BERLUSCONI'S BANANEN-ECONOMIE

Vooraanstaande economische topchirurgen uit de VS, ervaren met hopeloze gevallen zoals Rusland en de Oekraïne, duiken steeds vaker op in de Italiaanse media....

JAN VAN DER PUTTEN

MEXICO. Het is een onheilswoord geworden. En het valt steeds vaker als economische experts zoals Paul Samuelson, Franco Modigliani of Rudi Dornbusch het over Italië hebben. Zij zien het Italië van de politieke gekte, de absurde beloften, de stabiel geworden instabiliteit, de ongewisse toekomst - kortom, het Italië van Berlusconi, afdrijven in de richting van Mexico. Nee, zeggen ze, de lire is nog niet zo diep gezonken als de peso, en een instorting van Mexicaanse omvang is in Italië nog uitgebleven. Maar Italië kan net als Mexico van het ene moment in het andere terechtkomen in de afgrond.

Als de politieke troebelen doorgaan, als er in plaats van urgente saneringsmaatregelen tijdrovende verkiezingen komen, als niet heel snel de munt stabiel wordt en de markt het vertrouwen terugkrijgt, dan dreigt Italië een tweede Mexico te worden. Met alles wat dat doemscenario inhoudt: paniek op de financiële markten, inklappen van de effectenbeurs, spaarders die weigeren staatsobligaties te kopen, exploderende inflatie, uitbarsting van sociale spanningen, soldaten, chaos, bankroet. En daarna mogelijk een verkwistende populist of een sterke man.

Maar hoe kan dat, een financiële, economische en sociale apocalyps in een land dat zulke prachtige groeicijfers laat zien? Italië heeft zich sneller van de recessie hersteld dan de andere Westeuropese landen. Het bruto nationaal produkt is het afgelopen jaar gegroeid met 2,2 procent, ruim boven de verwachting, de industriële produktie zelfs met 4,3 procent.

Maar voor die groei is niet de binnenlandse consumptie verantwoordelijk - die is juist achteruitgaan omdat de koopkracht van de lonen is gedaald - maar de export. Deze is even explosief gestegen als de lire is gezakt. Ook de uitbundige groei van het buitenlandse toerisme gaat direct terug op de verzwakking van de lire.

Als je Berlusconi moet geloven, gaat het eigenlijk heel goed met Italië en zijn economie. En die omlaag gierende lire dan, die feilloos reageert op ieder hoestje van de politici? De aderlatingen op de effectenbeurs van Milaan? Volgens Berlusconi heeft dat niets te maken met de bloeiende 'reële economie', en alles met de vijandige pers en andere samenzweerders, die erop uit zouden zijn het vertrouwen in zijn regering te ondermijnen.

Afgelopen donderdag zakte de lire even door tot een koers van 1067 voor een Duitse mark. Sinds de Italiaanse munt in september 1992 uit het Europese muntstelsel moest worden gehaald, is ze 40 procent van haar waarde kwijtgeraakt. Pure speculatie? Onderwaardering van de lire? Onzin, zegt Dornbusch in La Stampa, een van de kranten die Berlusconi als zijn vijanden beschouwt. 'De lire staat precies op het punt waar de markt haar neerzet. Ze is evenveel waard als de mensen bereid zijn ervoor te betalen. Met de waarde van geld is het niet anders dan met de waarde van een schilderij of een goudstaaf.' Volgens hem kan de politieke verwarring de lire nog op een verder verlies komen te staan van 10 tot 15 procent.

Dornbusch, hoogleraar internationale economie in Boston en financieel consulent van Wall Street, houdt zich bezig met zware gevallen: Rusland, Oekraïne, en de laatste tijd ook Mexico en andere Latijns-Amerikaanse landen. Italië ontsnapt niet aan zijn aandacht. De oorzaak van de Italiaanse crisis evenmin: het falen van Berlusconi's bezuinigingsoperatie, de stopzetting van de privatiseringen, de afwezigheid van een stabiele, geloofwaardige regering.

Toen Berlusconi in maart vorig jaar de verkiezingen won, reageerden de handelaars op de effectenbeurs en de wisselmarkten euforisch. Eindelijk, juichten ze, was de roerige overgangsperiode tussen de Eerste en de Tweede Republiek voorbij. Het grootste deel van het bedrijfsleven zag een gouden toekomst gloren, nu een zo glorieuze figuur uit eigen kring orde op zaken zou gaan stellen.

TOEN Berlusconi op 22 december zijn ontslag aanbood, sprongen de inmiddels diep ingezakte koersen opgelucht omhoog. Zelden is een regeringsleider erin geslaagd in zo korte tijd zijn krediet te verspelen. Het binnen- en buitenlandse bedrijfsleven, de banken, het Internationale Monetaire Fonds, investeerders, beleggers, spaarders, de grote financiële pers in Italië en daarbuiten, allemaal smeken ze om politieke stabiliteit, geloofwaardig beleid, serieuze sanering. 'We willen een regering die regeert', verzuchtte woensdag de grootste Italiaanse werkgeversorganisatie, Confindustria. 'De kleur van die regering doet er niet toe.'

Hoe heeft het zover kunnen komen? Dornbusch noemt Berlusconi's onmacht, zijn onmogelijke coalitiepartners, zijn weigering om zich los te maken van zijn privé-belangen. Voor de oude Nobelprijswinnaar Paul Samuelson, goeroe van de Amerikaanse economen, is de balans van de regering-Berlusconi 'geheel negatief'. In het laatste nummer van het weekblad

L'Espresso wijst hij erop dat de ondernemer-premier zijn belangenconflicten, ethische kwesties en conflicten met de justitie niet heeft opgelost, maar vaak juist heeft aangescherpt.

Samuelson is heel sarcastisch over Berlusconi's beloften. Hij had een miljoen nieuwe banen beloofd. In plaats daarvan zijn er een half miljoen werklozen bijgekomen. De werkloosheid in Italië is gegroeid naar 12,1 procent, relatief de grootste groei van de EU-landen. De officiële rentevoet van 7,5 procent is zelfs de hoogste van de G-7.

Waarom heeft de economische opleving in het noorden - de bedrijven in het zuiden hebben van de betere conjunctuur niet of nauwelijks geprofiteerd - niet voor nieuwe banen gezorgd? Omdat in een politieke chaos de bedrijven er niets voor voelen risico's te nemen en te investeren in uitbreiding of modernisering. Ze beperken zich tot het inschakelen van ongebruikte produktiecapaciteit en het terugroepen van wachtgelders.

Het centrale probleem van Italië is en blijft de onbeheersbare staatsschuld, die met bijna twintig miljoen gulden per uur toeneemt en op ongeveer twee biljoen gulden is aanbeland. Dat is bijna 125 procent van het bruto nationaal produkt. Alleen België laat in de EU een triester percentage zien. Maar België is geen lid van de G-7. Geen nood, zegt Berlusconi optimistisch, het gros van de schuldeisers bestaat uit Italiaanse gezinnen, dus de schuld blijft 'onder ons'.

De schuld groeit in een vicieuze cirkel: om aan zijn renteverplichtingen te voldoen, moet de staat nieuwe leningen aangaan, waarvan de aantrekkelijke rente de schuld verder vergroot. Iedere uitgifte van staatsschuldpapieren is weer groter dan de voorafgaande. En ieder jaar doen de rentebetalingen op de schuld het begrotingstekort groeien.

Het tekort moest vorig jaar 'beperkt' blijven tot 156,7 biljoen lire (nu 167 miljard gulden). Daartoe moest vijftig miljard gulden bijeen worden geharkt uit bezuinigingen of extra-inkomsten. Het welslagen van die ingreep zou voor de markt een teken zijn dat de regering de financiële sanering serieus nam. Welnu, de operatie is al mislukt voordat ze is afgelopen.

De inkomsten zijn bijna geheel gehaald uit bronnen die met goed fatsoen maar één keer kunnen worden aangeboord: schikkingen in belastingconflicten en andere wetsovertredingen, vooral in de illegale bouw. Die is in Zuid-Italië, waar de mafia kapitalen in de bouw steekt, eerder regel dan uitzondering.

De besparingen moesten vooral komen uit bezuinigingen op de pensioenen. Daarvoor heeft Berlusconi drie maanden lang de vakbondswereld geprovoceerd en sociale spanningen opgeroepen, om ten slotte in bijna alles toe te geven. Daarna verkondigde hij dat het bereikte akkoord precies was wat hij altijd had gewild.

Door de politieke troebelen zien de vakbonden de voor juni afgesproken wet over een hervorming van het pensioenstelsel de mist ingaan. Net als de ondernemers hebben ze alles te verliezen bij een voortduren van de chaos. Daarom willen zowel werkgevers als werknemers dat er eerst een regering komt die hervormingen uitvoert, en dat er pas daarna verkiezingen worden gehouden.

VAN DE net aangenomen begroting 1995 klopt al niets meer. Inkomsten zijn overdreven, uitgaven gebagatelliseerd. Zo is er twintig miljard gulden te weinig berekend vanwege tussentijdse stijging van de rente, en is er twaalf miljard bijgekomen voor de wederopbouw van het watersnoodgebied in het noorden. Liever morgen dan overmorgen moet er een nieuwe bezuinigingsronde komen van dertig miljard gulden, en volgend jaar een van minstens vijftig miljard.

'Op korte termijn', zegt Nobelprijswinnaar economie Franco Modigliani, een Amerikaan van Italiaanse afkomst, 'is er geen andere oplossing dan een stabiele, kundige en serieuze regering die de noodzakelijke offers weet op te leggen om de economie drijvende te houden. Ik peil het humeur van de financiële en economische wereld: er is geen dag te verliezen. Er moet direct een regering komen.'

Fiat-president Agnelli heeft Berlusconi vorige week op het hart gebonden voor politieke afkoeling te zorgen. Agnelli was net terug van de Verenigde Staten, waar zijn vrienden uit de politieke en financiële wereld hem ongerust hadden aangesproken over de Italiaanse situatie. Berlusconi heeft Agnelli's raad in de wind geslagen.

Door het aantrekken van de wereldeconomie zijn de prijzen van de grondstoffen gestegen. Met zijn vederlichte lire moet Italië daar dubbel en dwars voor betalen. Daardoor begint de inflatie, 4,1 procent in 1994, weer de kop op te steken. De president van de centrale bank heeft al gewaarschuwd dat de toenemende inflatie hem kan dwingen de rente, die al een paar punten boven het Europese gemiddelde ligt, verder te verhogen.

Wat betekent dat? Afremming van de investeringen. Grotere werkloosheid. Einde van de economische opbloei. Nog meer schuld. Nog minder vertrouwen. Verlies van de aansluiting met Europa. En dan, als de politici niet snel bij zinnen komen, de financieel-economische kladderadatsch door de weigering van de spaarders om nog papieren van de Italiaanse staatsschuld te kopen. Want de angst groeit dat de staat die beleggingen niet meer kan terugbetalen, of dat de inflatie ze onrendabel of zelfs verliesgevend zal maken. Een politieke ramp komt zelden alleen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden