Beschaafd vechter voor overlegeconomie

Ruim tien jaar was hij voorzitter van de SER. 'Honderd procent toegewijd aan de publieke zaak.'

Toen Theo Quené in 1985 voorzitter werd van de Sociaal-Economische Raad (SER) was dit orgaan nog het symbool van de Nederlandse consensus en overlegeconomie. Hier bespraken werkgevers en werknemers samen met gewichtige kroonleden de toestand van het land en brachten adviezen uit die regeringen zonder een enorme rel niet in de wind konden slaan. Toen Quené elf jaar later wegging, werd de SER door Frits Bolkestein weggehoond als 'de Sociaal-Economische Ren'.

Quené overleed afgelopen zaterdag op 80-jarige leeftijd. Hij werd in 1930 in Oostzaan geboren als een verre afstammeling van de Franse Hugenoten. In 1940 verhuisde het gezin naar Tiel waar zijn vader directeur van het Ziekenfonds werd. Op school blonk hij uit, niet alleen qua resultaten maar ook qua leiderschap. Op het gymnasium werd hij altijd gekozen tot klassevertegenwoordiger. Hij werd voorzitter van de vereniging van gymnasiasten en van de NJN, de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie.

Hij studeerde voor landbouwkundig ingenieur in Nijmegen. Nadat hij in 1956 zijn studie had afgemaakt kon hij bij bierbrouwer Heineken terecht. Maar hij wilde zijn aandeel leveren aan de na-oorlogse wederopbouweconomie. 'Nog geen fractie van een seconde heb ik over het aanbod van Heineken nagedacht. Ik wilde het algemeen belang dienen.' Om dezelfde reden weigerde hij later ook een ministerspost in het kabinet Den Uyl (1973-1977).

Quené vergeleek zichzelf met bijvoorbeeld Sicco Mansholt, de latere Europees Commissaris voor Landbouw, en Emiel van Lennep, de latere secretaris-generaal van de OESO. Hij werd zelf na zijn studie hoofd directie algemene zaken Rijksdienst voor het Nationale Plan. Van 1967 tot 1972 was hij directeur van de Rijksplanologische Dienst en vervolgens secretaris-generaal van VROM en directeur van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR).

Quené volgde in 1985 Jan de Pous, bijgenaamd Jan Compromis, als SER-voorzitter op. De SER was in 1950 opgericht als het toporgaan van de publiekrechtelijke bedrijfsorganisaties. Op dat moment kende Nederland een geleide loonpolitiek waarbij werkgevers en werknemers gezamenlijk een advies uitbrachten.

Onder De Pous waren de tegenstellingen al flink verscherpt, maar de SER genoot nog altijd de status van een belangrijke autoriteit. Toen Quené aftrad, was nog maar enkele jaren eerder het Akkoord van Wassenaar gesloten voor loonmatiging. Vanaf 1985 kalfde de consensus af. De Reaganomics en het Thatcherism waaiden over naar Nederland, het kapitalistische model herleefde. Hoewel Quené een diplomaat was kon hij zich er flink aan ergeren dat de SER minder serieus werd genomen.

Wijlen FNV-voorzitter Johan Stekelenburg typeerde Quené als iemand die beschaafd vocht voor de overlegeconomie en voor fatsoenlijke arbeidsverhoudingen, in een wereld vol stijlloosheid. De huidige SER-voorzitter Alexander Rinnooy Kan leerde Quené kennen als VNO-topman. 'Hij was volstrekt integer en honderd procent toegewijd aan de publieke zaak. Hij was zeer gezaghebbend door zijn intellectuele kwaliteiten.'

Na zijn vertrek in 1996 werd hij nog even burgemeester van Zaanstad en bijzonder hoogleraar in Leiden. Hij grossierde verder in bijbanen als voorzitter van de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten, het Prins Bernhardfonds, de Boekmanstichting en de raad van toezicht van het Rijksmuseum Amsterdam.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden