Bert Wagendorp: Waarom de Tour het enige evenement is dat mij volledig in beslag neemt

Het duurt altijd veel te lang voor het zover is (meestal rond de 49 weken), maar vandaag begint eindelijk de Tour de France weer. Het geduld van liefhebbers van WK voetbal en Olympische Spelen wordt nog erger op de proef gesteld, maar hoeveel moeite wachten kost wordt niet alleen bepaald door de tijd, maar ook door de kracht van het verlangen. Dat klinkt veel te romantisch voor een commercieel en luidruchtig wielerspektakel, maar liefde maakt nu eenmaal blind en verleidt je tot gebruik van grote woorden.

De Tour de France is het enige evenement - en dan heb ik het niet alleen over sport - dat mij drie weken lang volledig in beslag neemt. Terwijl ik tegenwoordig al moeite heb met de anderhalf uur die een voetbalwedstrijd duurt, hang ik tijdens de Tour moeiteloos urenlang voor de televisie, terwijl de kilometers loom verglijden, Herbert Dijkstra keuvelt over een kasteel en er helemaal niets gebeurt. Er fietsen een paar jongens voorop die straks weer zullen worden teruggepakt, waarna de hele dag kan worden samengevat in een sprint van dertig seconden.

Toch kijk ik gefascineerd.

Na zo'n dag heb ik nooit het gevoel dat hij met nietsdoen is verpest. Integendeel, het is altijd welbestede tijd geweest. Je wacht kalm op dingen die gebeuren, mogelijk een voorval waarover nog jarenlang zal worden gesproken. Maar het ontbreken daarvan maakt het wachten niet zinloos. Ledigheid is schaars en waardevol. We houden ons daar veel te weinig mee bezig, we zijn voortdurend druk met het zinvol vullen van de tijd. De Tour de France is het beste excuus om daar tijdelijk mee te breken - pas op de eerste rustdag is er weer ruimte voor nuttige werkzaamheden, tot de race wordt hervat.

In de verhalen van Tsjechov komt de verteller met enige regelmaat in een armzalige boerenhut. Daarin ligt, onder een oude paardendeken, altijd een oude man op de kachel. Hij doet niks, hij ondergaat het verstrijken van de tijd. Tijdens de Tour de France ben ik die man. Ik leid drie weken lang een vertraagd leven, de Ronde is mijn kachel, de krant met het verslag van de vorige dag mijn deken.

Niet dat ik de gebeurtenissen apathisch onderga. Zodra zich iets opmerkelijks voordoet (een Nederlander ontsnapt, er ligt opeens een berg renners op de weg, iemand probeert zelfmoord te plegen door over het stuur hangend met honderd kilometer per uur van een berg af te rijden) richt ik mij op en kijk geïnteresseerd. Na afloop bel ik een vriend om ervaringen van die dag uit te wisselen - ook als er niets is gebeurd, hebben wij gespreksstof genoeg.

De Britse filosoof David Papineau, hoogleraar aan King's College in Londen, schreef het mooie boek Knowing the Score, met de ondertitel 'wat sport ons kan leren over filosofie (en wat filosofie ons kan leren over sport)'. Papineau is een fanatieke liefhebber van voetbal, cricket, football, zeilen, honkbal en tennis. Het wielrennen ontdekte hij pas op 65-jarige leeftijd, tijdens de Spelen van Londen, in 2012. Hij keek toevallig naar de wegwedstrijd voor vrouwen en zag opeens de diepe filosofische implicaties van de koers, die hij tot dan volkomen oninteressant vond. 'Je snapt niets van hardfietsen tot je de complexe dans van altruïstische, mutualistische en egoïstische motieven leert begrijpen die zich in een koers voordoen', schrijft hij.

Onderschat degene niet, die in ogenschijnlijke halfslaap als een zombie naar zonnebloemvelden ligt te staren: hij filosofeert over het wezen van de mens, over het conflict tussen individu en sociaal wezen en over de duivelse verleidingen die daaruit voortvloeien.

'Wielrennen vormt een ongeëvenaarde bron voor studenten die zich bezighouden met menselijke samenwerking', schrijft Papineau. 'Laat je niet afschrikken door de macho façade. Wanneer je de vele manieren waarop mensen erin slagen samen te werken wilt begrijpen, doe je er goed aan een wielerfan te worden.'

Dat beweer ik al jaren, maar nu hoor je het eens van een echte denker. Lome ledigheid, slechts onderbroken door gemijmer over de condition humaine: veel beter wordt het leven niet.

Door de lens van Klaas Jan van der Weij

Dit jaar is Klaas Jan van der Weij voor de 28e keer bij de Tour. Hij selecteerde de bijzonderste foto's uit zijn archief.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden