Bernhard heeft zich nooit laten kooien

Bernhard zur Lippe-Biesterfeld was een aimabel man. Uitgerekend hij, een Duitse prins, groeide in de oorlog uit tot symbool van het verzet. Hij werd de jetset-prins, de ambassadeur van het Nederlandse bedrijfsleven, maar ontsnapte uiteindelijk niet aan ontluistering...

Tot op hoge leeftijd is prins Bernhard, die woensdag op 93-jarige leeftijd overleed, een entrepreneur geweest, een avonturier en een bon vivant. Het was zijn manier om te ontsnappen aan het gekooide bestaan van een prins-gemaal in het Huis van Oranje.

Waar prins Hendrik, de echtgenoot van Wilhelmina, zijn heil zocht in gedistilleerd en prins Claus, de idealist en intellectueel, opliep tegen het traliewerk van de constitutionele monarchie, was Bernhard prettig-ongecompliceerd. Hij vloog gewoon de kooi uit. Hij was een jetset-prins.

'Benno' was weliswaar 'door en door verwend', zoals zijn vriend, de oud-KLM topman Van den Beugel eens zei, maar hij was in de omgang toch een aardig mens. Buitengewoon charmant was hij in het sociale verkeer - zijn dochters hebben hun vader altijd op handen gedragen. Voor de vormelijke, ondergeschikte en dienstbare rol van man-naast-de-koningin was zijn karakter niet geschikt.

Zijn eigenmachtigheid heeft hem in de jaren zeventig en tachtig bijna tot een verstotene gemaakt. Bernhard had zich gevoelig getoond voor aanvaarding van steekpenningen in de Lockheed-affaire. Het kabinet ontnam hem zijn vrijheid, zijn invloed, zijn eer. Er werd zelfs strafrechtelijke vervolging overwogen. De prins, als een nationale held uit de Tweede Wereldoorlog gekomen, dreigde van zijn sokkel te vallen.

In de nadagen van zijn leven voltrok zich een wonderbaarlijke ommekeer in de publieke waardering. Het leek alsof de herinnering aan Lockheed verdampte. Voor een deel had het te maken met een veranderde rol van de prins. Je zag hem niet meer tussen de rich and famous van de aardbol, maar tussen de olifanten. Hij hield zich in zijn publieke bestaan bijna uitsluitend nog bezig met natuurbehoud en dierenbescherming. Hij was de oprichter geweest van het World Wildlife Fund, het WWF, dat hij uitbouwde tot de grootste en invloedrijkste milieuclub ter wereld. Die wonderbaarlijke ommekeer in waardering leek ook gelijke tred te houden met zijn al even wonderbaarlijke verrijzenis uit een zeer ernstig ziekbed in de eerste maanden van 1995.

Bernhard balanceerde toen op de richel van de dood. Maar op de eerste dag van de zomer van dat jaar, op 21 juni, stond de prins, inmiddels met baard en bijna 84 jaar oud, in het Koninklijk Paleis op de Dam weer Zilveren Anjers uit te reiken.

Ook in later jaren moest de prins om de haverklap voor kleiner en groter ongemak naar het ziekenhuis. Een aantal keren werd voor zijn leven gevreesd. Telkens recupereerde hij. Dat taaie haken aan het leven moet hebben bijgedragen aan zijn populariteit.

De jonge Bernhard had minder oog voor de kleine dingen van het leven. Hij zag het bestaan graag wat kosmopolitischer. Hij nam als beginnend prins-gemaal al gauw zijn toevlucht tot het internationale zakenleven. Daar lag zijn werkelijke interesse. In zijn eigen woorden: 'Zou ik niet toevallig getrouwd zijn met de Nederlandse troonopvolgster, dan stond ik nu aan het hoofd van een internationaal concern.'

Bernhard zur Lippe-Biesterfeld, geboren op 29 juni 1911 in Jena, beschouwde zich als een man van gezag en hij werd daarin door zijn omgeving niet tegengesproken. Maar hij was, voordat zijn leven met Juliana hem opstootte, een eenvoudig jurist aan het Parijse kantoor van de Duitse chemiegigant IG-Farben. En het zou nog de vraag zijn geweest of zijn ster hoog zou reiken als niet vanuit Nederland een intensieve speurtocht was opgezet naar een geschikte partij voor Juliana.

De prinses was enig kind; het voortbestaan van de Oranje-dynastie hing begin jaren dertig aan een dunne draad. Juliana en Bernhard ontmoetten elkaar voor het eerst in het Oostenrijkse Igls tijdens de Olympische Winterspelen in Garmisch Partenkirchen. Een toevallige ontmoeting, zo was de suggestie; spontaan brak het hart van de prinsenkinderen. In feite ging het om een geënsceneerd koppel partijtje. Op 8 september 1936 werd de verloving van het jonge stel wereldkundig gemaakt. Langs paleis Noordeinde defileerden diezelfde dag zeventigduizend landgenoten.

Het anti-Duitse sentiment viel mee, Claus zou het dertig jaar later harder voor zijn kiezen krijgen. Mierzoete woorden schreef minister-president Colijn in een herdenkingsboek bij gelegenheid van het huwelijk, op 7 januari 1937. 'Ook al was prins Bernhard voor ons tot voor kort een vreemdeling, hij heeft op bijna verrukkelijke wijze getoond de gave te bezitten om in een hem onbekend land stormenderhand de harten te veroveren van een bedachtzaam volk dat gaarne de kat uit de boom kijkt.' Byzantinisme van het zuiverste water. Men hoeft niet staan te kijken als een karakter daaronder lijdt.

Twee grote affaires hebben het publieke en ook wel persoonlijke leven van prins Bernhard beheerst: de Lockheedzaak uit 1976 en de oorlog aan het hof rond Greet Hofmans in 1956. Het ingrijpendst voor hem was de Hofmans-affaire. Bernhard heeft er zelf voor gezorgd dat de internationale pers is gaan schrijven over de in Nederland doodgezwegen Hofmans-affaire. Hij zag geen andere weg meer om de macht die de gebedsgenezeres aan het hof had opgebouwd, te breken.

De prins was de belangrijkste informant achter een primeur van Der Spiegel, in juni 1956. Onder druk van de regering werd het desbetreffende nummer van het Duitse weekblad in Nederland niet geïmporteerd.

Twintig jaar later, tijdens de Lockheed-affaire, zou de pers zich wakkerder tonen. Revancheren is de term niet, maar de gebeurtenissen werden in ieder geval nauwgezet gevolgd, en men durfde vrijuit te schrijven over de internationale relaties van Bernhard, inclusief zijn buitenechtelijke. Vooral de Franse baronesse Lejeune maakte naam in die dagen. De prins heeft altijd contact gehouden met de buitenechtelijke dochter die uit deze relatie is geboren.

In de jaren vijftig waren verhalen over escapades en intriges aan het hof nog volstrekt uit den boze. De strijd woedde zonder remmingen, het volk wist van niets. Het waren 'waanzinnige jaren', zoals Bernhard de episode later zelf omschreef. Greet Hofmans had als gebedsgenezeres Juliana volledig in haar ban. Marijke (later Christina genoemd) was zeer slechtziend geboren; Juliana had tijdens de zwangerschap rode hond opgelopen. Dankzij chirurgische ingrepen kreeg het kind nog een kwart van haar gezichtsvermogen terug. Greet Hofmans had Juliana verteld dat Marijke 'ziende zal worden als ze tien jaar is'. Juliana bleek gevoelig voor de bezweringen. Bernhard gruwde ervan.

Paleis Soestdijk was in het midden van de jaren vijftig een oorlogsterrein geworden. Je had de 'Soester vleugel' met koningin Juliana, Greet Hofmans en een deel van de hofhouding. Er heerste een occult en pacifistisch klimaat. De andere vleugel van het paleis, de 'Baarnse vleugel', was in bezit van prins Bernhard en zijn vrienden. Men rilde er van juffrouw Hofmans en haar verheven gewauwel. Bernhard was soms maanden achtereen weg van huis.

De politiek, de kabinetten-Drees, hield zich zo lang mogelijk en in ieder geval langer dan fatsoenlijk was, stil. Al in 1952, vier jaar voordat de bom barstte, was er onraad van een aard die de vrijwillige dorpsbrandweer zou hebben doen uitrukken. Maar de regering deed alsof men niets rook.

In april 1952 brachten koningin en prins een staatsbezoek aan de Verenigde Staten. De koningin hield er zeventien redevoeringen. Zij had die speeches zelf geschreven, dat wil zeggen: Hofmans had ze geschreven, althans geïnspireerd. Ze stonden strak van wijsgerige en mystieke overwegingen die consequent waren gericht op de onmiddellijke vestiging van de wereldvrede.

Het kabinet was verantwoordelijk voor de zalvende teksten. Op minister Stikker van Buitenlandse Zaken na, deed het kabinet niets. Stikker maakte ruzie met de koningin, maar toen dit amper hielp, streek ook hij de vlag.

Het heeft lang geduurd voordat er een scherp beeld naar voren kwam van de huwelijksstrijd tussen Juliana en Bernhard, die veel verder ging dan echtelijke ruzie en die de constitutionele monarchie op haar grondvesten deed schudden. Eind 1992 legde het Haarlems Dagblad beslag op de geluidsbanden op grond waarvan de Amerikaan Alden Hatch in 1962 een geautoriseerde biografie publiceerde van Bernhard. De bandopnamen voegden saillante informatie toe aan de kennis over de affaire.

Volgens Bernhard zou hij, althans in de visie van Juliana, samen met zijn moeder, prinses Armgard, een complot hebben gesmeed om Beatrix op de troon te krijgen. Bernhard: 'Mijn vrouw vroeg mij of ik zo goed wou zijn het huis te verlaten. Ze had het contact met mijn moeder al verbroken. Mijn moeder had hetzelfde gedaan. Ze hadden elkaar de oorlog verklaard. Ik zei dat ze me het huis uit zouden moeten dragen.'

In 1984 heeft Bernhard een andere lezing gegeven van het rampjaar 1956. Het weekblad Privé publiceerde uitspraken van de prins uit een achtergrondgesprek. Er werd natuurlijk schande gesproken van de publicatie, maar de particulier secretaris van de prins, E. Vernède, ontkende niet dat de prins de uitspraken had gedaan.

Tegenover Privé verklaarde Bernhard dat hij gescheiden van Juliana wilde gaan wonen. 'Er is één moment geweest dat ik op het punt heb gestaan mijn spullen te pakken en met de kinderen te vertrekken. Dat was in de tijd dat de Hofmans-affaire speelde', aldus de prins.

Over Greet Hofmans en haar volgelingen zei hij toen, in 1984: 'Die groep heeft mij beticht van het feit dat ik geld zou hebben afgenomen van mijn vrouw. Ik heb toen gezegd: als er nu geen onderzoekscommissie wordt ingesteld naar de oprechtheid van de bedoelingen van Hofmans en haar consorten, dan ben ik weg, mét de kinderen. Tja, dat ging hard tegen hard.'

Prins Bernhard schakelde premier Drees in; die actie bracht eindelijk de politiek in beweging. De beproefde methode van een driemanschap (later in de Lockheed-zaak wegens succes geprolongeerd) werd in gang gezet. Het eindigde ermee dat Juliana op aandrang van de drie wijzen en het kabinet moest beloven dat ze Hofmans en haar entourage nooit meer zou zien.

Er is thuis nooit meer over de kwestie gesproken, het was een verbannen onderwerp. Bernhard: 'Ik ben ervan overtuigd dat als de kinderen en ik er met haar over zouden praten, ze zich bijna niets zou herinneren van wat ze heeft gezegd en gedaan. Het is uit haar geheugen verdwenen.'

Voor prins Bernhard had met de Hofmans-affaire zijn huwelijk zijn waarde verloren. Hij noch koningin Juliana wilde een echtscheiding. Niet om persoonlijke redenen, maar ook niet omdat een echtscheiding in die tijd bijna zeker zou zijn uitgelopen op een constitutionele crisis. Maar wat Bernhard in 1936 nog als 'een uitdaging' had gezien, was voor hem uitgelopen op een mislukking.

Op 26 augustus 1976 verscheen premier Den Uyl in een zwart pak in de Tweede Kamer. Op gedragen toon deed hij verslag van de bevindingen van een commissie van wijze mannen. Prins Bernhard had zich volgens de commissie begeven in transacties 'die de indruk moesten wekken dat hij gevoelig was voor gunsten'. Ook had de prins zich 'toegankelijk getoond voor onoorbare verlangens en aanbiedingen'.

Dat Bernhard daadwerkelijk geld had aangenomen van vliegtuigbouwer Lockheed, is nooit vast komen te staan. Wel is een bedrag van ruim een miljoen dollar door Lockheed overgemaakt op een geheime, Zwitserse bankrekening. Ook is in een later stadium honderdduizend dollar gestort op de rekening van ene Victor Baarn, een schuilnaam waarachter de identiteit van prins Bernhard werd vermoed.

Den Uyl in de Tweede Kamer: 'De regering betreurt het dat prins Bernhard zich heeft begeven in verhoudingen en omstandigheden die niet aanvaardbaar zijn.' De prins werd niet strafrechtelijk vervolgd, maar hij moest al zijn militaire functies opgeven, waarvan die van inspecteur-generaal van de krijgsmacht de meest prestigieuze was.

Op Prinsjesdag 1976 verscheen Bernhard voor het eerst in een burgerpak in de Ridderzaal. Toch heeft de prins volgens intimi meer geleden onder het feit dat zijn Amerikaanse zakenvrienden hem vanwege Lockheed uit de Bilderbergconferentie stootten. Hij heeft het hun nooit vergeven. In dit door hemzelf opgerichte, informele, Atlantische gezelschap kwamen de groten der aarde bijeen uit de politiek en het bedrijfsleven: de Agnelli's, de Rockefellers, de Kissingers. Hier werd Bernhards prestige op top level erkend. Er kwam abrupt een einde aan.

Jarenlang hebben opeenvolgende kabinetten prins Bernhard een vrijheid van handelen toegestaan die niet paste in de constitutionele verhoudingen. In 1992 bleek uit het portret van Harry van Wijnen, verschenen onder de titel De prins-gemaal, pas goed hoezeer Bernhard jarenlang was opgetreden als ongecontroleerd handelsreiziger van het Nederlandse bedrijfsleven. Van Wijnen: 'De prins was praktisch onvatbaar voor constitutionele tucht.' Het Lockheed-schandaal was nodig om hem terecht te wijzen, en toen kon het niet anders meer dan op hardhandige wijze.

De prins heeft later zelf toegegeven dat hij 'over het paard was getild'. Hij schreef het toe aan zijn razendsnelle carrière tijdens de Tweede Wereldoorlog in Londen. Van Wijnen bevestigt die visie: 'De sleutel van het anarchisme, dat vele kabinetten voor problemen zou stellen, lag in de Londense oorlogsjaren 1940-1944.'

In Londen legde de prins de basis voor zijn grote populariteit. Tot aan zijn dood is het verzet hem trouw gebleven. Geen Hofmans, geen Lockheed kon daarin verandering brengen. Bernhard was een oorlogsheld.

Juliana was aan het begin van de oorlog met de kinderen Beatrix en Irene uitgeweken naar Canada, Bernhard bleef achter in Londen aan de zijde van zijn schoonmoeder Wilhelmina. Deze maakte hem in 1944 bevelhebber van de Nederlandsche Strijdkrachten. Vroeg in de oorlog had de prins bij de Royal Air Force zijn vliegbrevet gehaald. Hij zou vijftig jaar lang, tot 1994, blijven vliegen. Direct na de oorlog gaf Wilhelmina hem de titel inspecteur-generaal der strijdkrachten. Formeel waren er amper bevoegdheden aan verbonden, materieel was het een positie in het hart van het leger, met een enorm prestige.

De ironie van het lot wilde dat een Duitse prins kon uitgroeien tot symbool van het verzet. Gijs van der Wiel, jarenlang de hoofddirecteur van de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD): 'Je moet je eens realiseren wat voor ons, de jonge generatie, de betekenis was van het drietal Wilhelmina, Bernhard, Gerbrandy (minister-president in het Londense kabinet, red.). Dat was alles wat we van onze nationale identiteit over hadden, ons hele hebben en houwen.'

De joviale Bernhard bouwde na de oorlog zijn netwerk van relaties all over the world razendsnel uit. Dat kwam niet alleen hemzelf goed van pas. Van Wijnen: 'Nederland had behoefte aan voortrekkers die in het buitenland deuren open kregen.' Bernhard was the right man on the right spot on the right time. Hij was hevig geïnteresseerd in de vorderingen van handel en industrie, hij had een uitgesproken Atlantische oriëntatie en, wat het belangrijkste was, hij had kennissen, ongelofelijk veel en invloedrijke kennissen. Van Wijnen: 'In de jaren vijftig en zestig was er in heel de internationale zakenwereld niemand wiens ladder hoger reikte dan die van de prins.'

Constitutionele tucht was in deze kringen een belachelijk begrip en de achtereenvolgende kabinetten knepen graag een oogje toe, uit lafheid of uit mercantiele overwegingen. RVD-directeur Van der Wiel herinnerde zich het volgende: 'Joop den Uyl zei: Het was een kind in den boze. Jawel, zei ik dan, maar jullie hebben dat kind wel los laten lopen.'

Het is dezelfde conclusie die Van Wijnen heeft getrokken. Over bijvoorbeeld de handelscontacten van Bernhard met de Argentijnse caudillo Peron schreef Van Wijnen dat behalve de prins ook de toenmalige regeringen een zwak ontwikkeld constitutioneel besef aan de dag legden.

Van constitutionele verhoudingen heeft Bernhard nooit veel willen weten. Staatsrecht was boring. Hij had een lage dunk van de politiek in het algemeen en van het parlement in het bijzonder.

In 2002 kondigde de prins aan dat hij persoonlijk de boete betaalde als de rechter twee medewerkers van Albert Heijn zou veroordelen. De twee hadden een winkeldief overmeesterd en daarbij volgens justitie buitensporig veel geweld gebruikt. De prins vond het krankzinnig dat zij in plaats van geridderd, vervolgd werden. Hij hield woord en betaalde de boete van 600 euro die een van de AH-medewerkers kreeg opgelegd.

Voor sommigen was hiermee het bewijs geleverd van de ondemocratische gezindheid van de prins. Gebrek aan kennis van en belangstelling voor staatsrechtelijke en juridische verhoudingen liggen vermoedelijk dichter bij de waarheid. Bernhard is nooit het type geweest van de intellectuele vorser. Hij was een fikser, een sociaal zeer sterke regelaar, die deze vaardigheid bovendien liever aan de dag legde in Buenos Aires en New York dan in Zutphen of Den Haag.

Deze necrologie is mede tot stand gekomen op basis van de research van wijlen Volkskrantredacteur Han Hansen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden