Bernhard

In juni 2001 mocht ik jonkheer Jan Beelaerts van Blokland interviewen, in verband met de negentigste verjaardag van zijn ‘vrind’ Prins Bernhard....

De heer Beelaerts diste de ene prachtanekdote na de andere op, met aan zijn oor zo’n ouderwetse roeptoeter – zijn gehoor was niet meer zo goed.

Na de Slag bij Arnhem, september 1944, bevond hij zich met de Irenebrigade in Brussel, samen met Bernhard, Opperbevelhebber der Strijdkrachten.

Begin november kwam het bericht door dat Walcheren in handen van de geallieerden was gevallen, na het bombarderen van de zeedijken. Bernhard reageerde opgetogen. ‘Jan’, zei hij tegen Beelaerts, ‘jij moet er onmiddellijk naar toe. En je rijdt langs Yerseke. Oesters!’

Walcheren stond onder water, in Westkapelle hadden 180 mensen de dood gevonden door de overstromingen, maar de eerste gedachte van de Prins ging uit naar oesters. Beelaerts van Blokland voldeed plichtsgetrouw aan het bevel en vertrok. ‘Vreselijke toestand. Hele zaak onder water. Ik snel terug. Ik zeg tegen hem: U moet er onmiddellijk heen! Hopeloze toestand!’

Waarop de prins antwoordde: ‘Waar zijn die oesters?’ Die was Beelaerts in alle consternatie helaas vergeten.

En toch een niet aflatende loyaliteit jegens de prins, zoals alle militairen en verzetsmensen van zijn generatie. Hoewel het een beetje wrang was, van die oesters, moest de jonkheer er toch weer hartelijk om lachen.

Wat zou Beelaerts van Blokland, overleden in 2005, hebben gevonden van het boek van Annejet van der Zijl, Bernhard. Een verborgen geschiedenis?

Volgens de auteur wilde ze een menselijker beeld van de prins schetsen, ergens tussen de held en de schurk in. Ze vond inderdaad niet één heldendaad, ook geen echte schurkenstreken, en ze kwam zodoende uit bij een charlatan, een schertsfiguur, een aan lager wal geraakte schuinsmarcheerder met een moedercomplex die met Juliana trouwde vanwege het geld en het vrijgestelde leventje dat hij er als bonus bij ontving.

Een Duitse potsenmaker, een moderne Tijl Uilenspiegel, werd omgevormd tot Hollandse oorlogsheld. Het was vermoedelijk het meest verbazingwekkende staaltje imagopimpen van de vorige eeuw.

We zagen bij Pauw & Witteman hoe Bernhard danste op de Piet Hein, cadeau van het volk, nazivlag met hakenkruis fier wapperend aan de mast. En Juliana maar blij lachen. Als lid van ‘de sprookjesfabriek’, zoals Van der Zijl het Koninklijk Huis omschreef, toch maar mooi een echte sprookjesprins binnen boord getrokken.

De mooiste leugen vond ik die waarin Bernhard beweerde al bijna directeur van IG Farben te zijn geweest – terwijl hij op dat moment als stagiair postzegels plakte en steno leerde. Dan ben je als fantast een hele grote.

Van de schavuit Bernhard krijg ik nooit genoeg. Ik kan niet wachten op het vervolg op Een verborgen geschiedenis, de jaren na 1937.

Met de prins van Lippe Biesterfeld kreeg dit boerenkikkerland in 1936 precies de schijnheld en nepschurk die het verdiende. Het viel de prins niet eens te verwijten dat hij een gespreid bedje accepteerde, kwalijker was dat de mythes rond de prins decennialang in stand werden gehouden.

Jan Beelaerts van Blokland zou van Van der Zijls boek hebben genoten – en het zou hem allemaal niet hebben verbaasd. ‘Het blijft natuurlijk een hele vreemde figuur’, zei hij in 2001; waarna hem weer een kostelijke prinselijke schelmenstreek te binnen schoot.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden