Berustte het vertrek van Beatrix Ruf bij het Stedelijk op een misverstand, of valt haar toch wat te verwijten?

Het onderzoek naar belangenverstrengeling laat op zich wachten

Het onderzoek naar belangenverstrengeling van ex-directeur van het Stedelijk Museum Beatrix Ruf laat op zich wachten. Maar alles wijst erop dat haar zakelijke relatie met de Zwitserse kunstverzamelaar Michael Ringier inniger was dan partijen willen toegeven.

Beatrix Ruf. Foto anp

In een maand tijd hebben meer dan 630 mensen de online petitie getekend waarin wordt gevraagd om de terugkeer van Beatrix Ruf (58) als artistiek directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam. Dat is niet veel gezien de bezoekersaantallen van het museum (690.000 in 2017) en de ruime aandacht die de actie in de media heeft gekregen.

Opvallend is wel hoeveel bekende mensen uit de internationale kunstwereld hun naam onder 'Roep Ruf Terug' hebben gezet. De Duitse was op 17 oktober 2017 opgestapt na een publicatie over mogelijke belangenverstrengeling. Veel ondertekenaars vinden dat Ruf het Stedelijk artistiek weer op de kaart heeft gezet. Opmerkelijk is ook dat begunstigers van het museum publiekelijk voor haar herbenoeming pleiten.

Tegenstrijdige verklaringen

Maar het is de vraag of het zover komt. Uit nieuwe informatie waarover deze krant beschikt blijkt dat Ruf tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd over één van haar nevenwerkzaamheden. Ook lijkt het er sterk op dat zij in strijd met haar eigen bewering een andere nevenfunctie jarenlang heeft aangehouden.

Aanleiding voor haar vertrek bij het Stedelijk was de onthulling van NRC Handelsblad dat Ruf een 'kunstadviesbedrijf' had, Currentmatters bv, waarmee ze in 2015, tijdens het eerste volledige jaar van haar directeurschap in Amsterdam minstens 437.000 euro winst zou hebben gemaakt. Vermoedelijk had zij deze bv niet gemeld aan de raad van toezicht van het museum, die toen nog stond onder het voorzitterschap van Ferdinand Grapperhaus, de huidige minister van Justitie.

'Speculaties in de media'

Vier dagen na de publicatie stapte Ruf op, zonder dat duidelijk werd wat de reden daarvoor was. In het persbericht werd gesproken over 'speculaties in de media (...) die mogelijk een impact kunnen hebben op de reputatie van het museum'. Daarin werd ook aangekondigd dat onafhankelijke experts zouden gaan onderzoeken hoe het tot de dramatische breuk heeft kunnen komen. Heeft Ruf alle informatie over haar bijbanen en de verdiensten daaruit met de raad van toezicht gedeeld? En hebben de leden van deze raad de goede afwegingen gemaakt? De resultaten van deze onderzoeken worden in mei verwacht.

Toen Ruf werd uitgekozen door de raad van toezicht om het Stedelijk te gaan leiden, waren de verwachtingen hooggespannen. Ruf stond bekend als een netwerkkanon. Met haar vele internationale contacten zou zij weer leven kunnen blazen in het kwakkelende museum. Ze stond in 2012 en 2013 niet voor niks op nummer zeven in de 'Power 100' van ArtReview, de ranglijst van de invloedrijkste personen in de kunstwereld.

Hoge notering

Van die hoge notering maakte het persbericht in april 2014 over haar benoeming bij het Stedelijk ook trots gewag. Alexander Ribbink , toen voorzitter van de raad van toezicht, zei daarin dit over de nieuwe directeur: 'Zij beschikt over het unieke vermogen om kunstenaars, verzamelaars, 'de markt' en de publieke sector met elkaar te verbinden.'

Maar al snel klonk er ook een kritisch geluid. Christiaan Braun, een excentrieke kunstverzamelaar die het Stedelijk goed kent, waarschuwde in september 2014 voor belangenverstrengeling, of de schijn daarvan. In paginagrote krantenadvertenties beschuldigde hij enkele kopstukken van het museum van ongewenste dubbelfuncties, onder wie Ruf die op 1 november aan haar directeurschap zou beginnen.

Braun riep haar op de samenwerking te beëindigen met de Zwitserse ondernemer Michael Ringier en met de Zwitserse verzekeraar Swiss Re. Ruf adviseerde deze partijen over aankopen voor hun kunstcollecties. Omdat ze binnenkort ook zou beslissen over de kunstaankopen van het Stedelijk zouden er, zo redeneerde Braun, conflicterende belangen kunnen ontstaan. Praktisch voorbeeld: zou een kunstwerk dat Ruf wil kopen in een particuliere verzameling in Zwitserland terechtkomen, of in het Stedelijk dat deels met publiek geld wordt gefinancierd?

Toen Ruf vlak na het begin van haar directeurschap in Amsterdam een interview gaf aan de Volkskrant, maakte ze bekend dat ze ging stoppen bij Swiss Re; die functie was aan haar vorige baan als directeur van de Kunsthalle Zürich verbonden, legde ze uit. Maar ze peinsde niet over het opgeven van haar curatorschap van de collectie van Michael Ringier, de vermogende eigenaar van uitgeverijen en mediabedrijven. 'Er is absoluut geen belangenconflict voor mij', beweerde ze toen. 'Als ik dat zou hebben, zou ik daar gevolgen aan verbinden.'

Adviseurschap

Toch kwam kort daarna een einde aan dit adviseurschap, al sprak ze daar pas over toen ze drie jaar later in The New York Times een boekje opendeed over de gebeurtenissen rond haar vertrek bij het Stedelijk. Zij en Ringier hadden in december 2014 een punt achter hun samenwerking gezet, stelde ze in een artikel dat op 7 november 2017 in de Amerikaanse krant verscheen. Ringier kwam daarin ook aan het woord: 'We wilden een belangenconflict absoluut vermijden.'

Ruf ontkende dat er onoorbare dubbelfuncties waren geweest. Currentmatters bv was volgens haar opgericht om de inkomsten te bundelen uit de nevenactiviteiten die allemaal - ook die bij Michael Ringier - door de raad van toezicht van het Stedelijk bij haar aantreden waren goedgekeurd.

In haar bv zat zoveel geld, onthulde ze, omdat Ringier haar bij de beëindiging van het adviseurschap een bonus van een miljoen Zwitserse Frank (circa 865.000 euro) had toegekend. Die was gespreid over 2015 en 2016 uitbetaald. Volgens Ringier was de 'dankjewelgift' op zijn plaats omdat de waarde van zijn collectie dankzij Ruf, die hem twintig jaar had geadviseerd bij aankopen, met 'tientallen of zelfs honderden miljoenen' was gestegen.

Successen

Blijkbaar heeft zij hem vroeg op het spoor van kunstenaars gezet die later succesvol werden. Als directeur van de Kunsthalle Zürich heeft ze mogelijk ook zelf aan die successen bijgedragen. Volgens de Zwitserse SonntagsZeitung zijn onder het bewind van Ruf 'veel meer dan honderd werken' getoond die op dat moment tot de collectie van Ringier behoorden. De krant heeft dit gereconstrueerd aan de hand van catalogi en andere overzichten van wat er in de Kunsthalle Zürich te zien was.

De uitleg van Ruf en Ringier in The New York Times over de beëindiging van hun samenwerking leek solide. Totdat de Volkskrant onlangs een aangepaste lijst ontdekte van nevenwerkzaamheden van Ruf. Die staat in een nieuwe versie van de 'Bijlagen Jaarverslag 2016' die het Stedelijk Museum in december 2017 op zijn website publiceerde. Aan de lijst zijn twee nieuwe functies toegevoegd: bestuurder van Currentmatters bv en: 'Lid Raad van Bestuur, JRP Ringier publishing'. Bedoeld wordt JRP Ringier Kunstverlag AG, een mede door Ruf opgerichte uitgeverij in Zürich die tot het zakenimperium van Michael Ringier behoort.

Nieuwe lijst

Volgens Jan Willem Sieburgh, de interim-directeur die na het vertrek van Ruf werd aangesteld, heeft zij de nieuwe lijst zelf gemaakt. 'Toen ik bij het Stedelijk aantrad waren er vragen of de juiste versie van het jaarverslag 2016 op onze website stond', zegt hij. 'Om alles up to date te brengen, had ik Ruf gevraagd nog een keer een lijst met haar nevenactiviteiten aan te leveren.'

Dat JRP Ringier Kunstverlag daarin vermeld staat, is opmerkelijk. Want Ruf heeft in oktober 2017, toen ze nog directeur bij het Stedelijk was, tegenover NRC Handelsblad ontkend dat zij aan deze uitgeverij verbonden was. De krant had na onduidelijkheden over haar nevenwerkzaamheden bij de Zwitserse Kamer van Koophandel een document uit 2016 opgediept waarop haar handtekening als bestuurder van de uitgeverij prijkt. Volgens Ruf betrof het een 'administratieve fout'.

Nevenfunctie

Waarom laat ze twee maanden later het museum weten dat ze die nevenfunctie wel degelijk heeft bekleed? En is die erkenning niet in strijd met haar bewering kort daarvoor in The New York Times dat de samenwerking met Ringier in december 2014 was gestopt?

Ruf zelf wil geen antwoord geven op deze vragen. 'Zo lang de onafhankelijke onderzoeken gaande zijn, heb ik het Stedelijk Museum beloofd geen verder commentaar te geven', bericht woordvoerder Kay van de Linde namens haar. Die onderzoeken liepen overigens al toen Ruf The New York Times te woord stond.

Michael Ringier erkent dat Ruf in 2016 deel uitmaakte van de leiding van zijn uitgeverij, maar laat per e-mail weten dat haar werkzaamheden als 'totaal onbeduidend' zijn te beschouwen. Het dochterbedrijf is volgens hem 'een van de kleinste, met een jaaromzet van minder dan een miljoen Zwitserse Frank'. JRP Ringier Kunstverlag produceert 'tussen de 30 en 40 kunstboeken en de resultaten aan het einde van het jaar zijn negatief'. De betrokkenheid van Ruf beperkt zich tot 'één lunch van twee uur per jaar' en een paar telefoontjes. Zij heeft volgens Ringier geen aandelen en krijgt geen salaris, alleen een 'zeer geringe' onkostenvergoeding.

Boeken

De uitgeverij blijkt wel enkele boeken te hebben uitgebracht over kunstenaars die het Stedelijk presenteerde terwijl Ruf daar directeur was. Zo verscheen bij JRP Ringier Kunstverlag in mei 2017 een monografie over Magali Reus, 'gepubliceerd ter gelegenheid van haar tentoonstelling in het Stedelijk Museum Amsterdam (najaar 2016)'. Ruf schreef een van de bijdragen in deze uitgave, evenals een conservator van het Stedelijk.

Enig graafwerk levert meer aanwijzingen op dat Ruf en Ringier nog samenwerkten na december 2014. In latere jaarverslagen van Ringier AG, de internationale mediagroep waarvan Michael Ringier mede-eigenaar en bestuursvoorzitter is, wordt haar betrokkenheid bij zijn kunstverzameling nog steeds genoemd.

Zo wordt in het voorwoord van het jaarverslag over 2015 van 'onze curator Beatrix Ruf' gerept. Achter in dat jaarverslag staat een bijdrage van haar hand over een kunstenaar, met daaronder de vermelding: 'Beatrix Ruf is directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam en curator van de Ringier collectie.'

In het verslag over 2016 wordt de naam van Ruf en die van anderen onder het kopje 'Kunstcoördinatie' opgevoerd. Ook hierin is een artikel van haar te lezen. Daarin legt ze uit waarom het jaarverslag dit keer is vormgegeven als een door Ringier uitgegeven krant.

Een fout

Michael Ringier laat desgevraagd weten dat de vermeldingen van Ruf als curator 'een fout' zijn. 'Degene die verantwoordelijk was heeft dit simpelweg over het hoofd gezien.' Ruf is niet betaald voor de artikelen, meldt hij verder.

Hoe zit het dan met de tentoonstellingen die de Duitse in 2015 voor Ringier maakte, waaronder één ter ere van het twintigjarig bestaan van de collectie? Haar naam verschijnt in persberichten en op de tentoonstellingswebsite: 'Curatoren Arthur Fink en Beatrix Ruf'. Volgens Ringier is de betrokkenheid van Ruf minimaal: die exposities waren al voor haar directeurschap in Amsterdam samengesteld. Zij trad slechts op als 'mentor' van haar bijna dertig jaar jongere opvolger Fink.

Ruf duikt ook op in een reportage in Ringiers bedrijfskrant Domo over de inrichting van een nieuw kantoor met kunst uit zijn collectie. Arthur Fink komt daarin veel aan het woord, maar draagt blijkens het artikel geen eindverantwoordelijkheid. 'Het laatste woord is aan Michael Ringier en langdurig curator van de collectie Beatrix Ruf (57), directeur van het Amsterdamse Stedelijk Museum. Beiden ontvangen lijsten, geven opmerkingen en geven hun goedkeuring aan keuzes.' De publicatiedatum van het artikel: juni 2017.

Wederom stelt Michael Ringier dat er een vergissing in het spel is. Volgens hem was Fink de curator van deze inrichting, niet Ruf. 'De verantwoordelijke voor dit verhaal heeft simpelweg de wisseling van curatoren over het hoofd gezien.' Onbetwist is dat Ringier sponsor van het Stedelijk Museum is geworden na het aantreden van Ruf als directeur. Inmiddels heeft hij 'meer dan 200 duizend euro' bijgedragen, verklaart hij.

Sponsor

Een andere sponsor die Ruf heeft binnengehaald bij het Stedelijk is de Luma Foundation, een stichting van de Zwitserse miljardair en kunstmecenas Maja Hoffmann. Deze stichting laat in het Zuid-Franse Arles een enorm kunstcomplex verrijzen. Ruf is sinds 2010 adviseur van dit project. Ten tijde van het sponsorschap van de Luma Foundation heeft Ruf ook kunst uit de collectie van Hoffman tentoongesteld in Amsterdam: de wild bewegende pop van de Amerikaanse kunstenaar Jordan Wolfson. Daardoor is het werk mogelijk meer waard geworden.

Uit de jaarverslagen 2014, 2015 en 2016 van het Stedelijk blijkt dat Ruf tijdens haar directeurschap in Amsterdam in totaal 39 verschillende nevenwerkzaamheden had, verspreid over 13 landen. Een vergelijking leert dat vier andere directeuren van musea voor moderne kunst (Bonnefantenmuseum , Gemeentemuseum Den Haag, Groninger Museum en Museum Boijmans van Beuningen) in dezelfde drie jaar een stuk minder externe functies hadden: drie tot negen. Ook verrichtten zij geen werkzaamheden voor andere (particuliere) collecties.

Kunnen de vele belangen rondom Ruf worden ontward? En zal dan blijken dat haar vertrek berustte op een misverstand, zoals ze suggereerde in The New York Times? Of valt haar toch wat te verwijten? En misschien nog wel belangrijker: is haar geloofwaardigheid niet te zeer aangetast om ooit nog bij het Stedelijk te kunnen terugkeren?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.