Berteling (41) speelt nu pas op routine

Vereerd en verrast was Ron Berteling (41) toen hij een invitatie kreeg voor het Nederlands ijshockeyteam. Tegen Bulgarije maakt hij maandag, na een afwezigheid van vijf jaar, zijn rentree....

door Tynke Landsmeer

ALS BELONING voor zijn terugkeer bij Amsterdam kreeg Ron Berteling rugnummer 99 toegewezen. Het nummer van zijn idool Wayne Gretzky, de grootste Canadese ijshockeyer aller tijden. Misschien bedoeld als grap, maar ongetwijfeld als blijk van waardering voor een van de populairste en beste ijshockeyers die Nederland heeft voortgebracht.

Wat de reden ook geweest mag zijn, Ron Berteling (41) was er, op zijn zachtst gezegd, niet blij mee. 'Zoiets doe je niet. Als basketballer ga je ook niet met nummer 23 spelen, dat behoort toe aan Michael Jordan. Ik heb me er nooit lekker in gevoeld. Na een paar wedstrijden heb ik een ander shirt gevraagd.

'Nummer 11 past veel beter bij mij. Daar ben ik in begonnen bij Amsterdam en daar wil ik mijn carrière ook in afsluiten.'

Over zijn tweede beloning, een comeback in het Nederlands team, was hij meer te spreken. Hij was verrast, maar voelde zich ook vereerd. Na een afwezigheid van vijf jaar zal Berteling deze week bij het WK in Eindhoven en Tilburg weer in een oranje shirt te bewonderen zijn. Trots is hij, omdat zijn zoon, nu zeven jaar oud, op de tribune zal zitten.

'Hij heeft mij nooit bewust zien spelen. Een paar jaar geleden kwam er tijdens een wedstrijd tussen oud-internationals een jongen naar me toe die om een handtekening vroeg. Dat begreep mijn zoon niet. Toen heeft mijn vrouw hem uitgelegd dat papa vroeger een goede ijshockeyer was.'

Van een vooropgezet plannetje, vorig jaar de terugkeer in de eredivisie in de hoop om dit jaar nog één keer een belangrijk toernooi in het nationale team te spelen, is volgens Berteling geen sprake. 'Echt niet', zegt hij, terwijl hij zijn handen afwerend voor zijn lichaam houdt. Uit zijn donkere ogen spreekt onschuld.

'Ik wist niet eens dat er een WK in Nederland gespeeld zou worden. Ik was er al zo lang niet meer bij betrokken. Toen de bondscoach mij belde, reageerde ik heel naïef. Ik dacht dat hij me wilde raadplegen over spelers die in aanmerking kwamen voor het Nederlands team. Dus ik had al een beetje om me heen gekeken. Maar toen ik in de gaten kreeg dat het om mijzelf ging, voelde ik me erg gevleid.'

Berteling gaf niet direct zijn ja-woord aan bondscoach Doug Mason. Hij aarzelde. Bang om door de mand te vallen.

'Het is me niet meegevallen, maar het is me wel bevallen. Ik weet dat ik niet meer zo kan ijshockeyen als acht, negen jaar geleden. Tijdens de halve finales van de play-offs heb ik het echt wel moeilijk gehad. Het lukt niet meer zoals vroeger, ik kom kracht en snelheid tekort.

'Ik ben nu meer afhankelijk van mijn medespelers. Vroeger kon ik veel compenseren, nu moet ik sturen. Op routine spelen. De coach zei tegen me: ''jij brengt rust in het team''. Dat zal best, ik kan ook niet harder. Vroeger was ik dominant aanwezig, dat kan ik nu niet meer. En dat wil ik ook niet meer.

'Maar ik heb erg veel plezier. Als ik de kleedkamer binnenga is het weer als vanouds. Bij binnenkomst in de hal krijg je natuurlijk wel teksten over je heen, van ouwe lul en zo. Maar dat is niet erg, dat hoort erbij. Dan maak ik even een goede beweging om te laten zien dat ik er nog steeds ben. Ik weet wat ik waard ben geweest op het ijs en zo zal het nooit meer worden. Ik ben nu één van de zeventien.'

De vraag waarom hij weer met ijshockey is begonnen, is lastiger te beantwoorden dan de reden waarom hij vijf jaar geleden afscheid nam. Toen hij erachter kwam dat hij de band met zijn medespelers en tegenstanders had verloren, omdat de oude, gouden generatie de voorkeur aan een maatschappelijke baan had gegeven, was het ineens over.

Zomaar. Van de ene op de andere minuut. Op het ijs was een gevecht gaande, in het hoofd van Berteling knakte het mentaal.

'Ik heb het nooit gemist. Geen moment. Ik heb nooit gedacht dat ik weer het ijs op moest als ik de jongens zag spelen.

'Met een aantal oud-spelers ben ik wel blijven trainen, één keer per week. Dat was niet zozeer om het ijshockey, maar om elkaar te blijven zien. Na de training in de kleedkamer een biertje drinken en oude verhalen vertellen, die elk jaar natuurlijk mooier en beter werden.'

Maatschappelijk maakte Berteling in die periode carrière. Van de sportzaak in de Kalverstraat verhuisde hij naar het hoofdkantoor van Footlocker en tegenwoordig verzorgt hij in heel Europa evenementen. Met hardlopen hield hij zijn conditie op peil, drie keer liep hij de marathon van Amsterdam, omdat hij 'graag een keer de man met de hamer' tegen wilde komen.

'Dat is pure pijn. Ik wilde dat een keer meemaken. Het is heel iets anders dan bij ijshockey. Daar heb ik ook wel conditietrainingen meegemaakt, waarna ik vloekend en tierend van het ijs kwam. Maar hardlopen is ook nog eens ontzettend doods. Ik ben meer een teamspeler.'

En daarmee is indirect zijn terugkeer op ijshockeyschaatsen verklaard. 'Vorig jaar had ik een zomer lang niets aan sport gedaan, alleen maar gewerkt. Daar voelde ik me niet lekker bij. Ik wilde bij Amsterdam meetrainen om iets aan mijn conditie te doen, maar ik heb nooit in mijn achterhoofd gehad dat ik ook weer zou gaan spelen. Ik miste het niet.

'Maar als het dan weer lekker gaat, begint de coach toch weer op je in te praten. Natuurlijk streelt het je, ik zou liegen als het niet zo was.

'De eerste wedstrijd was ik erg nerveus. Ik had een gigantische achterstand, dus je hoopt maar dat je zo'n wedstrijd overleeft. Het blijft een contactsport, dus ik was erg voorzichtig. Toen het wedstrijdritme eenmaal terug was, dacht ik daar niet meer aan.'

Dat Berteling met zijn 41 jaar zo snel weer aansluiting vond bij Nederlands beste ijshockeyers, is tekenend voor het huidige niveau. Er zal heel veel moeten gebeuren, wil de ploeg de komende week promoveren naar de B-poule. 'Ik denk dat we een reële kans maken. Het niveau is me eigenlijk wel meegevallen.

'Mijn bijdrage zal vooral het inzicht zijn, op het juiste moment de pass geven, waaruit gescoord kan worden. Ik heb het nooit van mijn kracht moeten hebben. Als ik dan een paar spelers om me heen heb staan die dat kunnen compenseren, dan zie ik het niet zo somber in.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden