Bert Wagendorp

Zaterdag stond er een interview met Job Cohen in NRC Handelsblad. Daaruit werd duidelijk dat de keuze van de PvdA hem tot partijleider te benoemen een ongelukkige was geweest, ook in de ogen van Cohen zelf.


In hetzelfde gesprek opperde Cohen om 'de komende jaren' tot de vorming van een progressieve volkspartij te komen, middels een fusie van PvdA, SP, GroenLinks, D66 en PvdD. Nu hij weg is van het Binnenhof denkt Cohen namelijk: 'Jongens wat moeten we met al die partijen?'


Je ziet dat visionaire inzichten vaak pas komen als mensen afstand hebben genomen van de positie waarin ze die inzichten hadden kunnen verwezenlijken - of realisering ervan op zijn minst een beetje dichterbij hadden kunnen brengen.


Dat is tragisch, maar ook logisch. Wij hangen nu eenmaal aan de status quo, vooral wanneer onze macht, status en/of inkomen van de bestaande orde afhankelijk zijn. Pas wanneer we aan de zijlijn staan komt de onthechtheid die voorwaarde is voor waarlijk grote gedachten en inzichten.


Cohen heeft natuurlijk gelijk. Wat moeten we met al die partijen? We werken hier hard aan de vorming van een rariteitenparlement. Als het een beetje tegenzit hebben we straks veertien fracties in de Tweede Kamer, waarvan de grootste uit dertig Kamerleden bestaat. Zodat je straks een gammel coalitiekabinet van een partijtje of vijf krijgt met gedoogsteun van drie splinters in de Kamer die zich ook overal mee bemoeien.


Dus misschien moeten we inderdaad aan grotere blokken gaan denken.


We doen hier graag alsof de verschillen tussen de politieke stromingen immens zijn, ook om het in de krant nog een beetje spannend te houden. In werkelijkheid gaat het over marginaal onderscheid, zeker wanneer je de al bij voorbaat onhaalbare programmapunten en het wisselgeld voor de coalitiebesprekingen schrapt.


De Nederlandse politieke partijen doen, vooral in verkiezingstijd, erg hun best onderscheidend te zijn. Maar Mark Rutte zou straks heel goed een kabinet kunnen vormen met Emile Roemer - en daarmee is in feite alles gezegd over ons politieke bestel. Lekker flexibel, flink gedepolitiseerd en voor de kiezer om wanhopig van de worden. Voor je het weet blijk je met je stem te hebben bijgedragen aan de vorming van een kabinet waarvoor je je de ogen uit je kop schaamt.


Volgens de Rotterdamse politicoloog Willem Schinkel ruikt ons politieke bestel naar 'rottend vlees', en zo is het maar net.


In dat kader is het voorstel voor een nieuwe progressieve volkspartij zo raar nog niet. Netzomin als andere voorstellen voor één grote progressief-liberale partij of een conservatieve partij. Misschien moeten we verder gaan, en zoeken naar nog ingrijpender democratische alternatieven, ver van de oude partijstructuren.


Het zal niet meevallen. Politieke partijen mogen nog zo vooruitstrevend zijn in hun maatschappelijke ideeën, als het over henzelf gaat zijn opeens zo behoudend als de pest. Dat zag je gisteren aan de eerste reacties op het ideetje van Cohen. Samsom zag er weinig in, Van Raak van de SP ook niet.


Alexander Pechtold staat al langer op het standpunt dat de grote progressief-liberale partij al bestaat, onder de naam D66, en dat met groei van die partij tot een zetel of vijftig de democratische doorbraak een feit zal zijn en fusies overbodig.


Wij zijn geen land van samenvoeging maar van afscheiding. Pas wanneer de politieke linkervleugel is geslonken tot dertig zetels zullen de fusiebesprekingen vaart krijgen. Tot die tijd modderen we voort in ideologische schijngevechten.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.