Bescheidenheid is voor dwazen

Zanger Rufus Wainwright is uit de schaduw gekropen van zijn vader Loudon. Eindelijk krijgt hij de erkenning waarvan hij vindt dat die hem toekomt....

Ja, het is vreselijk aardig wat ze allemaal over hem hebben geroepen, de showbizzvrienden van Rufus Wainwright. Elton John zei dat Wainwright voor hem een onaangekondigde Amerikaanse rijkdom behelst. Michael Stipe, zanger van R.E.M., plaatst Wainwright direct naast Nina Simone, Neil Tennant van de Pet Shop Boys kan geen betere singer/songwriter van dit moment bedenken. En Tim Rice-Oxley, toetsenist van de Britse band Keane, noemt de combinatie van scherpzinnigheid en melancholie van de dromerige zanger met de briljante liedjes verbazingwekkend .

Maar die erkenning, daar had hij al jarenlang op gehoopt. Nee, nee, die had hij gewoon verwácht. Een frêle bleke jongen van 31 kijkt je aan met ogen die weigeren te knipperen. 'Ik heb tien jaar hard gewerkt om deze hele. . . Rufus Wainwright. . . Experience neer te zetten. Ik heb mijn deel aan asskissing gedaan. 's Ochtends om acht uur voor secretaresses van platenbazen opgetreden, meegewerkt aan stompzinnige radiospelletjes, voorprogramma's verzorgd van bandjes die je niet eens eenmaal in je leven zou moeten aanhoren. Ik ben zeer getalenteerd, ik werk net zo hard als Céline Dion, waarom ben ik dan niet op de radio te horen en verdien ik nog geen fractie van wat zij verdient?' En een hitsong alstublieft/dankuwel, dat zou ook heel aardig zijn.

Als de wereld anders in elkaar zat en alle mensen waren poprecensenten dan misschien wel: dan was Rufus Wainwright Britney Spears. Vanaf zijn eerste naar zichzelf vernoemde album, waaraan de legendarische arrangeur Van Dyke Parks meewerkte, krijgt de klassiek geschoolde Wainwright van de pers niets dan lof toegezwaaid voor zijn weelderig gearrangeerde liedjes. De doorwrochte juweeltjes waarin Wainwrights sonore dragende stem zich elegant uitstrekt, bieden een melodische en harmonische rijkdom die je nergens anders in popmuziek aantreft. De Britse krant The Independent noemde hem de modern crown prince of operatic pop.

En schrijver Armistead Maupin bood hem bij zijn eerste ontmoeting aan om maar meteen een musicalversie te maken van zijn serie vertellingen over San Franciso in de jaren zeventig, Ta -les of the city. Wainwright had vorig jaar nog een zwijgend rolletje in Martin Scorcese's The Av i a t o r . En, o ja, is ook nog kind van beroemde ouders. Als zoon van de Canadese folkzangeres en liedjesschrijver Kate McGarrigle, die nummers schreef voor Emmylou Harris en Linda Ronstadt, en van folkzanger Loudon Wainwright III werd hij samen met zus Martha al jong meegenomen op tournees. Maar vader Loudon verliet het gezin en dat veroorzaakte een bron van ressentiment en onverwerkte gevoelens die nu nog stof leveren voor liedjes van zowel Rufus als Martha. Het lijkt erop dat Rufus al behoorlijk veel terrein op zijn vader heeft gewonnen.

Maar de zanger is niet tevreden. Ze hebben hem de 'koninklijke behandeling' geweigerd, daar bij de platenmaatschappij. 'Als ik de ruimte had gekregen, had ik als een David Bowie een Ziggy Stardust-personage neer kunnen zetten.' Een hinnikend lachje ontsnapt hem en om zijn opgetrokken knie vouwen zich beringde vingers die licht vermoeid zijn van het almaar parels naar de zwijnen werpen. Ach, relativeren mag, maar eigenwaarde eerst.

Vraag: 'Je bent niet echt bescheiden, hè?'

Antwoord: 'Bescheidenheid is voor dwazen.'

Toen hij 23 was, zijn eerste album uitkwam en nog niemand hem kende, ging hij al pontificaal in The Village in New York op een terrasje zitten. Zonnebril op, hopend op herkenning. 'Wat is daar triest aan? Ik vond het fantastisch. Ik doe het nog steeds, maar nu slaat het tenminste ergens op. Hè hè hè.'

Want na vier albums neigt Rufus nu naar beroemheid. Want two, het laatste, is de afsluiting van een tweeluik van persoonlijke en amoureuze wederwaardigheden. Naast de liedjes over zijn familie - deze keer over zijn zus Martha (Little Sister) en de hele Wainwright menagerie (Hometown Waltz) - zijn er nog de liedjes met zijn homoseksualiteit als onderwerp. Gay Messiah schetst in een zwierige zesachtste maat de komst van een verlosser die het deze keer voor homo's gaat opnemen. En in tegenstelling tot wat een regel als baptized in cum (gedoopt in geil) doet vermoeden heeft het nummer een politieke lading.

'Het was geboren als grap. Iemand opperde na een dineetje dat er maar een homoseksuele messias vanuit een religieus standpunt onze rechten moest komen verdedigen. Maar het onderwerp werd met de verkiezingen in Amerika een stuk serieuzer toen de gelijke huwelijksrechten voor homo's werkelijk een obstakel voor de democraten vormden.' Hij gelooft niet dat extreem-religieuzen een hekel hebben aan homo's. 'Ze weten gewoon niet wat ze ermee aan moeten. Religie heeft altijd twee zwakke schakels: dat zijn vrouwen en homoseksuelen. Met allebei gaan ze om op een repressieve, geringschattende manier.'

En laten we meteen de lijn maar doortrekken. Er is ook in popcultuur een overeenkomst. Beiden moeten serieuze rolmodellen ontberen. 'Pubermeisjes wordt alleen het oppervakkige geboden. Aan de ene kant een rapper die dreigt ze te zullen verkrachten en aan de andere kant beeldschone seksegenoten waar ze wanhopig op willen lijken, wat ze in nog geen duizend jaar lukt. Homo-mannen krijgen alleen dooie Hollywoodsterren en gezichtsloze dj's voorgeschoteld.' Begrijp hem goed, het mag allemaal, maar mag er ook iets anders naast bestaan? Iets serieuzers, iets dat de doelgroep niet onderschat?

Misschien dan niet Rufus, de Gay Messiah maar wel Rufus, het rolmodel? 'Waarom niet, ik ben de enige openlijk homoseksuele artiest in de popbizz en ik heb mezelf altijd beschouwd als een very gay artist'. Ga maar na, hij heeft stormachtig de gay lifestyle geleid, al zijn voorbeelden zijn gay - James Baldwin, Oscar Wilde, Jean Cocteau, Tsjaikovski - en heeft met 'typische gay problems' als alcohol-en drugsverslaving te maken gehad. Maar laat de kleine prins nou van zo'n beetje alle serieuze media aandacht hebben gekregen', behalve van die van de zijnen. 'Ik krijg vanuit de homoscene niet het respect dat ik verdien.' Hij klinkt niet verbitterd, niet teleurgesteld. Meer als iemand die, nadat de verwondering is afgesleten, alleen maar de ongerijmdheid kan vaststellen.

Hij heeft zich de attitude aangemeten van de operadiva's die hij zo bewondert. Een primadonna met bakkebaarden die het vreeeeselijk leuk vindt om baby's te kussen en handtekeningen uit te delen en dat ook steevast doet na elk optreden. Zonder een spoortje ironie: 'Ik beschouw het als mijn baan om in het middelpunt van de belangstelling te staan.'

En elk optreden is een powertrip. 'Het is een vorm van megalomanie. De macht om het publiek zich te laten voelen zoals jij je voelt.' Die machtsroes pakte bijna fataal uit. Het intense maar beperkte succes steeg hem eerst naar het hoofd en verwerd daarna tot frustratie omdat bredere erkenning uitbleef, waarop Rufus zich stortte op vluchtige seks, alcohol en drugs. Een dramatische avond waarop coke volgde op alcohol, ketamine op coke, crystalamphetamine op ketamine, een rijtje dat werd afgesloten met een kortstondige blindheid, bracht de zanger tot inkeer. Elton John, goede vriend en beschermheilige van de verwarde artiest, trad aan als redder en adviseerde de afkickkliniek. Een stormachtige rite de passage want Wainwright zegt rond zijn dertigste een man te zijn geworden.

'Ik wil niet meer over die drugsperiode uitweiden. Ik heb er al genoeg over verteld. In het begin van mijn carrière wilde ik zoveel mogelijk aandacht en voerde ik de pers die dingen waarvan ik dacht dat ze die wilde horen. Nu vind ik toch dat dat soort zaken te persoonlijk zijn om zo maar voor het voetlicht te gooien.'

Hij vindt een deel van zijn geluk nu in het schrijven van zijn muziek en zijn teksten. 'Het helpt muren af te breken.' Dinner at Eight bijvoorbeeld is, naar de deskundige mening van de maker, 'een van de belangrijkste songs over vader-en zoonrelaties aller tijden.' Het is in elk geval een muzikaal grandioze, emotioneel geladen afrekening met de universele vader en plaatst Rufus in de positie van David tegenover zijn Goliath. 'No matter how strong, I'm going to take you down with one little stone', zingt hij. Maar het nummer eindigt in een amen als you left me verandert in you loved me.

Op maat gezette verwijten en liefdesverklaringen worden bij de Wainwrights uitgewisseld als verjaardagskaarten. Loudon schreef Rufus is a Tit Man en Pretty Little Martha. Rufus schreef Beauty Mark (over moeder Kate), Dinner at Eight en Little Sister (over Martha). En Martha schreef Laurel and Hardy (over Rufus) en Bloody Motherfucking Asshole (over vader Loudon). Alsof de Von Trapps verdwaalden in een Griekse familietragedie om vervolgens bij dr. Phil op de bank te belanden.

Onlangs beweerde zus Martha in een interview in NRC Handelsblad dat zij zingt om haar vaders goedkeuring te krijgen en broer Rufus om zijn vader voorbij te streven.

Rufus, onaangedaan: 'Nee dat is niet zo. Verder wil ik er niets over zeggen.'

En dat Rufus haar ooit op tournee heeft meegevraagd, alleen om iemand te hebben om tegen aan te schoppen?

'Hmm, het enige dat ik daar over kwijt wil, is dat ik Martha alles dat ze nog over mij zal zeggen, op voorhand vergeef. Ze staat aan het begin van haar carrière en probeert gewoon haar grenzen uit. Ik heb toen ík begon precies hetzelfde gedaan. Vreselijke dingen over mijn vader gezegd en we hebben vervolgens zes maanden niet met elkaar gesproken.'

Maar waarom alles dan in de publieke arena? Hij weet het niet. Misschien is het makkelijker, maar zeker is het gevaarlijker. 'In een liedje wordt alle commentaar intenser. De veer van de vleierij streelt nog aangenamer, maar die moker van verwijten komt ook tien keer harder aan.' Tuurlijk blijft hij liedjes over zijn familie schrijven. 'Als je alles maar in balans houdt. De zucht naar roem en de behoefte aan genegenheid. Je moet altijd oppassen dat je je liefde niet offert aan de goden van de showbusiness.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden