Berlijn wil Bonn helemaal inpikken

Bonn heeft de verhuizing van de regering en de helft van de ambtenaren naar Berlijn goed doorstaan. Deze ‘armlastige’ stad vindt dat de anderen nu ook moeten komen....

Sander van Walsum

Op 20 juni 1991, even voor tien uur ’s avonds, wees de Bondsdag Berlijn aan als nieuwe hoofdstad van het herenigde Duitsland. Bonn, de ‘provisorische’ hoofdstad van de oude Bondsrepubliek, was slechts achttien (van de 658) stemmen te kort gekomen.

Ex-minister Wolfgang Clement – eertijds chef van de kanselarij van Noordrijn-Westfalen, kon jaren later nog de gemoedstoestand oproepen waarin hij verzonk nadat hij kennis had genomen van de degradatie van Bonn tot ‘zomaar een kleine stad aan de Rijn’. ‘In weerwil van mijn zonnige natuur was ik drie weken neerslachtig.’

Zo verging het de Bonner horecaondernemer Friedel Drautzburg ook. Maanden had hij luidruchtig en met indringende argumenten actie gevoerd voor het behoud van Bonn als hoofdstad van het democratische Duitsland. Zijn strijdkreet ‘Ja voor Bonn’ was een bezweringsformule, die met steeds grotere vertwijfeling was uitgesproken.

Want Bonn was knus. Bonn was toegankelijk. Bonn boezemde de wereld geen angst in. En in Bonn was – voor het eerst in de Duitse geschiedenis – een vitale democratie ontstaan. In Berlijn zouden de spoken van het verleden weer uit de kast komen, was zijn vrees (die door vele Duitsers werd gedeeld). En in Berlijn zou de Bondsrepubliek de deemoed kunnen verliezen die haar tot ‘het beste van alle Duitslanden’ had gemaakt.

Drautzburg had – hij geeft het grif toe – ook een zakelijk argument tegen de verhuizing van de hoofdstad. Zijn cliëntèle bestond overwegend uit politici, diplomaten en parlementair verslaggevers die in zijn etablissement vertrouwelijk met elkaar konden praten. Met hun vertrek zou ook de bestaansreden voor Drautzburgs drank- en eetlokaal komen te vervallen.

Want in Bonn werd – op gezag van geoefende rekenmeesters aangenomen – dat de verplaatsing van de hoofdstad de exodus van tachtigduizend ingezetenen (een vijfde van de bevolking) tot gevolg zou hebben. Drautzburg deed het pragmatisme van de Rijnlanders eer aan: hij nam zijn verlies, en opende een etablissement – onder de naam Ständige Vertretung – aan de oevers van de Spree. Hij heeft, in zijn eigen woorden, Bonn naar Berlijn gebracht.

Het is de achterblijvers echter beduidend beter vergaan dan aanvankelijk werd gevreesd. In het Berlin-Bonn-Gesetz (1994) werden politieke afspraken over een ‘faire werkverdeling’ tussen de oude en de nieuwe hoofdstad vastgelegd. Deze wet bepaalde onder andere dat Bonn de hoofdzetel zou blijven van zes ministeries (en als nevenvestiging zou dienen van de overige departementen), dat 22 overheidsinstellingen in Bonn zouden worden gehuisvest, en dat meer dan de helft van de ruim twintigduizend regeringsambtenaren in de oude hoofdstad zouden achterblijven (in de regel tot hun genoegen overigens).

Als blijk van officiële erkentelijkheid voor de historische rol die Bonn heeft gespeeld, mag zij zich met de eretitel ‘Bundesstadt’ tooien. Voor burgemeester Bärbel Dieckmann (SPD) brengt dit ondermeer het privilege met zich mee dat zij tijdens de nieuwjaarsontvangst van de bondspresident als eerste de beste wensen aan de gastheer mag aanbieden.

Ook zegde de bondsregering toe zich te zullen inspannen voor de vestiging van VN-organen in Bonn. Maar aan die belofte werd aanvankelijk weinig waarde gehecht, erkent Dieckmanns woordvoerster Monika Hörig. ‘In die stemming kwam pas verandering toen in het najaar van 2001 de internationale donorconferentie voor Afghanistan in Bonn plaatsvond. Toen kregen onze internationale aspiraties voor het eerst concreet gestalte.’

Sindsdien hebben zich dertien VN-organisaties in Bonn gevestigd. De meeste zijn ondergebracht in ‘Lange Eugen’, het gebouw (het hoogste van het vroegere regeringscentrum) waarin de Bondsdagleden kantoor hielden.

De ‘faire werkverdeling’ tussen Berlijn en Bonn voldoet wat Hörig betreft alleszins aan de verwachtingen. Er is dus geen enkele reden om de status quo te wijzigen. Buiten Noordrijn-Westfalen, de deelstaat waarin de vroegere hoofdstad is gelegen, worden aan het welslagen van de compensatieregeling echter heel andere conclusies verbonden: nu Bonn er overtuigend van heeft blijk gegeven op eigen benen te kunnen staan, zou het hele regeringsapparaat in Berlijn moeten worden geconcentreerd.

‘Vroeger woedde deze discussie alleen in de zomer, als het echte nieuws was opgedroogd’, zegt Hörig. ‘Maar nu staat de hoofdstadvraag al geruime tijd op de agenda.’ Dat hangt voornamelijk samen met het uitblijven van de groei die Berlijn na de Wende in het vooruitzicht was gesteld. Het bevolkingstal stagneert rondom de 3,5 miljoen, de schuldenlast van 62 miljard euro blijft vermoedelijk nog tot 2010 stijgen, de werkloosheid is weliswaar gedaald, maar bedraagt nog altijd ruim 16 procent.

Berlijn ontleent aan haar armlastigheid – waarmee burgemeester Klaus Wowereit (‘Berlijn is arm maar sexy’) zelfs koketteert – argumenten voor de sluiting van de departementale buitenposten in Bonn. Ze beroept zich daarbij steeds nadrukkelijker op het milieu: met het gependel van ambtenaren tussen beide steden zouden jaarlijks 66 duizend vliegbewegingen zijn gemoeid – het equivalent van 17 duizend ton kooldioxide. Sinds 1994 zouden de kosten van de hoofdstadspagaat zijn opgelopen tot 194 miljoen euro.

De zakelijkheid van de cijfers waarmee de Berlijn-lobby haar argumenten kracht bijzet, is volgens Hörig echter zeer betrekkelijk. ‘Tegen dat getal van 66 duizend vluchten, dat een eigen leven is gaan leiden, maken wij bijvoorbeeld ernstig bezwaar. Het heeft betrekking op álle dienstreizen tussen Grossraum Berlijn en Grossraum Bonn. Daartoe behoren ook andere steden, zoals Keulen, Düsseldorf en Koblenz. Bonn wordt nu dus verantwoordelijk gesteld voor alle vluchten in de wijde omtrek die met de federale structuur van de Bondsrepubliek samenhangen. Dat is onjuist en dat is onbillijk.’

Bonn pareert het cijfergeweld van de Berlijn-lobby met de prognose dat een verhuizing van de resterende departementen naar Berlijn ‘5-, misschien wel 6 miljard’ euro zal kosten. ‘Daarvan kun je 500 jaar pendelen’, zegt Hörig. ‘In een technologisch hoogontwikkeld land als het onze moet het bovendien mogelijk zijn om de afstand tussen Bonn en Berlijn met videoconferenties en dergelijke te overbruggen. In het bedrijfsleven is dat heel gangbaar. Dus waarom zou de logica zich er in dit geval tegen verzetten?’

De Bonner burgerij neemt tamelijk gelaten kennis van de zoveelste ronde van het hoofdstaddebat. ‘Ik zou vooral blij zijn als de boeken eindelijk eens zouden worden gesloten’, zegt een vrouw. ‘Alles moet blijven zoals het is’, meent de man die het Münsterplatz aanveegt. ‘Als Bonn het op eigen kracht kan redden, kan Berlijn dat ook.’

Een oudere inwoner, die in 1949 de vestiging van het regeringsapparaat bewust heeft meegemaakt, voelt zich door de discussie in zijn gevoel van lokale eigenwaarde gekrenkt.

‘Bonn was de bakermat van de eerste levensvatbare democratie op Duitse bodem. En nu we niet meer nodig zijn, keert de politiek ons de rug toe. Ze heeft er zelfs 5 miljard euro voor over om van ons af te zijn. Dat snap ik niet, en dat wíl ik niet snappen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden