Beroepsonderwijs dreigt een soort havo te worden

LEONARD GELUK

De opleiding van verpleegkundigen vindt plaats in het ziekenhuis, van dakdekkers op het dak en loodgieters in spe sleutelen in woningen aan verwarmingsketels en sanitair. Geen speld tussen te krijgen: vakmanschap leer je in de praktijk. Natuurlijk, studenten in het middelbaar beroepsonderwijs bekwamen zich ook in Nederlands, Engels en rekenen, maar anders dan op de havo ligt de prioriteit bij leren in het werkveld. Helaas staat dat uitgangspunt onder grote druk.

De Tweede Kamer debatteert deze week week met minister Van Bijsterveldt (Onderwijs) over haar mbo-actieprogramma 'Focus op vakmanschap'. Dat klinkt als een klok, maar ik heb grote moeite met een belangrijk onderdeel van dat plan.

Van Bijsterveldt wil het aantal uren praktijkgericht onderwijs aanzienlijk terugbrengen. Nu bestaat bijna de helft van de onderwijstijd uit leren in de praktijk, dus in het ziekenhuis of in de bouw. Als de plannen van de minister steun krijgen van de Tweede Kamer wordt dat teruggebracht tot eenderde. Ze investeert in fors meer theorie ten koste van de praktijk.

Ik heb veel waardering voor Van Bijsterveldt en begrijp goed dat ze studenten met een stevige theoretische basis wil toerusten. Maar een leerling op het hoogste mbo-niveau levert straks gemiddeld 700 uur praktijkonderwijs in. Het beroepsonderwijs dreigt daardoor een soort havo te worden, met alle negatieve gevolgen van dien voor praktisch ingestelde studenten en de samenleving die staat te springen om vakbekwaam personeel.

Nog maar anderhalf jaar geleden verruilde ik het wethouderschap in Rotterdam voor een baan als schoolbestuurder. Werken in het onderwijs bevalt me zeer goed, maar ik word nu al gek van alle regels, de controle en de bemoeizucht van de overheid. Het stoort me dat vanuit Den Haag wordt bepaald hoe het beroepsonderwijs voor verpleegkundigen of voor automonteurs er uit moet zien. Van Bijsterveldt eist terecht dat het beroepsonderwijs goede vakmensen aflevert. De manier waarop die worden opgeleid, moet ze echter aan de ROC's zelf overlaten.

Het actieplan van Van Bijsterveldt zal leiden tot grote onvrede bij werkgevers over het weinig praktijkgerichte karakter van de opleidingen. Ook dreigt hogere schooluitval omdat studenten er door weinig praktijkonderwijs in het eerst jaar pas laat achterkomen of een beroep hun ligt. De gevolgen laten zich raden: door de maatschappelijke verontwaardiging zal een boze minister het mbo op het matje roepen voor de negatieve gevolgen van beleid waar het niet zelf voor heeft gekozen.

Ik wil mijn leerlingen niet jarenlang in school doelloze muurtjes laten opmetselen en weer af laten breken. Ze moeten buiten in de bouw ervaring op doen. En oefenen met plastic poppen is voor toekomstige verpleegkundigen misschien even nuttig, maar ze leren het vak pas echt tussen de patiënten in het ziekenhuis. Ook is het aantal uren praktijkgericht onderwijs voor kappers anders dan voor schilders. Minister, geef ons de ruimte dat zelf te bepalen.

De auteur is voorzitter van het college van bestuur van ROC Midden Nederland. Hij vreest dat leerlingen in het beroepsonderwijs door toedoen van het kabinet straks praktische vaardigheden zullen ontberen.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden