Berlijn

ARJEN LUBACH

Onlangs vertelde iemand met wie ik meereed me waar hij zoal ging dansen in Amsterdam. Nu dans ik zelf alleen tijdens wintersportvakanties en in steden waar ik niemand ken, maar ik was wel benieuwd waar onze generatie tegenwoordig de nacht doorbracht, dus luisterde ik aandachtig. 'Ik ga vaak naar Trouw', zei hij, 'want dat is toch de Berlijnste club van Amsterdam.' Ik had even een paar jaar niet opgelet en Berlijn was een bijvoeglijk naamwoord geworden. Wat het betekende wist ik niet, maar het klonk als iets dat buiten mijn voorstellingsvermogen plaatsvond. En dat is goed.

Ondertussen gingen mijn gedachten naar iets anders. Trouw, had hij gezegd. Dat is een club in het oude Trouw-gebouw. Vroeger werd daar een christelijk dagblad gemaakt. Ik ben opgegroeid met Trouw, omdat mijn ouders die lazen. Al die kranten uit mijn jeugd kwamen uit datzelfde gebouw. Zouden de degelijke journalisten van toen hebben kunnen vermoeden dat er dertig jaar later Berlijns gefeest zou worden op hun drukvloer? En nog belangrijker: weet die jongen die daar gaat dansen eigenlijk wel dat het Trouw heet omdat dagblad Trouw er werd gemaakt? Of nog verder gedacht: wie van die jonge, dansende beau monde die elkaar whatsappen 'Ik zie je in Trouw, yolo', weet dat Trouw de naam was van de illegale krant die in de Tweede Wereldoorlog werd opgericht door orthodox-protestantse verzetsmensen?

Zo zullen mensen over vier jaar niet meer weten dat ze dansen in de Chicago Social Club omdat dat jarenlang het honk was van Boom Chicago, een improvgroep opgericht door Andrew Moskos en Jon Rosenfeld, die uit Chicago kwamen. Dan zeggen ze: 'Ja, Chicago Social Club is toch de Reykjavikste club van Amsterdam.'

Het is niemand echt kwalijk te nemen. Ik weet zelf ook niet uit mijn hoofd dat de Stadhouderskade vernoemd is naar stadhouders Willem II en III. Ik vraag ook niet aan de arts in het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis die mijn arm hecht na een ongeluk: 'Voor u begint, is Lucas Andreas nou degene die met z'n broer zat te vissen toen Jezus langsliep?' Ik weet ook niet precies wat Daniël Stalpert van de Daniël Stalpertstraat heeft geschilderd, maar als iemand nu, in 2013, in Trouw gaat dansen vind ik eigenlijk dat je moet weten dat daar nog niet heel lang geleden drukpersen stonden. Ik ben een oude man geworden.

Gerard Reve had een eigen kijk op de herinnering aan de namen van schrijvers. In een vraaggesprek met Tom Rooduijn in 1982 zei hij: 'Na mijn dood word ik op de scholen tien jaar vrijwillig gelezen en daarna nog eens tien jaar verplicht. Dan noemen ze een straat naar me. En dan ben ik helemaal vergeten. Niemand weet toch meer wie Tweede Van der Helst was?'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden