Beroepsoptimist

‘De situatie is hopeloos, maar niet ernstig.’ Deze zin las ik ooit in een boek van Paul Kuypers. Het is een prachtige omkering van de gebruikelijke politieke retoriek.

Normaal zeggen politici graag dat de situatie ernstig is, maar niet hopeloos. Het is een zorgwekkende geruststelling. Hoe meer iemand benadrukt dat het niet hopeloos is, hoe meer je vreest dat dit juist wel het geval is. Als de situatie daarentegen hopeloos is, maar niet ernstig, is dat een ongerijmde geruststelling. Blijkbaar valt best te leven met dingen die verkeerd gaan en waaraan weinig te verbeteren valt. Het levert een weldadige onthechting op. Als tegenwicht tegen de permanente verontwaardiging en de enorme ernst waarmee politiek wordt bedreven, is het prettig. Toch is het uiteindelijk decadent, omdat men zich neerlegt bij het bestaande.

Optimist

Nog meer bewondering heb ik daarom voor mensen die in hopeloze omstandigheden optimistisch blijven. Ahmedou Ould-Abdallah is zo’n onverbeterlijke optimist. Hij is de VN-gezant voor Somalië. In vergelijking met Somalië is de oorlog in Gaza een overzichtelijk probleem. In het land woedt al sinds 1988 een burgeroorlog. Sinds 1991 is er nauwelijks een regering of functionerend overheidsapparaat. Van de anarchie hebben westerse milieucriminelen gebruik gemaakt om er een illegale vuilstortplaats van te maken. Bij de tsunami in 2004 spoelden zelfs vaten nucleair afval aan op de kust.

Het is een vrijplaats voor islamisten die aanslagen plegen in buurlanden, de thuisbasis van piraten die voor de kust schepen kapen. Meer dan 3 miljoen mensen (bijna de helft van de bevolking) zijn aangewezen op humanitaire hulp. Het Ethiopische leger dat twee jaar geleden het land binnentrok om de islamitische rechtbanken te verdrijven die de macht hadden overgenomen, is vertrokken en in december is de interim-regering afgetreden. Het machtsvacuüm is zo compleet.

Juist op dit moment heeft Ould-Abdallah een persconferentie belegd waarin hij zegt dat ‘er een prachtkans’ is om een politieke oplossing te bereiken. Hij noemt drie redenen voor zijn optimisme. Door de piraterij heeft het Westen weer belang bij orde in het land.

Afrikaanse vredesmacht

De VN gaan de troepen betalen van de Afrikaanse vredesmacht en door het terugtreden van de regering is er kans op een coalitieregering van nationale eenheid. Hij benadrukt dat de vorige regering vreedzaam is teruggetreden en dat dit uniek is in Somalië. Bovendien is de radicaal-islamitische oppositie niet in staat om op korte termijn de hoofdstad Mogadishu in te nemen. Nu is Ould-Abdallah een beroepsoptimist. Hij wordt ervoor betaald om elke minieme kans op vrede te omarmen.

De beroepsoptimist loopt altijd het risico een wereldvreemde paljas te worden. Zo iemand lijkt al snel op de CEO van Fortis die vlak voor de onttakeling van zijn bedrijf de wereld bezweert dat er niks aan de hand is. Of op Mohammad Saeed al-Sahhaf, de minister van Informatie onder Saddam die op persconferenties stellig volhield dat er geen enkele Amerikaan in Bagdad was, terwijl op de achtergrond het geluid van vuurgevechten en tanks hoorbaar was.

Onmogelijke opdrachten

Of het optimisme van Ould-Abdallah realistisch is, kan ik moeilijk inschatten. Maar ik heb sympathie voor het beroepsoptimisme van de VN-gezant. Te vaak verwordt realisme tot defaitisme. En één ding weet ik zeker: wie niet gelooft in een goede afloop bereikt in ieder geval niks.

Ould-Abdallah heeft eerder schijnbaar onmogelijke opdrachten gehad. Hij was van 1993 tot 1995 VN-gezant in Burundi. Toen het vliegtuig met de presidenten van Rwanda en Burundi neerstortte, verscheen hij op tv om mensen tot kalmte te manen. Hij heeft net zolang op de opperbevelhebber ingepraat tot die zijn militairen opdracht gaf de kazerne niet te verlaten. Hij zat naast de opperbevelhebber terwijl deze al die telefoontjes pleegde. Hij heeft zo Burundi behoed voor een vergelijkbare genocide als in buurland Rwanda. Van hem gaat het verhaal dat hij Hutu-extremisten een doosje lucifers gaf. ‘Als je dan je land in brand wil steken, doe het dan.’

De beroepsoptimist kan ambtshalve niet realistisch zijn. Voor een accurate weergave van de werkelijkheid moet je niet bij hem zijn. Maar juist omdat hij niet kan zeggen dat de situatie hopeloos én ernstig is, dwingt hij zichzelf oog te hebben voor elke kans op vrede. Daardoor ziet hij misschien ook kansen die mensen met een realistische blik ontgaan. De beroepsoptimist belichaamt de essentie van politiek, want politiek is niet de kunst van het mogelijke, maar de kunst om mogelijk te maken, wat onmogelijk leek. Zoals vrede in het Midden-Oosten of stabiliteit in Somalië.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden