Bernlefs beste

Barbarber ( 1958-1971 )


In 1958 richtten drie jongens die elkaar kenden van de hbs, G. Brands, K. Schippers en J. Bernlef, die alle drie niet zo heetten, een tijdschrift op. Er mocht geen 'vaag gelul' in komen, zoals in de traditionele tijdschriften, en geen loodzware maatschappijkritiek en opzichtig geëxperimenteer, zoals bij de Vijftigers. Nee, geen literair blad, maar 'een tijdschrift voor teksten'. Álles was een 'tekst', ook een tramkaartje, boodschappenbriefje of gebruiksaanwijzing voor een apparaat. Als je daar zonder oordeel naar keek, waren zulke teksten óók poëzie. Ready-mades, gevonden kunst, doodgewoon maar bijzonder. Het onderscheid tussen kunst en werkelijkheid was onnodig, vonden de jongens van Barbarber. Na een tijdje raakte die állesformule uiteraard uitgewerkt, maar de frisse kijk op kunst leverde een van de leukste tijdschriften uit onze literatuur op. Samen met K. Schippers maakte Bernlef in 1967 de schitterende bundel Een cheque voor de tandarts, een eerbetoon aan Dada, met kunstenaars als Marcel Duchamp en Kurt Schwitters, hun helden en grote voorbeelden.


Hersenschimmen ( 1984 )

Begin jaren tachtig had Bernlef last van een writer's block. Hij begon lukraak aan Hersenschimmen, een verhaal over een man die in korte tijd ernstig dementeert, zijn taal en herinneringen verliest en elke greep op het leven kwijtraakt. Hij zei erover: 'Ik ontdekte dat ik het drama in mijn werk kon toelaten zonder sentimenteel te worden.' Vijfentwintig jaar na zijn debuut, brak Bernlef door bij het grote publiek. De roman werd een everseller, verfilmd in 1988 en tot Bernlefs verbazing voorgeschreven op opleidingen voor verpleegkundigen, huisartsen en geriaters. Het ging Bernlef niet om medische details, maar om zijn oude thema: bestaat de wereld nog wel als wij haar niet meer kunnen benoemen?


Intussen zijn er ruim één miljoen exemplaren verkocht. Het boek werd bejubeld, bekroond en vertaald, maar het mooiste compliment is de Diepzee-prijs, die scholieren het boek in 1989 toekenden: het allermooiste boek voor de literatuurlijst. Geen alzheimerbijbel dus, maar een schitterende roman over onze afhankelijkheid van taal, over ontreddering en verdriet als een wereld in woorden afbrokkelt. Alleen de verbeelding maakt zo'n ramp voelbaar.


Bernlefs Beste ( 2000 )

'Van al dat gepsychologiseer worden boeken tegenwoordig zo dik', zei Bernlef eens. Graven naar motieven, en die dan uitleggen, daar hield hij niet van. Proza moest tonen, niet vertellen. Jammer dat hij er niet veel meer heeft geschreven, want Bernlefs koele, registerende stijl is ideaal voor het genre van het korte verhaal. Toch schreef hij er heel wat, in de loop van de tijd. Kort, ultrakort of iets langer, in de beste traditie van short story writing. We zitten er altijd meteen middenin. Dan een korte, snerpende plot en een onverhoeds einde. Vaak gaan de verhalen over mensen die onverhoeds iets overkomt, maar veel Bernlef-personages gaan ook op zoek naar het verleden, om het nog één keer vast te leggen, in het besef dat alles voorbijgaat. In deze bundel verzamelde Bernlef de verhalen die volgens zijn eigen strenge norm het best gelukt zijn. Voor wie ze nog niet kent: met de poëzie, het beste van Bernlef.


Voorgoed ( 2012 )

Kijken met woorden, dat is wat Bernlef deed in zijn gedichten. Kijken, meer nog naar dingen dan naar mensen. Maar de dingen hebben de essentie van de mensen opgezogen. Het is ogenschijnlijk doodsimpele poëzie die Bernlef schreef: tamelijk kaal, plompverloren, in alledaagse taal. Een korte blik in de badkamer bijvoorbeeld: 'de baldadigheid van de tandenborstel met wijd/ uitstaande haren // de eerlijke ouderdom/ van de half opgerolde tube'. Maar die dingen zíjn het leven, het woord maakt het ding: 'even duidelijk mijn woorden/ als de beweging/ waarmee ik poets/ en poets tot/ het tandvlees bloedt'.


Bernlef wordt als dichter veel minder gelezen dan als romancier. Maar vóór alles was hij een dichter. Zijn poëzie, de achteloze waarnemingen die in elk gedicht worden getild naar een gevecht tegen de dood, het einde van alle kijken, zijn het bloedende hart van zijn oeuvre. In deze laatste bundel bewaarde Bernlef alles uit een lang dichtersleven dat hij het bewaren waard vond. Daarom deze bundel.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden