was dat de koersen op het Damrak slechts met dubbeltjes stegen. De nieuwe voorzitter van de beurs Boudewijn baron van Ittersum ergerde zich daar flink aan. Hij wees in het jaarverslag van 1985 onder de titel 'Is de macht van de aandeelhouder niet te veel beknot?' erop dat raiders ondergewaardeerde bedrijven saneerden en winstgevend maakten. Bestuurder Leen van Zwol van Nationale-Nederlanden, toen de belangrijkste aandeelhouder van het land, vond het idee maar niets: 'Er is geen aandeelhouder in Nederland die weet hoe een onderneming moet worden gerund.'


Meteen daarna bracht Elsevier-bestuursvoorzitter Pierre Vinken een onvriendelijk bod uit op uitgeverij Kluwer uit Deventer. Het land stond op zijn achterste benen. Nadat Kluwer zich in de armen wierp van bondgenoot Wolters-Samson ontstond een ongekend spannend overnamegevecht, waarbij op de beurs tienduizenden guldens werden betaald voor de laatste aandelen Kluwer. Wolters won, vooral dankzij het feit dat Van Zwol publiekelijk liet weten dat Nationale-Nederlanden zijn pakket aan Wolters zou aanbieden.


Dit soort gevechten smaakte naar meer. Van Ittersum eiste beperking van de beschermingswallen en dreigde bedrijven met verlies van hun beursnotering. 'Als de baron zijn zin krijgt, staan er direct nog maar tien fondsen genoteerd in de Officiële Prijscourant', reageerde Van Zwol. Maar hij voerde een achterhoedegevecht. Pensioenfondsen schudden hun nationalistische voorkeuren af en gingen wereldwijd beleggen. De ranglijstjescultuur dwong ook hen kortetermijnresultaten te halen en op overnamepremies te jagen. Nederland met zijn grote internationaal operende financiële sector koos voor het Angelsaksische model. Eind 1991 zei voormalig vakbondsman Wim Kok in zijn nieuwe rol als minister van Financiën: 'Gewijzigde machtsverhoudingen in de aandeelhoudersvergadering kunnen niet langdurig worden genegeerd.' Beursfondsen zwakten een voor een hun beschermingsconstructies af. In 2003 werd het geformaliseerd met de code-Tabaksblat.


De weg was vrij voor de raiders die nu liefkozend 'activistische aandeelhouders' werden genoemd. ABN Amro, nota bene een van de grootste voorstanders van de extra rechten voor aandeelhouders, werd zelf een van de eerste slachtoffers. Een enkele aandeelhouder (TCI, Children's Investment) wist met een belang van 2 procent in 2007 de bank te dwingen zich te laten overnemen door de meest biedende. De tegenwerking van het management en met name Rijkman Groenink was tevergeefs. De uitverkoop van het nationale erfgoed leek niet te stoppen: KLM, Hoogovens, Grolsch, VNU, Vendex/KBB en zelfs de energiebedrijven Nuon en Essent.


Nu Carlos Slim een poging doet KPN over te nemen, lijkt de stemming weer de andere kant op te slaan. Nederland wil wat het nog over heeft aan bedrijfsleven graag houden. En KPN doet net wat HBG in 1985 al deed: het plaatst preferente aandelen bij een stichting. Zelfs de VEB is er uit tactische redenen niet meer tegen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden